+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Vaderlands puzzelen

Vaderlands puzzelen

INDL zal hier met telkens een tussenpauze enkele puzzels publiceren uit het het boekje ‘Vaderlandse Filippines’. De verschijning van deze reeks speelse bedenksels van de denktank Michiel Adriaanszoon de Ruyter *) is gepland voor het najaar van 2020 of voorjaar van 2021. De nieuwste puzzel plaatsen we telkens bovenaan.

Zend uw oplossing van deze puzzels naar info@idnl.org en maak kans op een gratis exemplaar! Hoe meer goede oplossingen iemand inzendt van deze puzzel en van de nog te verschijnen puzzels, hoe groter de kans wordt dat hij zo’n gratis exemplaar via de post toegestuurd krijgt.

Sluitingsdatum voor deelname aan verloting van het boekje wordt vermeld bij publicatie van de laatste nog te verschijnen puzzel.


Standbeeld van Wilhelmina Drukker, eigen fotocollectie.

puzzel 6: De vrouw in de Nederlandse samenleving


De eerste letter van elk van de 29 invuloefeningen hieronder vormt met elkaar de ‘wekroep’ die op de sokkel gebeiteld staat van het standbeeld van Wilhelmina Drucker (1847-1925).

  1. . . . . . . . . . . . . . . . . wordt in Nederland ingevoerd in twee stappen. De eerste stap is invoering van het passief (= gekozen kunnende worden) kiesrecht bij Grondwetwijziging van 1917. De tweede stap bestaat uit de inwerkingtreding van de Initiatiefwet Marchant ten behoeve van het actief kiesrecht voor vrouwen op 28 september 1919. In 1922 worden beide wetten samengevoegd in het kader van een grondwetwijziging. Sindsdien is het Algemeen Kiesrecht voor Mannen én Vrouwen als grondrecht verankerd in de Nederlandse rechtsorde.
  2. . . . . van Europa wordt bij het Verdrag van Londen op 5 mei 1949 opgericht door 10 lidstaten: Benelux, Groot Brittannië, Frankrijk, Italië, Ierland, Denemarken, Noorwegen en Zweden. De RvE pretendeert een belangrijke rol te spelen in het bevorderen van gelijke rechten voor man en vrouw. Dit streven stoelt op de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens (EVRM) artikel 1: “Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid geboren.” En artikel 2 EVRM beklemtoont dat er in de rechten en vrijheden van de mens geen onderscheid gemaakt mag worden naar geslacht (sekse, kunne, gender). Op 11 mei 2011 scoort de RvE een succes door zijn leden het RvE-Verdrag van Istanboel te laten ondertekenen. Hierin staat het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huislijk geweld centraal. Binnen de RvE is ook een Commissie Gendergelijkheid actief. Zij treedt op als waakhond tegen mogelijke inbreuken op het beginsel van gelijke rechten voor man en vrouw in RvE-beleidsmaatregelen. Maar als het gaat om de ondergeschikte positie van de vrouw tegenover de man in de sharia houdt de RvE zich koest. In dit islamitische rechtsstelsel geldt de vrouw als een halve man omdat daar de getuigenis van één man gelijk staat aan die van twéé vrouwen. Deze rechtsregel is in strijd met de hierboven aangehaalde artikelen 1 en 2 EVRM. Uit recente opinieonderzoeken in Nederland blijkt dat een meerderheid van de moslimimmigranten de sharia plaatst boven de grondwet en de wetten van ons land waarin voornoemde artikelen 1 en 2 EVRM opgenomen zijn. Toch weigert de RvE binnen zijn organisatie een debat te voeren over het verband tussen de groei van sharia-aanhangers in de RvE-lidstaten en de statistisch significante toename van geweld tegen vrouwen, homo’s en joden in deze landen. Ook onderwerpen als ‘het huwelijk als vrouwengevangenis’, veelwijverij (polygamie) en verminking van geslachtsdelen van minderjarigen worden niet met de lidstaten besproken.
  3. . . . . . is een feministisch Maandblad dat in 1972 opgericht is door Wim Hora Adema (1914-1998) en Hedy d’Ancona (*1937). Dit maandblad brengt jaarlijks de Opzij Top 100 uit van de belangrijkste vrouwen in het besproken jaar. Uit een onderzoek in 2014 blijkt dat 95% van deze vrouwen blank zijn, 94% tussen de 40 en 65 jaar oud en bijna 90% academisch geschoold. Na het vertrek van Ciska Dresselhuys (zie elders in deze puzzel) als hoofdredacteur in 2008 – zij waagde het de hoofddoek te bestempelen als een vrouwonderdrukkend symbool – vinden veel lezers dat Opzij steeds verder opschuift naar links. Feministische geluiden uit het centrum en de rechterhoek van het politiek spectrum worden amper gehoord. Dit doodzwijgen van politiek incorrecte meningen wil Caroline Franssen doorbreken. Vandaar dat zij in april 2020 het feministische blad Voorzij opricht. Als er nú een Top 10 van de invloedrijke Nederlandse vrouwen opgesteld wordt, dan zal de redactie van Opzij vermoedelijk louter ‘politiek correcte’, establishment-feministen aanwijzen zoals 1. Kajsa Ollongren (*1967), D’66 Vicepremier en Minister van Binnenlandse Zaken & Koninkrijkrelaties in Kabinet Rutte III; 2. Cora Nieuwenhuizen (*1963), VVD-Minister van Infrastructuur en Waterstaat in Kabinet Rutte III; 3. Femke Halsema (*1966) GroenLinks (GL-)Burgemeester van Amsterdam sinds 2018; 4. Lilian Marijnissen (*1985), Socialistische Partij (SP-) Fractievoorzitter Tweede Kamer sinds 2017; en 5. Ank Bijleveld (*1962), CDA-Minister van Defensie in Kabinet Rutte III. Om de schijn van politieke eenzijdigheid te vermijden zou deze lijst aangevuld moeten kunnen worden met ‘politiek incorrecte’ feministen zoals 6. Fleur Agema (*1976), PVV Tweede Kamerlid met de zorgsector als aandachtsgebied; 7 Machteld Zee (*1984), Onderzoeker bij de Nationale Politie en schrijfster van het RUL-Proefschrift (met als promotor FvD-Eerste Kamerlid Paul Cliteur) Heilige Identiteiten: sharia-rechtbanken in Groot-Brittannië; 8. Jenny Douwes (*1978), zelfstandig ondernemer en sinds 2019 FvD-lid. Zij verwierf landelijke bekendheid als Blokkeer-Friezin in het Zwartepietendebat; 9. Caroline Franssen, jurist, oprichter & hoofdredacteur van de tegenpool van Opzij: het feministisch blad Voorzij, spreekbuis van het verzet tegen de Zelf-Identificatiewet; en 10. Eva Vlaardingerbroek (*1997), FvD-lid en rechtsfilosoof met als aandachtsgebieden feminisme en sharia.
