+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Vaderlands puzzelen 2

Vaderlands puzzelen 2

INDL zal hier met telkens een tussenpauze enkele puzzels publiceren uit het het boekje ‘Vaderlandse Filippines’. De verschijning van deze reeks speelse bedenksels van de denktank Michiel Adriaanszoon de Ruyter *) is gepland voor het najaar van 2020 of voorjaar van 2021. De nieuwste puzzel plaatsen we telkens bovenaan.

Zend uw oplossing van deze puzzels naar info@idnl.org en maak kans op een gratis exemplaar! Hoe meer goede oplossingen iemand inzendt van deze puzzel en van de nog te verschijnen puzzels, hoe groter de kans wordt dat hij zo’n gratis exemplaar via de post toegestuurd krijgt.

Sluitingsdatum voor deelname aan verloting van het boekje wordt vermeld bij publicatie van de laatste nog te verschijnen puzzel.




puzzel 5: Indisch eten!



Ter gelegenheid van de officiële herdenking van 75 jaar capitulatie van Japan op 15 augustus 2020 legt premier Mark Rutte in aanwezigheid van koning Willem Alexander uit, waarom het Nederlands Indië Monument in Den Haag – ten overstaande waarvan hij zijn toespraak houdt – pas veertig jaar na de WO2 is gebouwd: “De realiteit was, dat het lang onnodig en ongemakkelijk werd gevonden om apart aandacht te geven aan het oorlogsverhaal van Nederlands Indië; ook al zijn er 350.000 mensen uit Nederlandse Indië en Indonesië naar Nederland gekomen en is het vandaag de dag voor ruim twee miljoen Nederlanders onderdeel van hun familiegeschiedenis.”

Welnu, met deze Vaderlandse Puzzel wordt de lezer uitgenodigd terug te reizen in de tijd om samen met mij zo’n stukje “familiegeschiedenis” mee te beleven.

Het is een doordeweekse-dag. Vandaar dat ons middagmaal bestaat uit vier eenvoudige gerechten. De traditionele bijgerechten die er altijd mee opgediend worden, laat ik hier buiten beschouwing. En in plaats van de gebruikelijke witte rijst als basisgerecht nemen we deze keer blokjes kleefrijst. Pour la bon bouche sluiten wij de maaltijd af met twee toetjes.

De volgende dag is het Oud-op-Nieuw! Wij zijn immers door mijn grootouders uitgenodigd het jaar feestelijk uit te luiden op de achtergalerij van het hoofdgebouw op hun landgoed Tembalang met uitzicht op de zeven vulkanen. Nu nóg hoor ik opa Bonnard met stentorstem de namen van deze vulkanen opsommen terwijl hij zijn gasten de silhouetten ervan aan de horizon één voor één aanwijst. Hier zijn ze dan, met de hoogte in meters en het jaar van de laatste uitbarsting tussen haakjes: Merapi (2968 m., jaar 2010), Merbaboe (3145 m., jaar 1797), Soembing (3371 m., jaar 1894), Soendoro (3136 m., jaar 1971), Diengplateau (2565 m., jaar 1996), Oengaran (2050 m., jaar ?), Telemojo (1894 m., jaar ?)

Na een gezellig potje ganzenborden met koffie, thee, chocolademelk en oliebollen – nee, nee, niet teveel titil, jáá, anders bederven wij onze eetlust! – nemen we plaats aan tafel, gedekt met damast tafellinnen, familiezilver, servetringen met familiewapen, kristallen messenleggers en vingerkommetjes water. In elk kommetje drijft een schijfje citroen en wat melatie-blaadjes in het water uit de bron achter het huis.

We beginnen met een amuse. Terwijl we hiervan wat hapjes nemen, zetten de bedienden alvast een paar dampende schalen met pandan-rijst op tafel. De geurende korrels van deze witte rijstsoort dienen als basis voor twee gerechten die de gastvrouw speciaal voor deze avond heeft uitgekozen: in bloed gesmoorde eend die door de Nederlands-Indische Gemeenschap traditioneel met Oud-op-Nieuw gegeten wordt, en in kokosmelk gestoofd rundvlees met kerrie. Deze spijs is onlangs nog uitgeroepen tot het lekkerste gerecht ter wereld!

Na de culinaire hekkenopeners is het even uitpuffen geblazen. De dames gaan van tafel om zich poederen. Daarna wisselen ze in de salon gauw de laatste nieuwtjes uit, die niet voor mannen-oren zijn bestemd. Ondertussen zijn de heren behaaglijk onderuit gaan zitten. Of ze lopen al babbelend het achtererf op om een Deli-sigaar op te steken. Stiekem verruimen sommigen daarbij hun broekriem. Onder genot van een koud glas bier (want wijn smaakt op zo’n tropische avond niet echt bij de rijsttafel) proberen zij elkaar te overtroeven met sterke verhalen.