  4. . . . . . . is een leenwoord uit het Engels dat voorkomt in het Groene Boekje, Woordenlijst Nederlandse Taal 2005, p. 888. Het slaat op een vrouw die bewust kiest voor een mannenrol in haar leven. Met dit gedrag doorbreekt zij het rollenpatroon dat sinds de kerstening (496: doop van Frankenkoning Chlodwig) van onze contreien het leven van alledag is gaan beheersen. Het gevolg hiervan is dat een sekseapartheid voet op Nederlandse bodem heeft gekregen. In de loop van de afgelopen eeuwen wordt nogal eens de hand gelicht met deze apartheid. Een overbekend Nederlands volksliedje (zie Vaderlands Puzzelen op deze webstek) maakt hier gewag van in de tekst: “Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen als lichtmatroos.” Deze voor vele tijdgenoten verrassende mededeling sluit aan bij bevindingen van een recent onderzoek dat er in de afgelopen eeuwen veel meisjes en vrouwen zich als man verkleedden om dienst te doen in leger, vloot of koopvaardij; zie Rudolf Dekker en Lotte van de Pol, Vrouwen in mannenkleren: de geschiedenis van een tegendraadse traditie: Europa 1500-1800, Wereldbibliotheek Amsterdam 1989. De oude Friezen, Franken, Saksen daarentegen, staan vreemd tegenover de door de Bijbel opgelegde sekse-apartheid. De Friezen hebben zelfs een krijgsgodin (zie elders in deze puzzel onder Baduhenna). Deze Germaanse voorouders van ons, die de huidige provincies Friesland, Noord- en Zuidholland leefden, waren niet alleen buren van, maar ook etnisch en cultureel verwant met, de Vikingen in Scandinavië. Uit recent DNA-onderzoek van een lijk uit een in 1889 gevonden graf te Birka (Zweden) blijkt dat het gaat om een vrouwelijke krijger met een naar alle waarschijnlijkheid hoge militaire rang; zie Scientias, 12 september 2017: “DNA bewijst: ook vrouwen konden Viking-strijder worden”. Zolang dit DNA-onderzoek nog niet bestond, werd voetstoots aangenomen dat Vikingen, begraven met strijdwapens (speer, zwaard, bijl), mannen zijn. Dankzij DNA-onderzoek blijkt nu dat ook vrouwen met wapens werden begraven, in sommige gevallen bijna de helft van de onderzochte graven ( zie hier ) In een schriftelijke overlevering over een veldslag tussen Viking-huurlingen (Varjagen) in het Byzantijnse Rijk en hun tegenstanders staat dat lijkenrovers tot hun verbazing hebben moeten vaststellen dat een aantal van de door hen ontblote gesneuvelden vrouw is. Door de Ontzuiling en Ontkerkelijking, waarvan sinds de 1960er jaren sprake is in Nederland, is sekse-apartheid in hoog tempo afgeschaft op scholen en in openbare ruimtes. Maar vanaf de 80er jaren lijkt sekse-apartheid weer even snel terug van weggeweest. Dit is vooral vast te stellen op Islamitische scholen, in zwembaden en steeds meer openbare ruimtes. Zelfs de collegezalen op sommige universiteiten worden blootgesteld aan deze vrouw- (én man-)onvriendelijke scheiding van geslachten. En tóch maken discriminatiemeldpunten, mensenrechtenorganisaties en (‘politiek correcte’) feministen hier geen werk van. Hiermee negeren zij het feit dat artikel 1 van de Grondwet, artikel 1 jo 2 EVRM en de Nederlandse strafrechtbepalingen gelden voor iedereen die zich in ons land bevindt, en dus niet alléén voor autochtone Nederlanders. In gebieden buiten moslimenclaves gaat de afbraak van genderapartheid (voorlopig?) gewoon door. Zo gooit vrouwenvoetbal nu hoge ogen. En in de paardensport is de meerderheid van vrouwelijke deelnemers zó prominent aanwezig dat sommigen de neiging hebben te spreken van ‘een typische vrouwensport’. Verder kennen vanaf de 70er jaren alle ziekenhuizen geen aparte mannen- en vrouwenafdelingen meer (wat voor veel problemen zorgt onder moslimimmigranten).
  5. . . . . . . . betekent ‘voor beide seksen gelijk’ en is synoniem aan geslachtsblindheid en sekse-gelijkheid. Dit woord duikt in de 1960er jaren op en sindsdien in de Van Dale opgenomen. Op rijksoverheid.nl/onderwerpen/vrouwenemancipatie staat achter ‘vrouwenemancipatie’ tussen haakjes ‘gendergelijkheid’. Onder dit hoofdje wordt het onderwerp Veiligheid van meisjes en vrouwen besproken: “Van alle Nederlandse vrouwen was 34% ooit slachtoffer van seksueel geweld. […] Het grootste deel van de daders is man.” Maar dan wordt een zin die er logischerwijs op volgt, weggelaten: “Het grootste deel van deze mannen zijn …rara…? Het antwoord staat in de CBS-misdaadstatistieken. Het stelselmatig doodzwijgen van ‘politiek incorrect’ cijfermateriaal frustreert immers het vinden van een doeltreffende oplossing voor gevaar van verkrachting, aanranding en andere vormen van geweld, waar vrouwen en meisjes in de huidige Nederlandse samenleving in toenemende mate aan bloot gesteld worden.