Als de dames hun plaats aan tafel weer hebben ingenomen, gaan wij verder met smullen. Voor de liefhebbers is naast de bijgevulde schalen witte rijst nóg een terrine op tafel gezet. Ditmaal is het gele rijst. Middenin de terrine is dit extra basisgerecht gemodelleerd in de vorm van een puntberg. Want in de Gordel van Smaragd is het opdienen van gele rijst in de vorm van een puntberg nu eenmaal een traditioneel teken van de inheemse bevolking, dat er iets bijzonders te vieren valt. Verder wordt er vis geserveerd. En wie geen vis lust, kan zich tegoed doen aan mals gestoofd geitenvlees of een ingewandengerecht uit het oude Batavia.

De wijzer van de Big Ben-klok in de hal is maar net het streepje van elf gepasseerd, als wij eindelijk zijn uitgegeten. Borden en schalen worden afgeruimd om plaats te maken voor drie nagerechten en één vloeibaar toetje, lekker om uit te lepelen.

Even voor twaalf uur worden de champagneflessen in ijsemmers op tafel gezet, binnen handbereik van onze gastheer. Als klap op de vuurpijl – ja, ja, de klok heit twaalf – komen djaga, djongos en kebon, (huisbewaker, huisbediende, tuinman) uitgedost in wit livrei, compleet met Javaanse batikhoofddracht, plechtig de achtergalerij oplopen. Onder luid applaus van het gezelschap stevenen zij op onze feesttafel af. Ieder van hen draagt een dienblad vol vrolijk tinkelende glazen. En in de ijskoude vulling van ieder glas steekt een staafje sprankelend sterretjesvuurwerk.

Wij staan nu op van tafel en stoten onze champagneglazen aan tegen dat van de gastheer, de gastvrouw en de andere gasten. Dan heffen wij met z’n allen plechtig het Wilhelmus aan. Want het is nu 1941. Het moederland is bezet door Nazi-Duitsland. En de Japanse aanval op Nederlands Indië kan ieder moment plaatsvinden. Na het zingen van ons volkslied roept grootvader: Leve de koningin! Waarop het gezelschap antwoordt: Hoezee! Hoezee! Hoezee! De dames pinken een traantje weg. De heren blijven stoer voor zich uit kijken. En dan opeens, om de plechtige sfeer te breken, begint de nestor van het gezelschap uit volle borst een liedje te zingen. Juichend vallen wij in met ingehaakte armen.

En nu komt de puzzelvraag: wat voor (anachronistisch) liedje laten wij de jolige gasten zingen om de plechtige stemming te breken en het copieuze souper te relativeren? Het antwoord vinden wij door in de keuken rond te neuzen, waar het eten bereid wordt. Eerst de doordeweekse maaltijd van 4 gerechten en 2 toetjes. Vervolgens de feestdis ter gelegenheid van Oud-op-Nieuw. Die bestaat uit 2 x 4 gerechten plus 6 nagerechten. Ook deze keer laat ik de traditionele bijgerechten, die mee opgediend worden, gemakshalve buiten beschouwing. Vul de open plaatsen in, en de met een ‘X’ aangegeven letters zullen de zin uit dit bekende liedje vormen.

1 . . . . . . X zijn blokjes kleefrijst.
2 . . . X is aan een bamboestokje gespietst stukje filet van kip of geit, geroosterd boven houtskool.
3 Sajoer . . . X . is gebonden kokossoep met groente erin.
4 Een Indisch verstoppetjeswijs: “Waar ben je? In mijn vel! Als ik eruit kom, ben ik X . . . . . . .”
5 Een Indisch sliepuit-wijsje: “Wees maar niet bang, Kok; ’t is maar kwee X . . . . . .
6 . . . . . . XX . met tamarinde siroop, ook wel es poeter genoemd (dit zit in de glazen van het galafeest!).
7 . . X . . . is een rijsrolletje gevuld met kerrie kipfilet.
8 “. X . . poetih” betekent ‘witte rijst’.
9 . . X . . . . . . wordt in het Indonesisch bebek suwar suwir genoemd. Het is eend gesmoord in bloed.
10 X . . . . . . is rundvlees gestoofd in kokosmelk.
11 Goeleh . . . . . X . is geitenvlees gesudderd in kerrie kokosmelk.
12 . . . . . X . is vis gegaard in bananenblad en met een pittige saus afgemaakt. Pfff heet, pedes!
13 X . . . babat betawi is kokosmelksoep met pens erin.
14 . . . X koening is gele rijst, geserveerd bij feestelijke gelegenheden
15 . . . . . X goreng is gebakken banaan.
16 . . . . X . is een groen rijstballetje gevuld met vloeibare palmsuiker en bedekt met geraspte kokosnoot.
17 Het meisje in Ambon zingt: “Ik wil . . . . . . X . . . . met suiker, want iets anders lust ik niet.”
18 . . X . . . . . is tweekleurig (crème/bruin) laagjescake met kruidnagel, nootmuskaat en kardemom erin.
19 . . . X . . . is een gekoelde drank uit kokosmelk, palmsuikersiroop en stukjes gelei.
20 Kwee . . . . . . . X is een Indisch wafelrolletje van bloem, eieren, kaneel, rietsuiker en kokosmelk.