  6. . . . . . . . . . . Drucker (1847-1925) is de belangrijkste activiste tijdens de Eerste Feministische Golf (1880-1925) in Nederland. Zij richt in 1889 samen met vrouwen van de Sociaal-Democratische Bond de Vrije Vrouwen Vereeniging (VVV) op. Hier spruit in 1894 de politiek-neutrale Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht uit voort. In 2009 stelt de Universiteit van Amsterdam de Wilhelmina Drucker-leerstoel in met als leeropdracht: “De politieke geschiedenis van gender in Nederland”. Mieke Aerts is de eerste hoogleraar op deze leerstoel. Een spotnaam van Wilhelmina Drucker is Dolle Mina. Vanaf 1970 gebruikt een feministische actiegroep dit scheldwoord als geuzennaam voor hun deelnemers. Op 23 januari 1970 organiseren deze dolle mina’s, in navolging van de korsetten-verbranding door suffragettes tijdens de Eerste Feministische Golf (1880-1925), een openbare verbranding van bustehouders. Deze protestdaad vindt plaats bij het standbeeld van Wilhelmina Drücker. Dit is een schepping van beeldhouder en verzetsstrijder Gerrit van der Veen. Met deze ludieke actie, waarbij de bustehouder als symbool van vrouwenonderdrukking wordt gezien wordt de Tweede Feministische Golf (1970-1980) ingeluid. Vandaag de dag is, als wij feministen mogen geloven, de Derde Feministische Golf (2001-?) aan de gang. Nu is dus het wachten op dolle-mina-acties tegen (multiculturele) uitingen van vrouwonvriendelijk gedrag (spugen, ‘hoer’ sissen naar té Westers geklede vrouwen en meisjes) en andere vormen van vrouwendiscriminatie.
  7. . . . . . . . . , Wilhelmina (Miep, schrijversnaam Harriët Freezer, 1911-1977) staat bekend als huis-tuin-en-keuken-feministe omdat zij in haar proza alledaagse vrouwenkwesties met de nodige humor aankaart. Ook vermijdt zij het om pralend gebruik te maken van aanmatigende woorden zoals ‘feminisme’ en ‘emancipatie’. In 1968 richt zij samen met Hedy d’Ancona en Joke Smit de Vereniging ter Bevordering van de Emancipatie van de Vrouw onder de naam Man Vrouw Maatschappij (MVM) op. Vanaf 1972 tot haar dood is Miep Eybergen betrokken bij het feministische tijdschrift Opzij. Sinds 1978 reikt dit blad de Harriët Freezer-ring uit aan een persoon of instantie die zich inzet voor de belangen van de vrouw.
  8. . . . . . . . . . . is een Germaanse-Keltische watergodin. Zij wordt in de 2e en 3e eeuw na Chr. vereerd door schippers en kooplieden die betrokken zijn bij de handel tussen het Rijnland (Keulen e.o.) en het eiland Brittannia. De Scheldemond vormt de oversteekplaats voor deze bloeiende handel. In deze bochtige kustlijn aan de Noordzee zijn twee van haar tempels teruggevonden. De tempel te Domburg deelt Nehalennia met Jupiter, Neptunus en Victoria. En een levensgrote replica van haar eigen tempel op Colijnsplaat (Ganuenta) is vanaf 2005 te bezichtigen door het publiek. Een hedendaagse vertaling van de naam Nehalennia is Nevelin. Deze naam roept associaties op met Nibelungen. Dat zijn afstammelingen van de legendarische Rijnkoning Nevelzoon. Ook kan deze naam in verband gebracht worden met de Scheldemond waar het vaak nevelig is met alle gevaren van dien voor de scheepvaart. Vooral omdat daar zoveel zandbanken en verraderlijke kuststromingen zijn. Schippers en kooplieden kunnen in deze de wateren dus gauw verdrinken of hun schip kwijtraken, inclusief hun kostbare lading zoals Rijnwijn, Keuls aardewerk, vissaus en zout. Uit deze wateren zijn vanaf 1647 tot op heden zo’n 300 votiefstenen met inschrift (188 – 227 na Chr.) gewijd aan Nehalennia, opgevist. Omdat je in water kan verdrinken wordt Nehalennia ook beschouwd als doodsgodin. In deze hoedanigheid wordt zij in verband gebracht met Nevelheim. Dat is de Germaanse onderwereld waar de zielen van onze voorouders toeven. Vandaar dat Nehalennia weleens wordt afgebeeld met een hond aan haar zijde. Dit dier belichaamt zowel de hellehond als de (echtelijke) trouw. Maar water is ook een zegen voor de visserij en de vrachtvaart. Vandaar dat zij, net als Neptunus, op sommige wijstenen wordt afgebeeld met één voet op een schipboeg of met een roer aan haar zijde. Het Scheldewater schenkt bovendien vruchtbaarheid aan het land eromheen. Vandaar dat Nehalennia tevens gezien wordt als vruchtbaarheidsgodin. Diezelfde zeelieden, wier Keltische, Germaanse en verromeinste namen op hun votief-inscripties staan gebeiteld, beloven hun gevreesde beschermvrouwe een dure votiefsteen in ruil voor een behouden overtocht en een winstgevende thuiskomst van hun handelsreis. Bovendien zien zij Nehallenia als hun hoedster van huis en haard, iets waar ze onderweg op zee immers intens naar verlangen. In verband hiermee staat Nehalennia op de opgeviste votiefstenen afgebeeld met een appel op haar schoot of een fruitmand naast haar zetel. Dit zijn, nét als de Romeinse Hoorn des Overvloeds (cornucopia), Germaanse en Keltische vruchtbaarheidssymbolen. Aanhangers van het christendom gruwen van deze heidense zinnebeelden. Bovendien draagt het vrouwonvriendelijk wereldbeeld van het Oude Testament ertoe bij dat er na de kerstening van onze voorouders steeds meer met wantrouwen, ja, met minachting néérgekeken wordt op de vrouw met alle gevolgen van dien. Dit in tegenstelling tot onze Keltische en Germaanse voorouders. Zij kijken in de regel eerbiedig óp naar de vrouw. Voor hen is de vrouw iemand met autoriteit, een moeder-de-vrouw met de huissleutels rinkelend aan haar gordel, de baas in huis, vooral als manlief op handels- of roofreis is. Maar ook in overheidszaken én in de strijd blaast de vrouw als profetes, zieneres en krijgster haar partij mee. En in de zorg en gezondheidskwesties treedt zij op als genezeres en therapeute. In al deze hoedanigheden zien kerkfunctionarissen haar als ‘concurrent’. Vandaar dat clerici geneigd zijn de meest onafhankelijk optredende personen onder hen – met andere woorden, de meest geëmancipeerde vrouwen – af te schilderen als boze heksen, giftige toverkollen en valse kruidenvrouwtjes. Onder het mom van bestrijding van ketterij en heidens bijgeloof gaan kerk en bestuurlijke elite hand in hand over tot een ware heksenjacht op deze vrouwen. Vooral als hun slachtoffers maatschappelijk kwetsbaar zijn, lukt het hen deze zondebokken van hun eigen geloofsijver en frustraties, vaak na gruwelijke martelingen, naar de brandstapel te slepen. Het hysterisch hoogtepunt van deze heksenjachten door heel Europa vindt plaats in de periode tussen 1450 en 1750. In totaal worden er naar schatting toen zo’n 30.000 tot 60.000 ‘heksen’ verbrand, van wie 80% vrouw.