puzzel 4: Onderdrukking en emancipatie van het Nederlands




België is een kunstmatig land, ontstaan door de subversie van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden door Frankrijk. In 1830 werd door dat land en het ‘perfide Albion’ (Groot- Brittannië) de staatkundige afscheiding van het zuiden afgedwongen. De nieuwe regering in Brussel maakte het Frans tot de officiële taal van België en behandelde het Nederlands als slechts een samenraapsel van dialecten en niet als een eigen, volwaardige taal. Tot op de dag van vandaag strijdt de Vlaamse Beweging (dat zijn alle actoren die de emancipatie van de Nederlandstaligen nastreven) tegen dit cultuurimperialisme van Walen en de zogenaamde ‘Franskiljons’ (Vlaamse overlopers). De leeuwenmoed en de vastberadenheid (ik zal handhaven!) waarmee deze beweging de strijd aangaat voor het voortbestaan van de Nederlandse taal in de Zuidelijke Nederlanden moge de Noord-Nederlanders inspireren in hun strijd tegen de machinaties van het huidige globalistisch imperialisme om onze taal in het onderwijs, de commercie en in voorlichtingstaken van de overheid te verdringen door het Engels en de talen die instromers in ons land (willen) verstaan. (zelfs de colleges in het vak Nederlands worden aan onze universiteiten in het Engels gegeven!).

Net als ons volkslied, het Wilhelmus, vormen de eerste letters van de 27 regels van de invuloefening hieronder een tekst, in dit geval een strijdkreet: het keervers van een lied van Berten (Albrecht) Rodenbach. De tekst van dit lied is te lezen op de toegangspoort van het Klein Seminarie te Roeselare.

  1. X . . fransing is een naam voor de politiek die in de Zuidelijke Nederlanden die onder andere vanaf 26 november 1830 het Frans tot de enige officiële taal van België maakt.
  2. X . . . . Wapper is een reus uit de Vlaamse folklore. Zijn standbeeld staat voor het Steen te Antwerpen.
  3. X . zie er dat Vlaand’ren zo geren! Kent gij de taal van mijn land? Zo begint Het lied van Nele, geschreven door Johan de Maegt (1876-1938) en getoonzet door Emiel Hullebroeck (1878-1965).
  4. X . . . . Hullebroeck wordt in Gentbrugge geboren. In 1915-1916 reist hij door Nederlands Indië. Met talloze zangavonden en voordrachten propageert Hullebroeck het Vlaamse lied met als doel: de bewustwording van onze nationale identiteit.
  5. X . . . . . . . . . . . . . . . is de bijnaam voor een slag die plaatsvond op 11 juli 1302 bij Kortrijk. Op deze dag strijden burgers van de Vlaamse steden als piekenier en boogschutter tegen het ridderleger van koning Filips IV van Frankrijk. Daar, op het Groeningheslagveld, behalen zij een klinkende overwinning. In 1973 roept de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële Feestdag van Vlaanderen.
  6. X . . . den Hertog Jan kwam varen, wordt door velen als het Brabants volkslied beschouwd.
  7. X . . . . land wil zeggen: het Land van het Volk (diets = volks, vgl. iemand iets diets maken). Het verwijst naar de cultuur-historische eenheid van Heel-Nederland op het huidige staatsgebied van de BeNeLux, de aangrenzende Duitse gebieden (Oost Friesland en Rijnland) en de Franse Nederlanden (Artesië en Picardië ten noorden van de rivier de Somme met o.a. de steden Duinkerken, Rijsel, Bonen en Atrecht).
  8. X . . . . . . . toen de vrije Vlamen is de beginregel van Minnedrank, geschreven door Berten Rodenbach (1856-1880). Op het Klein Seminarie Roeselare wordt Rodenbach gewonnen voor de Vlaamse Zaak dankzij zijn leraar, pater Hugo Verriest, oud-leerling van Guido Gezelle. Dit lied wordt getoonzet door Armand Preud’homme (1904-1986) die in zijn leven circa 450 liederen heeft geschreven. Op 1968 reist Preud’homme als officieel cultureel gezant naar Zuid Afrika. Daar stelt hij vast dat zijn liederen in het land van ons Nederlandstalig broedervolk meer gezongen worden dan in Vlaanderen! Ook in Nederlands Indië waren de liederen van Preud’homme en Hullebroeck geliefd.
  9. X . . . . Gent rijst, eenzaam en grijsd, (‘grijsd’ = dichterlijke vorm voor ‘vergrijsd’), is de eerste regel van het lied Klokke Roeland. Op deze bronzen stormklok (1314-1659) in het Belfort van Gent stond: “Mijn naam is Roeland. Als ik kleppe is er brand, als ik luide storm in Vlaanderland”. Berten Rodenbach schrijft dit loflied op Klokke Roeland. In 1877 wordt het getoonzet en uitgebracht door Johan de Stoop (1824-1898). In dit lied wordt hulde gebracht aan de Gentse helden Jan Hyoens, aanvoerder van de Witte Kaproenen, en Jacob van Artevelde, Vlaams volksleider en staatsman.
  10. X . . . . . Krispijn is een lied over een sappelende schoenlapper, geschreven door toondichter René de Clercq (1877-1932) en getoonzet door Emiel Hullebroeck. De Clercq zet zich in voor vernedelandsing van de Universiteit van Gent. Hij wordt lid van de Raad van Vlaanderen (parlement), die op 22 december 1917 de onafhankelijkheid van Vlaanderen uitroept. In 1920 wordt hij door de Belgische regering ter dood veroordeeld. De Clercq brengt daarop zijn hele verdere leven in ballingschap door in Maartensdijk, een dorp in de provincie Utrecht. Zijn geboortehuis in het Vlaamse Deerlijk is thans museum ter zijner nagedachtenis.
  11. X . wat wals is, vals is! Sla dood! (wals= waals) is de strijdkreet die de Vlaamse volksschrijver Hendrik Conscience (1812-1883) in zijn roman De Leeuw van Vlaanderen (1938) de Vlamingen laat schreeuwen in 1302 op het Groeningheslagveld. Hugo Claus schrijft in zijn boek Het Verdriet van België: “Wat wals is vals is, sla dood! ‘De Duitsers zijn naar huis,’ zei Mama.”
  12. X . . . . . . . . . . . , Tijl, (de eeuwig jonge deugniet a la Peter Pan) symboliseert de wederopstanding van de Heel-Nederlandse gedachte. In Knokke wordt Tijl in 1935 samen met zijn Nele in marmer afgebeeld als huldeblijk aan het meesterwerk van Charles de Coster (1827-1878) La légende d’Ulenspiegel (1867). Voorpost beschouwt Tijl Uilenspiegel als het boegbeeld van de Heel-Nederlandse Zaak, dat bezongen wordt in het strijdlied Als Uilenspiegel is opgestaan en trekt door de Dietse landen. […] Hij heeft in zijn vlammende geuzenvlag het lied der opstanding geschreven.