  9. . . . . . . . . . (1200? – 1248?) is een mystica uit het hertogdom Brabant. Gedurende haar godsvruchtig leven schrijft deze charismatische taalkunstenares in de volkstaal. In haar tijd was dit diets, een taalkundige term voor (de Brabantse variant van) het Middelnederlands. Van al haar geschriften zijn 45 liederen (‘strofische gedichten’), 31 brieven, 16 rijmbrieven (‘mengeldichten’), 14 visioenen en 1 Lijst van Volmaakten (als bijlage bij haar visioenen) bewaard gebleven. Ze zijn te vinden in Handschrift A (1340-1380), Handschrift B (1380-1430), Handschrift C (1340-1400) en Handschrift R (ca 1500). Vermoedelijk is zij een begijn. Deze speculatie stoelt op aansporingen in brieven aan haar gelijkgestemde vriendinnen om als godsvruchtige vrouw (mulier religiosa) te leven, maar dan zónder kloostergelofte af te leggen. Deze vrouwen kunnen haar raad alléén volgen als zij in staat zijn zelfstandig in hun onderhoud te voorzien door te beschikken over inkomsten uit eigen arbeid en/of voldoende familievermogen. De mannelijke tegenhanger van begijn luidt begard. Paus Innocentius II geeft in 1216 zijn zegen aan deze niet-orde-gebonden wijze van godsdienstige beleving. Hierdoor komt de Begijnenbeweging tot grote bloei, vooral in Vlaanderen, Brabant en de Rijnstreek. De clerus is hier niet gelukkig mee. Met argwaan bekijken deze kerkfunctionarissen – en vooral de ordegeestelijken onder hen die wél een kloostergelofte hebben afgelegd (of moeten afleggen) – dit steeds populair wordende verschijnsel van zelfbewuste en economisch onafhankelijke – met andere woorden ‘geëmancipeerde’ – vrouwen. Misschien wel uit broodnijd beschuldigen deze clerici steeds meer begijnen van ketterij. Dit loopt zo uit de hand dat er op een gegeven moment sprake is van een heuse begijnenvervolging. Hadewijch tekent tegen deze ‘heksenvervolging avant la lettre’ protest aan. Demonstratief noemt zij als laatste persoon in haar lijst van tijdgenoten die zij als ‘Volmaakten’ beschouwt: “een begijn die door meester Robbeert werd terechtgesteld”. Zij bedoelt hiermee de vrouw die ter dood veroordeeld werd door Robert le Petit. Deze Dominicaan laat in 1236 tot en met 1239 als pauselijke inquisiteur van de Nederlanden en Noord-Frankrijk meer dan 260 mensen afvoeren naar de brandstapel. Mede door de moedige houding van Hadewijch in deze kwestie kennen geschiedkundigen haar een sleutelrol toe in de vroege Begijnenbeweging van de 13de eeuw. Sommigen gaan zelfs zover door haar te vereenzelvigen met Heilwige Bloemaert alias Bloemardine (1265-1335). Van deze Brusselse begijn heeft het naoorlogse stadsbestuur van Brussel een beeld aan de gevel van het stadhuis laten plaatsen. In 1975 wordt Bloemardine op deze plek herdacht als de eerste Brusselse feministe.
  10. . . . . . . . . . . . . . van de vrouw wordt volgens sharia-critici zichtbaar in de wettelijke hoofddoekplicht voor vrouwen in Iran, Saudi Arabië en in kledingvoorschriften (boerka, nikab enz.) van steeds meer islamitische landen. Waar zo’n wettelijke plicht (nog) niet bestaat, wordt de overheidsdruk, zoals in Turkije, of de maatschappelijke druk, zoals in buurten en wijken met moslimmigranten, steeds verder opgevoerd. Kortom, hoe vrouwonvriendelijker de mores zijn van een land of een moslim-enclave, hoe zichtbaarder vrouwenonderdrukking wordt in het straatbeeld.
  11. . . . . . . . . . . . boven de vrouw is de man, althans volgens de Bijbel. Zo wordt in Genesis 2:22-23 duidelijk gemaakt dat de man in rangorde boven de vrouw staat met het verhaal: ”En de Here God bouwde de rib, die hij uit den mens genomen had, tot een vrouw, en hij bracht haar tot den mens. Toen zeide de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal mannin heten, omdat zij uit de man genomen is.”, zie Nieuwe vertaling op last van het Nederlandsch Bijbelgenootschap bewerkt door de daartoe benoemde commissies, Amsterdam 1960. Dit scheppingsverhaal staat aan de wieg van de cultuurgebonden karakterisering van de vrouw als vertegenwoordiger van het zwakke geslacht (sexus imbecilitas).
  12. . . . . . . , Jenny, is initiatiefnemer van de blokkade van tientallen Friezen op de A7-snelweg ter hoogte van Oudehaske. Tegenstanders van Zwarte Piet, van wie velen zich agressief en soms zelfs gewelddadig profileren op de sociale media en die hierdoor bij voorbaat voor veel onrust onder de Dokkumer gemeente hebben gezorgd, worden dankzij dit moedig optreden verhinderd in hun opzet de landelijke intocht van Sinterklaas te verstoren. Op deze wijze wordt voorkomen dat zo’n traditioneel kinderfeest ontaardt in een manifestatie met veel geschreeuw, beledigingen en gevaar voor geweld voor al die kinderen en ouders die ervan uit mogen gaan dat de intocht feestelijk en veilig verloopt. En toch kennen politie en justitie voorrang toe aan het grondwettelijke recht van meningsuiting van de demonstranten ten koste van het recht van de ‘blokkeerfriezen’ om gevaarzetting voor kinderen en hun ouders te voorkomen. Als gevolg hiervan wordt Douwes samen met 33 van haar blokkadegenoten veroordeeld door de rechtbank. Zij krijgt de hoogste straf. Dat is 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand wegens opruiing. In hoger beroep wordt deze straf teruggedraaid tot 90 uur taakstraf. In oktober 2018 verschijnt zij op de beeldbuis in RTL Late Night. Tegen alle afspraken in neemt de als statushouder erkende Ghanese asielzoeker Jerry Afriyie plaats aan de debattafel. Afriyie staat bekend om zijn agressieve uitspraken over dit oer-Nederlandse kinderfeest op grond van zíjn interpretatie van, en uit frustratie over, de figuur van Zwarte Piet. Op haar verzoek wordt Afriyie verwezen naar een plaats tussen het publiek. In december 2019 maakt deze Friese ondernemer bekend dat zij lid geworden is van Forum voor Democratie. Al met al is zij in de ogen van vele Nederlanders hét voorbeeld van een ‘politiek incorrecte’ feministe die de euvele moed heeft gehad zich teweer te stellen tegen gevaarzetting voor kinderen en hun ouders die – zich van geen kwaad bewust – afkomen op een al eeuwenlang in Nederland gevierd kinderfeest dat tot ons immaterieel erfgoed behoort.