  13. X . . . . . ik voor geen vreemden buig luidt de eerste regel van het lied Omdat ik Vlaming ben geschreven door toondichter Lambrecht Lambrechts (1865-1932) en getoonzet door Maria Matthijssens-Schewyck (1861-1916). Lambrechts wordt in 1919 als straf overgeplaatst naar de normaalschool in ’s-Gravenbrakel wegens zijn “flamingantisch non-conformisme”. In 1922 laat hij samen met Emiel Hullebroeck het maandblad Muziekwarande (1922-1931) verschijnen.
  14. X . . . outer en heerd is het strijdlied geschreven door toondichter Jef Simons (1888-1948) en getoonzet door Armand Preud’homme. In 1927 verschijnt het belangrijkste werk van Jef Simons, Eer Vlaanderen vergaat, een geromantiseerd verslag van de Frontbeweging van Vlaamse intellectuelen aan het IJzerfront tegen het Franstalige beleid van het Belgische leger waardoor vele Vlaamse soldaten in het spervuur aan de IJzer om het leven komen. Sinds 1920 wordt ter nagedachtenis van deze sneuvelde Vlaamse soldaten uit de WO1 de IJzerbedevaart te Diksmuide gehouden op de laatste zondag van augustus. In 1946 wordt de IJzertoren in Diksmuide opgeblazen. Deze misdaad wordt nooit opgelost. In de loop van de laatste decennia is de organisatie van de IJzerbedevaart in linkse handen geraakt. In 2006 laat deze organisatie een moslim bij de heropgebouwde IJzertoren spreken uit naam van de etnisch-culturele minderheden. Vlaamse nationalisten houden sinds 2003 de IJzerwake bij met monument van de gebroeders Van Raemsdonk. Omdat beide evenementen vanaf 2011 samenvallen, laat de organisatie van IJzerbedevaart haar evenement in 2013 uitwijken naar 11 november, wapenstilstandsdag van de WO1, temeer daar de IJzerwake de IJzerbedevaart heeft overvleugeld.
  15. X . . -Lieve-Vrouw van Vlaanderen is de titel van een staplied ter ere van beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen te Gent waarin Vlaamse gevoelens en Mariadevotie harmonieus samengaan. Dit Marialied is geschreven door pater August Cuppens (1862-1924) en getoonzet door componist Lodewijk de Vocht (1887-1977).
  16. X . . . . . . . , Willem, is de schrijversnaam van Alphonsus Josephus de Ridder (1882-1960). Dankzij zijn vermaarde romans Lijmen (1923), Kaas (1933, de meeste vertaalde Vlaamse roman aller tijden) en Het Been (1938) is hij volgens Simon Carmiggelt “zonder enige twijfel de grootste in onze taal schrijvende prozaïst van het ogenblik”. Hij heeft in 1947 de euvele moed gehad het Bormsgedicht te schrijven over de Vlaams-nationalistische voorman Dr. August Borms (1878-1946), die een tijdlang leraar was van op zijn middelbare school, het Antwerps Atheneum. Borms stierf als repressieslachtoffer voor het executiepeloton op 12 april 1946. Hij schreef hierover: Al werd uw oude romp in allerijl vermoord, de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord. En wat van u resteert wordt éénmaal, naar de Wet van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.
  17. X . . is de afkorting van Taal Aktie Komitee. Deze nationalistische actiegroep ontstaat in 1970 op initiatief van leden van de plakploeg van de Vlaams-nationalistische partij Volksunie (VU, 1954-2001). TAK komt op voor naleving van de taalwetten en voor de staatkundige onafhankelijkheid van Vlaanderen. In 2001 zet TAK samen met de Stichting Taalverdediging (opgericht in 2001 ter verdediging van de Nederlandse taal en cultuur en voor het behoud van het Afrikaans in zuidelijk Afrika) een demonstratie op touw voor de terugkeer van het Nederlands op Schiphol.
  18. X . . . . . en Vriend is het wachtwoord (sjibbolet) dat Vlaamse opstandelingen op 18 mei 1302 gebruiken tijdens hun nachtelijke verrassingsaanval (Brugse Metten) tegen de landvoogd van koning Filips IV van Frankrijk. Dit wachtwoord voert een in 2017 door Dries van Langenhove opgerichte Vlaams-nationalistische jongerenvereniging in haar naam. Op 16 december 2018 houdt deze samen met Voorpost, Vlaams Belang Jongeren, KVHV Antwerpen en Gent, de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) de Mars tegen Marrakesh, een massabetoging tegen het VN-Migratiepact. Volgens officiële tellingen zijn er op die dag ruim 5.500 vreedzame betogers op de been en 1000 gewelddadige tegenbetogers. Op 18 december 2018 valt de Regering Michel I over het Marrakesh Pact.
  19. X . . . . . van Heule, ons maartje, kan werken gelijk een paardje, vormen de eerste twee regels van het olijk liedje geschreven door René de Clercq en getoonzet door Emiel Hullebroeck. Het standbeeld van dit West-Vlaams meisje staat in het dorp Heule, die in 1963 zijn 850-jarig bestaan viert. Sindsdien wordt daar ieder jaar in het 2de weekeinde van september de Tinekefeesten gehouden.
  20. X . een gitzwarten hengst daar rijdt de dood is de eerste regel van het staplied Vlaamse dodendans met als keerzang (refrein) Vlaand’ren in nood! In Vlaand’ren rijdt de dood. De tekst is in 1916 geschreven door L. Van De Lende op de melodie van het Nonnentanzlied uit de 15de eeuw, bewerkt door M. van Aken. Dit lied geeft uitdrukking aan de verschrikkingen van de WO1, die Vlaanderen heeft moeten doorstaan. Het is sindsdien populair geworden bij de Heel-Nederlandse Jeugdbeweging en de Duitse Wandervogel.
  21. X . . . . . . . , Fred richt op 20 mei 1971 de Heel-Nederlandse Jeugdbeweging Scoutsverbond Delta (1971-1991) op. Dit scoutsverbond richt op de tradities van de Angelsaksische Padvinderij van Lord Baden Powell, de Duitse Wandervogel, de Blauwvoeterij van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging en Jong Dinaso (1933-1939) van Leo Poppe (1911-1997).
  22. X . . . . toch hoe sterck is het gedragen lied dat Adrianus Valerius (de Latijnse naamversie van toondichter Adriaen Valéry, 1575-1625) opneemt in zijn Nederlandtsche Gedenckclanck. Deze verzameling van geuzenliederen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) verschijnt in 1626, dus één jaar na zijn dood. De tekst ervan is doordrongen van het Nederlandse identiteitsgevoel. Sinds het nationalistische reveil van de 19de eeuw zijn deze geuzenliederen ongekend populair. Ze zijn te horen als carillongetingel op de Munt te Amsterdam en in andere steden door Heel Nederland, die gezegend zijn met zo’n klokkenspel. Velen uit ons taalgebied putten hier hun troost uit, vooral in tijden van onderdrukking zoals die nu weer overweldigend voelbaar is vanwege het globalistische imperialisme. Vandaar dat het gedicht Het Carillon (1946) van Ida M. Gerhardt thans actueler is dan ooit: Want boven in de klokkentoren na ’t donker-bronzen urenslaan ving in heel de stad te horen de beiaardier te spelen aan. Valerius: […] Nooit heb ik, wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad. Het bekendste geuzenlied, Het Wilhelmus, geschreven door Filips van Marnix (1540-1598), heer van Sint-Aldegonde, buitenburgemeester van Antwerpen tijdens het beleg en de val van Antwerpen in 1585, is sinds 1932 het Volkslied van Nederland.
  23. X . . . . . . . . . , Jeroen (1967) is Vlaams schrijver van romans en theaterstukken. Zijn roman WIL (2016) biedt een inkijk in de Vlaamse collaboratie. Dit boek wordt bekroond met de Fintro Literatuurprijs en de F. Bordewijk-prijs voor het beste Nederlandse prozaboek van 2016.
  24. X . . . . . . . . . . der Oude Nederlanden staat in het Gebed voor het Vaderland (Vlaams Studentencodex Liederboek p. 285), dat Remi Piryns (1920-2004) schrijft in het interneringskamp te Lokeren tijdens de hoogtijdagen van de repressie, gericht op uitschakeling van de Vlaams-nationalisten. Het is op 10 oktober 1944 getoonzet door zijn medegevangene, de wereldberoemde componist Gaston Feremans (1907-1964). Flaminganten, zoals Valeer Portier in 1964 en Guido Lauwaert in 2013, zien het compositorisch hoogstaander Gebed voor het Vaderland graag als vervanging van de ‘ordinaire’ De Vlaamse Leeuw met zijn gezwollen Duitse stijl uit de 19de eeuw en zijn “al te bloederig klauwende leeuw”.
  25. X . . zullen hem niet temmen is de beginregel van De Vlaamse Leeuw. In juli 1845 wordt dit lied, dat uit vrees voor de Franse annexatie van België is ontstaan, geschreven door huisarts en toneelschrijver Hippoliet van Peene (1811-1864). Hij laat zich hierbij inspireren door het Rheinlied: “Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein” van Nikolaus Becker (1809-1845). In datzelfde jaar wordt het getoonzet door Karel Miry (1823-1889) die zich laat inspireren door Sonntags am Rhein van Robert Schumann (1810-1856). De eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw worden bij het Decreet van 6 juli 1971 van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap (Nederlandse Cultuurraad, 1971-1980), voorloper van de Vlaamse Raad (1980-1996), thans het Vlaams Parlement zetelend in het Vlaams Parlementsgebouw te Brussel, uitgeroepen tot het volkslied van Vlaanderen. Op initiatief van Gemeenschapsminister van Cultuur Karel Poma wordt bij Ministerieel Besluit van 11 juli 1985 (BS 11.7.1985) de tekst en de notatie van de muziek van De Leeuw van Vlaanderen officieel vastgesteld als Volkslied van de Vlaamse Gemeenschap. Per Decreet van 7 november 1990 wordt het Volkslied (art. 5), het Wapen, de Vlag, en de Feestdag (11 juli) opnieuw vastgelegd.
  26. X . . . . . . . , Joris (1887-1951) was een priester-dichter die schreef voor het katholiek Vlaamsgezind tijdschrift Jong Dietschland en het literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort (sinds 1972 DW B), het oudste nu nog verschijnende culturele tijdschrift in het Nederlandse taalgebied.
  27. X . . . klonk uit het land van de Kerels een wekstem door Vlaanderens ruim luidt de eerste regel van Het Rodenbachlied. Dit door Clem de Ridder bewerkte lied verwijst naar Het Lied der Vlaamse Zonen van Berten Rodenbach.