  13. . . . . . . . . . . . , Ciska (*1943), is van 1981 tot en met 2008 hoofdredacteur van het feministisch maandblad Opzij. Haar oproep in 2001 om een Derde Feministische Golf op te starten met als focus: emancipatie van de moslimvrouw, heeft veel discussie losgemaakt. Zij wordt hierin met raad en daad bijgestaan door Ayaan Hirsi Ali (*1969 Mogadishu, Somalië) die sinds 1995 haar stem verheft tegen het vrouwvijandige karakter van de Islam. In verband hiermee benadrukt deze Opzij-hoofdredacteur: “De hoofddoek is in zijn oorsprong een vrouwonderdrukkend symbool. Als een vrouw zich wil onderscheiden als moslima, waarom kiest ze dan niet voor een ander symbool? Je kan niet in je eentje een andere betekenis geven aan zo’n zwaar beladen symbool.” Daarom weigert zij op haar redactie vrouwen aan te nemen die een hoofddoek dragen. Op 9 maart 2001 staat hierover in Trouw: “Volgens de Commissie gelijke behandeling is ‘de kans groot’ dat dit in strijd is met de wet.” In dit soort berichtgeving, zónder nadere uitleg, van de mainstreammedia (msm) wordt genegeerd dat de hoofddoek in moslimlanden ófwel wettelijk verplicht is voor iedere vrouw vanaf haar menstruatie op straffe van gevangenisstraf en zweepslagen, ófwel haar opgedrongen wordt middels maatschappelijke en religieuze (sharia) druk. Tegenwoordig worden té westers geklede, lees: hoofddoek-loze, vrouwen in immigratie-enclaves door ‘jonge mannen’ bespuugd en uitgemaakt voor hoer. Vandaar dat nu in Nederland zo’n 80% van de moslima’s een hoofddoek draagt in openbare ruimtes en op de werkplek. Overheid, Parlement, anti-discriminatiemeldpunten en mensenrechtencommissies verzuimen te onderzoeken hoeveel vrouwen door hun man en/of sociale omgeving gedwongen worden dit kledingstuk te dragen.
  14. . . . is de naam van de eerste vrouwelijke mens op aarde. Dit staat in het Bijbelboek Genesis 3:20: “En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden”, zie Nederlandsch Bijbelgenootschap Amsterdam 1960. Dit beeld van dé vrouw als voortbrengsel uit de rib van Adam die geldt als de eerste man op aarde en die haar met een ‘vaderlijke’ geste de naam Eva geeft, staat lijnrecht tegenover het geëmancipeerde imago, dat vrouwen genieten in de samenleving van onze Keltische en Germaanse voorouders. Zo schrijft de Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus (ca 56 – 117) hierover in zijn Germania 8: “Vrouwen hebben volgens de Germanen zelfs iets sacraals en profetisch. Hun adviezen worden niet terzijde geschoven, hun uitspraken niet genegeerd.” Trouwens, het woord vrouw is in de Germaanse talen de vrouwelijke vorm van het woord vro, dat nu enkel nog voorkomt in samenstellingen zoals vroondienst = herendienst en vroonhof = herenhof. ‘Vrouw’ betekent dus letterlijk heerin, in het Hoogduits Herrin. Dat wil zeggen: heerseres, meesteres, dame. Vandaar dat het Nederlands de officiële adellijke titel Vrouwe kent. Één van de erfelijke titels van Wilhelmina, Juliana en Beatrix luidt Vrouwe van Ameland. In het Engels wordt ‘Vrouwe’ vertaald met Dame. Dit is de vrouwelijke variant van Sir, aanspreektitel van een ridder of geridderd man. Ook nu nog verleent koningin Elisabeth II aan verdienstelijke vrouwen de (ere)titel Dame. Kort en goed, in tegenstelling tot de aan de man onderdanige connotatie van de Bijbelse naam Eva straalt het oer-Nederlandse, lees; Germaans-talige, woord vrouw gezag, autoriteit uit! Sommige Nederlandse vrouwennamen stralen zelfs krijgshaftigheid uit. Dit is niet verwonderlijk gelet op het feit dat Nederlandse vrouwen, bijvoorbeeld tijdens de Tachtigjarige Oorlog, gewapenderhand en zij-aan-zij met mannen meevechten. Nét als hun Germaanse oermoeders dat zo’n anderhalf millennium daarvoor ook al deden. Vandaar de populaire vrouwennaam Hilde. Dit betekent letterlijk strijdster. En in samenstelling met een andere naamelement krijg je bijvoorbeeld Brunhilde (borstharnas-strijdster), Kriemhilde (helm-strijdster) en Sieghilde (zege-strijdster). De eveneens veelvuldig voorkomende naam Hildegonde betekent zelfs 2x strijd (Hilde = strijd, en Gonde = strijd). Deze naam is dus een tautologie en kan als zodanig vertaald worden als ‘strijdbare strijdster’. Dit is ook het geval met een andere veelvoorkomende naam Gunilla (2 x strijd). De historische naam Hadewig of Hadewijch (zie elders in deze puzzel) is een samenstelling van hade = strijd en wig = vrouw, dus strijdvrouw. Voorts de door Tacitus vermelde Friese naam Baduhenna. Dit is een samenstelling van Badu (verbuigingsvorm voor ‘strijd’ of ‘oorlogsbuit’) en ‘henna’ (ófwel een vrouwelijke uitgangswoorddeel ófwel een afleiding van het werkwoord ‘winnen’) en kan dus vertaald worden als ‘zegevierende strijdster’ of ‘oorlogsbuitwinnares’ (een soort kenning). Tot slot nog zo’n vrouwennaam uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis: Badelog. Dit is een samenstelling van Bade of Badu = strijd (zie Baduhenna hierboven) en log = vuur en levert dus de pakkende naam ‘strijdvuur’ op. In verband met deze Nederlandstalige c.q. Germaanstalige namenreeks voor ‘strijdbare vrouwen’ kan als uitsmijter van deze puzzelvraag worden opgemerkt: Het oer-Nederlands klinkende woord: ‘vrouwen’-beweging komt al op het eerste gezicht veel authentieker, ja, gezagsinboezemend enstrijdbaarder over dan het aan het Engels c.q. Latijn ontleende modewoord feminisme. Want in dit ‘-isme’ zit het woord Latijnse woord femina dat etymologisch wordt uitgelegd als ‘iemand die borstvoeding geeft’’. Ergo, de vrouw wordt in dit uitgesproken emancipatorisch bedoelde leenwoord als het ware gereduceerd tot haar biologische functie. Dit is etymologisch ook het geval is met de Hebreeuwse naam Eva. Want dat betekent ‘iemand die nieuw leven (zuigelingen, baby’s) baart’.