Puzzel 3: De Hollandse Pot

Lekkernijen uit stad en streek

Net als ons volkslied, het Wilhelmus, een acrostichon (naamvers) is ter ere van onze Vader des Vaderlands, vormen de eerste letters van de 48 invuloefeningen hieronder een zinsnede uit het jolig liedje waarmee wij ons moed inzingen in barre tijden of dat wij uit volle borst aanheffen als onze magen beginnen te knorren op weg naar een vakantiebestemming.

  1. X . . . . . . mosselen waren vroeger alleen maar verkrijgbaar in de maanden met een ‘r’, nu van juli tot april.
  2. X . . . . . . . . . is Amsterdamse worst van mager rundvlees met Indische kruiden zoals peper, kruidnagel en nootmuskaat.
  3. X . . . . . hutspot en haring met wittebrood eten wij op 3 oktober.
  4. X . . . . . . . meisjes zijn hardgebakken gistdeegkoekjes bestrooid met suiker. Deze lekkernij is bedacht door bakker Hagdorn in 1829.
  5. X . . . . . . . . is van magere melk met kruidnagel en komijn. Deze kaas werd in Friesland speciaal voor de VOC-scheepsbemanning gemaakt.
  6. X . . . . . . . worst bestaat uit gekookt varkensvlees en wordt gegeten als broodbeleg en borrelhap.
  7. X . . . . . . . kruidkoek gevuld met gekonfijte sinaasappelsnippers is een smulproduct van deze IJsselstad.
  8. X . . . . . . . . . worden in Noord Brabant beschouwd als een traditionele lekkernij.
  9. X . . . . . . . . kersenvlaai is een lekkernij uit de geboortestreek van Geert Wilders.
  10. X . . . . . . . . . . . . . . . . is een uitgesproken consumptiepaddenstoel. Deze boleet wordt in veel Nederlandse gerechten verwerkt zoals in jachtschotels en in walnotentaart.
  11. X . . . . . . . . . zijn mini-pannenkoekjes van tarwebloem en boekweitmeel.
  12. X . . . . . . kaas is een bolvormige harde kaassoort die sinds onze Gouden Eeuw wereldwijd bekend is. Deze kaassoort speelt de hoofdrol in meest vertaalde Nederlandstalige roman in Vlaanderen Kaas van Willem Elsschot.
  13. X . . . . . . . . . . . zijn visfilets die door een beslag van water, meel en zout gehaald zijn om dan gefrituurd te worden.
  14. X . . . . . . . kruiden of specerijen zijn plantaardige smaakmakers die sinds de VOC-tijd in typisch Nederlandse gerechten worden gebruikt zoals in Friese nagelkaas (kruidnagel) en speculaas (kaneel en kruidnagel).
  15. X . . . . . . . . . . is een methode van Scheveningse vissers om haring te vangen.
  16. X . . . is gemaakt van zoethoutwortelsap en salmiak: 80% van de Nederlanders snoepen ervan.
  17. X . . . . . . . . . . van wild (sterke smaak) of tam (zachtere smaak) gevogelte wordt vooral in de herfst opgediend met pruimen als vulling en paddenstoelen- of sinaasappelschilsaus, met een scheut Port of Cointreau.
  18. X . . . . . . . . . . . . zijn rozijnen op brandewijn, lekker voor op de pannenkoek.
  19. X . . . . . . is magere haringfilet rond een augurk (zure bom) met een houten tandenstoker er dwars doorheen.
  20. XX . . . . . heb je extra als je na het schaatsen gaat smullen in een koek-en-zopie kraam.
  21. X . . . . . . . . . strooit Zwarte Piet rond als hij ergens binnen- of langskomt waar kinderen juichen voor Sinterklaas.
  22. X . . . . . . . . . zijn gefrituurde gistdeegbollen met rozijnen waar wij met Oud en Nieuw van smullen.
  23. X . . . . . . . stopt Sinterklaas in de schoentjes van zoete kinderen.
  24. X . . . . . . . . . . . . . . die Abraham voorstellen, krijgen Nederlandse mannen op hun vijftigste verjaardag.
  25. X . . . . . . . . . . . . . . . . . eten wij als zoet beleg op brood terwijl we zingen: “Het hagelt, het hagelt, grote korrels Venz!”
  26. X . . . . . zijn snoepjes met koffie- en karamelsmaak, bedacht door baron Hendrik Hop (1723-1808) in Den Haag.
  27. X . . . . . . . . – en consumptieaardappelenexport: Nederland staat nummer één op de wereldranglijst met zijn wereldmarktaandeel van 18,4%, gevolgd door Frankrijk (13,8%), Duitsland (8,9%) en China (6,5%) voor het jaar 2017.
  28. X . . . . . . drop is een mix van veelkleurige dropjes met anijs- en kokossmaak.
  29. X . . . . . . boerenmeisjes zijn abrikozen op brandewijn, lekker bij de pannenkoek.
  30. X . . . . . streekgerecht dat wereldberoemd werd door de jeugdroman Bartje (1935) van Anne de Vries, waarin dit rebelse knaapje de gevleugelde woorden sprak: “Ik bid nie veur brune bonen!”
  31. X . . . . . . . . . . . zijn met Oud en Nieuw te koop in oliebollenkramen.
  32. Nederlanders zijn ‘s winters gek op hutspot. Dat is aardappelstamppot met winterpeen en klapstuk.
  33. X . . . . . . Hollands zijn de kaasmarkten in Alkmaar, Edam, Hoorn, Gouda en Woerden.
  34. X. . . . . . . . . is zacht gekookte rijst in melk met suiker en een snufje zout. Dit nagerecht is hèt Nederlandse symbool voor overvloed.
  35. X . in de pan gebraden en met het geel nog ietsjes rauw heet een uitsmijter.
  36. X . . . is een spotnaam voor domoren en Kampenaren. Maar Kampenaren beschouwen dit scheldwoord als hun ‘geuzennaam’. Vandaar dat zij jaarlijks fier hun ui(t)dagen vieren.
  37. X . . . . . . . zijn fris zure appels in taartpunten bij de koffie of thee op een zonnig terrasje.
  38. X . . . . . . . . . . . . is het tegenovergestelde van anorexia. Dus opgepast! De Hollandse pot is zó lekker dat je hieraan kan lijden!
  39. X . . . is een vernederlandst woord van het Franse nougat. Met een laagje chocolade eromheen wordt deze zoete lekkernij in Noord Nederland bonbon genoemd, terwijl die in Zuid Nederland praline heet.
  40. X . . . . . . . . . . . . , of ‘verloren brood’ in het Vlaams, zijn in melk met eierstruis geweekte sneetjes (oud) witbrood, in boter gebakken. Flauwe mop: stewardessen in helikopters worden ook zo genoemd.
  41. XX . . . . . . van lange vingers, eidooiers, advocaat, (vanille)suiker en bestrooid met chocoladevlokken, is een typisch Nederlands nagerecht.
  42. X . . . . . . . . . . gerechten worden in binnen-en buitenland opgediend onder de gemeenschappelijke noemer: de Hollandse pot.
  43. X . . . . . . . . . . . . . is Leidse hutspot geen aardappelstamppot omdat in 1574, het jaar van het Leids ontzet, deze nachtschade-knollen uit Zuid Amerika nog geen volksvoedsel was.
  44. X . . . . . kaas wordt jaarlijks op de kaasmarkt voor de Waag vlak bij de Sint Janskerk (de langste kerk van Nederland) verkocht door mannen en vrouwen in boerenkledij.
  45. X . . . . . . . . . . is de naam voor het plantengeslacht van de aardappel, die vanaf de 18de eeuw (voor het eerst in Friesland) ons volksvoedsel wordt in de functie van ‘maaltijddrager’.
  46. X . . . . . . . . . hebben wij Nederlander niet nodig omdat Heineken dankzij een wereldmarktaandeel van 11,2% (jaar 2017) nummer 2 staat, Grolsch (met als internationaal handelsmerk Asahi) dankzij zijn 3% wereldmarktaandeel nummer 7, en het Brabantse familiebedrijf Bavaria dankzij zijn 0,4% (dat is toch nog 7,3 miljoen hectoliter!) wereldmarktaandeel nummer 29 staat op de ranglijst van grootste bierbrouwers ter wereld.
  47. X . . . . . vaatje met daarin 45 stuks Hollandse Nieuwe (haring) wordt met Vlaggetjesdag in Scheveningen bij opbod verkocht voor het goede doel.
  48. X . . . . verklaard door etnisch profilerend links zijn moorkoppen, negerzoenen, jodenkoeken, paaseieren, kerstkransjes, zigeunersaus van Unilever enzovoort.