  15. . . . . . . . . . . . . . Golf is de benaming van één van de drie fases in de Geschiedenis van de Nederlandse Vrouwenemancipatie. De Eerste Golf vindt plaats in de periode 1880-1925, de Tweede in 1967-1980 en de Derde begint zo rond 2001 conform het voorstel van Ciska Dresselhuys (zie elders in deze puzzel). Sommigen laten deze Derde Golf al in 1995 beginnen. Dat is het jaar waarin Ayaan Hirsi Ali voor het eerst haar stem verheft tegen het vrouw-onderdrukkende karakter van de Islam.
  16. . . . . Maria van Schurman (von Schürmann, Keulen 1607- Wieuwerd in Friesland 1678) is een hoogbegaafde vrouw (femme savante) met brede belangstelling voor, en gedegen kennis van de Kunsten (zelf is zij een vaardig beoefenaar van papierknipkunst en portrettekenkunst met als werktuig en materiaal: potlood, pastelkrijt, houtsnede en kopergravure), Letteren (Nederlands, Duits, Frans, Engels, Arabisch, Aramees, Syrisch, Chaldeeuws, Ethiopisch) en Wetenschappen (theologie, medicijnen, insectenkunde). Zij houdt er een uitgebreide briefwisseling op na met bekende personen uit haar tijd zoals Koningin Christina van Zweden, Elisabeth van de Palts, René Descartes, Constantijn Huygens, Jacob Cats, Anna Roemers Visscher en de hoogleraren Caspar Barlaeus, Daniël Heinsius en Gisbertus Voetius. Hierdoor wordt zij al in 1633 omschreven als het juweel van de geleerde vrouwen (virginum eruditarum decus) van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1636 vraagt de Utrechtse hoogleraar Voetius haar een gedicht te schrijven voor de pas opgerichte Universiteit in de Domstad waarheen zij in 1613 vanuit Keulen met haar ouders is verhuisd. In het door haar geleverde gedicht betreurt zij het dat vrouwen niet aan de universiteit mogen studeren. Hierop wordt zij prompt toegelaten. Zij het dat zij haar colleges alléén vanachter een gordijn mag volgen om de mannen in de zaal niet af te leiden. Uitgeverij Elsevier te Leiden geeft in 1641 een in het Latijn geschreven geschrift van haar hand uit. De titel ervan luidt (vertaald): Verhandeling over de aanleg van de vrouw voor studie en geschiktheid voor de betere letteren, met brieven over hetzelfde onderwerp. Uit heel Europa komen talloze reacties op dit boek. Haar leven als erudiete en onafhankelijke vrouw vormen voor hedendaagse beoefenaars van vrouwenstudies aanleiding haar te typeren als feministe avant la lettre.
  17. . . . . . Simonsdochter Hasselaar (Haarlem 1526 – Noordzee 1588) alias weduwe Borst is een dochter van een notabele Haarlemse familie. Over haar rol bij de bestorming van Haarlem door de Spanjaarden onder leiding van hertog Alva op 20 december 1572 schrijft haar tijdgenoot Johannes Arcenius: zij is “een zeer mannelijke vrouw, die met recht een Manninne genoemd mag worden [omdat zij] met eigen geld en arbeid, wapenen en geweer het algemeen belang voorstaat en met provoceren en schelden de vijand onophoudelijk tergt.” (een door mij samengestelde combinatie van het citaat in resources.huygens.knaw.nl en dat in Els Kloek, Vrouwen in de Tachtigjarige Oorlog. Kenau en Magdalena). De historica Kloek wijst erop dat deze Arcenius, een geleerde man uit Friesland, de tegenwoordige tijd gebruikt als hij het voorval beschrijft. Hieruit kan volgens haar opgemaakt worden dat deze heldin van de Tachtigjarige Oorlog op het moment dat hij zijn dagboeknotities over de bestorming neerkrabbelt, vermoedelijk nog volop bezig is met het afslaan ervan. Een ander tijdgenoot van haar, Willem Jansz. Verwer, schrijft in zijn Memoriael over de gebeurtenissen in Haarlem tussen 1572 en 1581: “Zie ging altijd gewapend door de straten en had een mannelijk hart in haar lijf”. Uit deze tijdsdocumenten blijkt dat zij zich (sommigen beweren zelfs dat zij ‘kapitein’ was van een vendel van 300 vrouwen) gewapenderhand verzet gepleegd heeft tegen de Spaanse aanvallers. Trouwens, in dit specifieke geval van het Beleg van Haarlem is het niet meer dan logisch dat vrouwen ‘manmoedig’ meestrijden gelet op de doodsangsten die zij toen ongetwijfeld hebben moeten doorstaan voor herhaling van het bloedbad onder vrouwen en kinderen, die de Spanjaarden kort daarvoor nog aangericht hebben bij de inname van Zutphen op 12 november 1572 en de overgave van Naarden op 1 december 1572. Dat deze vrees voor een bloedbad niet ongegrond is, blijkt uit het feit dat de Spanjaarden na de overgave van Haarlem op 8 juli 1573 ongeveer 2000 soldaten en aanhangers van Willem van Oranje onthoofden en, als de beulen hun zwaarden uit vermoeidheid niet meer kunnen opheffen, twee-aan-twee aan elkaar gebonden in de Spaarne laten verdrinken. Dankzij een afkoopsom van 240.000 gulden wordt de stad niet geplunderd en mogen vele inwoners, onder wie Kenau en haar familie, de stad verlaten. In de archieven duikt zij weer op in Arnemuiden. In deze Zeeuwse stad wordt zij in 1573 (op voorspraak van Willem van Oranje van wie zij een fanatieke aanhanger is? In ieder geval is haar zwager lijfarts van de Prins) benoemd tot stadswaagmeester en stadskassier van de turfbelasting. In 1579 blijkt zij met haar zoon en twee dochters weer naar Haarlem te zijn terugverhuisd. Uit de stadsarchieven aldaar en uit aktes van een reeks processen (die zij praktisch allemaal wint) weten we dat zij het scheepstimmerbedrijf van haar man Nanning Borst, lid van het Haarlems stadsbestuur, na zijn dood in 1562 heeft weten voort te zetten. En omdat er voor het bouwen van binnenschepen (karvelen) nu eenmaal veel hout nodig is, blijkt zij ook nog eens groothandelaar te zijn in hout en in scheepsladingen zoals kaas, boter en – geen wonder als dochter van een brouwer – bier. Ironisch genoeg heeft uitgerekend deze manmoedige strijdster vele jaren na het beleg een boete moeten betalen aan het Haarlemse stadsbestuur. Zij had toen namelijk haar belastingplicht verzuimd om als poorter iemand aan te stellen en te betalen als vervanger voor de uitvoering van haar dienstplicht als stadswacht. En dan te bedenken dat het stadsbestuur al die tijd in gebreke is gebleven haar de afgesproken koopsom uit te betalen voor het eikenhout dat zij in 1573 geleverd heeft voor het dichten van de bressen die de Spaanse aanvallers in de stadsmuur hadden geslagen. Krachtens een vonnis van het Hof van Holland wordt dit bedrag pas in 1596 uitgekeerd, maar dan aan haar kinderen. Want zélf was zij toen al 8 jaar dood. Vermoedelijk wordt zij op of omstreeks 23 oktober 1588 omgebracht door zeerovers die haar schip met houtlading uit Noorwegen zouden hebben geënterd. Een jaar vóór haar dood wordt zij in een notariële akte nog uitgemaakt voor “tovenaarster”. En ook van haar dochters komen we in de archieven een aantekening tegen dat “de mannen bij deze vrouwen hun leven niet zeker zijn”. Kort en goed, moeder en dochters blijken overduidelijk zelfstandige, weerbare vrouwen te zijn geweest die in hun tijd hun mannetje stonden. Geen wonder dat zij door hun ‘minder geëmancipeerde’ tijdgenoten worden uitgemaakt voor tovenares. Dat is een in die tijd gebruikelijke benaming voor heks. In de dikke Van Dale van 1995 staat overigens als synoniem van haar voornaam: manwijf. In haar nalatenschap treft men circa 10 portretten aan waarin zij afgebeeld staat met spies, zwaard, pistool en/of kruithoorn en een erepenning op de borst. Hendrik Tollens, Neêrlands befaamde vertolker van het nationale gevoel, schrijft in 1814 een lofzang op haar. En in 2013 verschijnt van de hand van Tessa de Loo de roman met haar voornaam als boektitel. Dit boek dient als uitgangspunt voor een Nederlandse speelfilm uit 1914 met dezelfde titel en Monic Hendrickx in de hoofdrol.
  18. . . . . . , Nelie (*1941) wordt in 2014 op grond van haar loopbaan (‘oeuvre’) door het feministische maandblad Opzij uitgeroepen tot de machtigste vrouw van Nederland. Op de Forbes-Lijst van de 100 Machtigste Vrouwen ter Wereld staat ze in 2007 op de 59ste en in 2008 op de 47ste plaats. In 2010 wordt zij herhaaldelijk genoemd als mogelijk eerste vrouwelijke Premier van Nederland tótdat Mark Rutte deze hoogste functie van ons land voor haar neus wegkaapt. De lijst van haar topfuncties is zó lang dat het in deze puzzel beperkt blijft tot een paar voorbeelden: Minister van Verkeer en Waterstaat in de Kabinetten Lubbers I en II (1982-1989), Europees Commissaris voor Mededinging (2004-2009); in deze hoedanigheid legt zij multinationals een record aan boetes op: in totaal 9 miljard euro; Vicevoorzitter van de Europese Commissie tevens Eurocommissaris voor de digitale agenda (2009-2014). Ironisch genoeg is Kroes van 1991 tot 2000 ook President van de Universiteit voor bedrijfskunde Nyenrode. En dan te bedenken dat zo’n twintig jaar daarvoor nog, in 1970 (het beginjaar van de Tweede Feministische Golf!), de dolle mina’s dit ‘mannenbolwerk’ bestormen om daar een vermanend pleidooi voor gelijke rechten af te steken. Na deze protestactie tijgen zij naar het standbeeld van Wilhelmina Drucker (zie verder elders in deze puzzel). Al met al is ‘onze Nelie’ voor alle Nederlandse vrouwen hét voorbeeld van iemand die geen vrouwenquotum nodig heeft om het glazen plafond te doorbreken teneinde in een topfunctie benoemd te worden. Uit haar loopbaan blijkt overduidelijk dat een vrouw in Nederland dat best op eigen kracht kan! Dat wil dus zeggen: louter op grond van eígen verdienste, kwaliteit, kennis en/of kunde. Krek als dat van mannen verwacht wordt!
  19. . . . . . . -Truus is een cynische omschrijving van een vrouw van wie duidelijk is dat zij haar baan of functie niet (althans niet voornamelijk of doorslaggevend) te danken heeft aan haar eígen kwaliteiten, kennis, kunde of ervaring, maar louter (althans voornamelijk of doorslaggevend) omdat zij vrouw is. Het synoniem hiervan is alibi-Jet (Van Dale). Analoog hieraan spreekt men van alibi-Ali als er sprake is van een wettelijke verplichting of van morele dwang bij het hanteren van quota voor etnische minderheden in beroepen of functies. Met deze alibi-figuren hopen degenen, die zo’n vrouw of allochtoon benoemt of aanneemt, het publiek of de overheid ervan te overtuigen dat er op de betreffende werkvloer geen sprake is van seksisme of racisme.
  20. . . . . . . . . . zijn (jonge) mannen die vooral kwetsbare (minderjarige) vrouwen de prostitutie in lokken door hen veel aandacht, cadeaus en/of drugs te geven zodat er een afhankelijkheidsrelatie tussen hen ontstaat. Deze misdadige praktijken vallen onder het artikel Mensenhandel in het Wetboek van Strafrecht en worden gesanctioneerd met maximaal 10 jaar gevangenisstraf. In 2014 publiceert Helen Vreeswijk via Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum een educatieve roman onder deze titel. Het feit dat de hoofdfiguur in dit boek Mo heet, spreekt boekdelen. Uit CBS-cijfers wordt een correlatie zichtbaar tussen de groei van deze misdadige praktijken en de massa-immigratie naar Nederland. Tot nu toe weigeren Kabinet, Kamer en ‘politiek correcte’ feministen hierover een openbaar debat aan te gaan. Zolang dit niet plaatsvindt, komt de huidige aanpak van dit maatschappelijk probleem bij steeds meer mensen over als ‘dweilen met de kraan open’.
  21. . . . . . . . . . is een krijgsgodin van onze Friese voorouders. Zij wordt vereerd op een heilige openluchtplek (een Hain, Velserbroek?) in het (moeras)woud vlakbij het Romeinse castellum Flevum (Velsen, Noord-Holland). Dit fort is strategisch gelegen aan het toen al sterk verzandde Oer-IJ. Deze zijtak van de Rijn mondt daar uit in de Noordzee, net als het Noordzeekanaal dat nu doet; zie verder Arjen Bosman, Rome aan de Noordzee. Burgers en barbaren te Velsen, Sidestone Press Leiden 2016. De Friezen wonen in de eerste eeuw van onze jaartelling langs de kuststrook die zich vanuit Groningen zuidwaarts uitstrekt tot diep in Zeeland. In het jaar 28 komt deze Germaanse volksstam in opstand tegen de door de Romeinen opgelegde knevelbelasting. De Friezen moeten dan plotseling zeldzame en veel grotere oerossenhuiden leveren dan, zoals afgesproken, huiden van hun schriele koeien. Dit heeft Olennius, Romeins bestuurder van het Friese Volk (Praepositus Gentis Frisiorum), hen opgelegd krachtens zijn eigen uitleg van het vredesverdrag tussen de Romeinen en Friezen. Uit woede hierover vermoorden de Friezen de Romeinen die deze onredelijke belasting komen innen. Hierdoor komt het tot een gewapend treffen tussen de Friezen en de Romeinen. Welnu, wat voor het huidige Duitsland het jaar 9 is: het jaar van de Slag bij het Teutoburger Woud waarbij de Cheruskers en hun bondgenoten onder leiding van Arminius (‘Herman de Cherusker’) maar liefst drie Romeinse Legioenen (20.000 man plus tros) onder leiding van Varus over de kling gejaagd hebben, is voor Nederland het jaar 28: de Slag bij het Baduhenna Woud. Bij deze slag weten onze Friezen – helaas vermeldt Tacitus in zijn Annales niet wie hun leiders zijn – diverse detachementen van het Rijnleger onder leiding van Lucius Apronius, opperbevelhebber van Neder-Germanië (Germania Inferior) en zijn Cananefaatse hulptroepen in slagorde terug te drijven. Als gevolg hiervan draagt Apronius de leiding over aan Chetegus Labio, commandant van het Vijfde Legioen bijgenaamd Alaudae (de Leeuweriken). Labio weet de Friezen te verjagen. Maar de dag erna weten zij ruim 900 van Labio’s mannen nabij het Woud van Baduhenna om te brengen. Er breekt paniek uit onder de 400 overgebleven Romeinse soldaten. Die hebben daar in de buurt hun toevlucht gezocht in de herenboerderij (villa rustica) van de Romeinse legioenveteraan Cruptorix. Hierop maken deze Romeinse soldaten elkaar af uit vrees voor onderling verraad. Door de uitkomst van deze slag herwinnen de Friezen hun vrijheid. Tacitus schrijft in zijn Annales 4.74: de Friezen staan sindsdien in hoog aanzien bij alle Germaanse stammen. Weliswaar komen de Romeinen niet lang daarna terug om 600 meter van hun oude fort vandaan een nieuwe fort Flevum te bouwen. Maar als veldheer Corbulo aanstalten maakt vanuit dit fort een veldtocht te ondernemen teneinde de verloren gebieden benoorden het Oer-IJ voorgoed onder Romeins gezag te brengen, wordt hij in het jaar 47 door keizer Claudius (41-54) teruggefloten. De Rijn fungeert sindsdien als definitieve grens tot aan de val van het Romeinse Rijk op 4 september 476. Kort en goed, terwijl het de verdienste van de Cheruskers en hun bondgenoten is geweest dat Germanië ten Noorden en Oosten van de Rijn vanaf het jaar 9 onafhankelijk blijft van Rome, is het de verdienste van onze Friese voorouders geweest dat keizer Claudius in het jaar 47 – mede gelet op de rampzalige uitkomst van de Slag bij het Woud van Baduhenna – besloten heeft de duinen en moeraswouden benoorden de Rijn niet meer terug te veroveren. Let wel: dit alles vond zo’n 2000 jaar geleden plaats onder auspiciën van een vrouw die daar vereerd wordt als krijgsgod.
  22. . . . . . Römkens promoveert in 1992 cum laude aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) op het proefschrift waarin zij bevindingen presenteert van haar onderzoek naar de omvang, aard, achtergronden en gevolgen van geweld tegen vrouwen in heteroseksuele relaties. Zij wordt op 1 oktober 2019 benoemd tot UvA-hoogleraar op het gebied van gender-gerelateerd geweld met aandacht voor de invloed van internationale mensenrechten op beleid en regelgeving. Tot die tijd was zij directeur en bestuurder van Atria, Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis gefinancierd uit het Aletta Jacob Fonds. Atria beheert het persoonlijk archief van Aletta Jacobs (zie elders in deze puzzel). Sinds 2017 is dit archief opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.
  23. . . . . . . Henriëtte Jacobs (1854-1929) is de eerste Nederlandse vrouw in die als toehoorder toegelaten wordt aan een HBS. Dit gebeurt in 1870. In 1