Puzzel 2: De Tachtigjarige Oorlog

Vul op de opengelaten plekken de ontbrekende woorden in. Stel daarna een letterreeks samen uit de letters van de namen zoals aangegeven met een kruisje ( dus de 1ste, 5de, 7de … enzovoorts letter te nemen ). De oplossing is de titel van een beroemde roman, die uitdrukking werd van het Nederlandse zelfbewustzijn tegenover de Duitse bezetting.




Puzzel 1: Nederlandse volksmuziek!


Vul op de opengelaten plekken de ontbrekende woorden in. Stel daarna een letterreeks samen uit de letters van de namen volgens deze cijferreeks ( dus de 1ste, 2de, 1ste … enzovoorts letter te nemen ):

12.1.1.3. 1.2.3. 1.2.2.1.1.1. 5.5.5. 1.8.4.1.5.3. 4.2.2.3.

Als je deze lettercode kraakt krijg je de eerste zin van een Nederlands volksliedje. O ja, en ook nog veel luisterplezier toegewenst als je YouTube als zoekmachine gebruikt!





* De denktank ‘Michiel Adriaanszoon de Ruyter’ is een ad hoc wisselend gezelschap van vaderlandslievende academici die hun hersensspinsels en pennenvruchten ter beschikking stellen aan iedereen die deelneemt aan het publieke debat over politieke, wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele vraagstukken. Hiermee wil de denktank zijn steentje bijdragen aan een democratische dialoog over alle onderwerpen, ongeacht taboes die erop rusten of dreigementen hiertegen worden uitgebracht door de moralistische ‘gedachtenpolitie’. De denktank doet dit in de overtuiging dat wij leven in een democratisch land, waar de vrijheid van mening grondwettelijk is gewaarborgd en respect voor andermans meningen verankerd is in onze Westerse beschaving.



Afbeelding: ‘Sky_puzzle.jpg’, bijgesneden. © Fotograaf: Jared Tarbell. bron: Wikimedia, licentie.
Afbeelding: ‘Slag_bij_Nieuwpoort_-_Nicaise_De_Keyser.jpg’. bron: Wikimedia, in het publieke domein. Dit schilderij van Nicaise de Keyser (1813-1887) uit 1843 toont een zegevierende Prins Maurits in de Slag bij Nieuwpoort (1600) met rechts op de voorgrond de verslagen Spaanse legeraanvoerder Francisco de Mendoza.
Afbeelding: ‘Maassluis, de Furie foto2 2008-10-04 13.27.JPG’. © Fotograaf: Michielverbeek. bron: Wikimedia, licentie.
Afbeelding: ‘Snert.jpg’, bijgesneden. bron: Wikimedia, in het publieke domein.
Afbeelding: ‘GCF – Battle of the Golden Spurs.png’. bron: Wikimedia, in het publieke domein.
Afbeeldning: ‘20200820_093404.jpg’, bron: privécollectie van de auteur. © Identiteit Nederland. Afgebeeld zijn de vulkanen beschreven in de begeleidende tekst van de puzzel “Indisch eten!¨.



© puzzels: Identiteit Nederland



___

Dit is de website van de politieke partij IDNL, een initiatief van de culturele vereniging ‘Identiteit Nederland‘. Voor vragen en contact klikt u hier.


Post dit bericht op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *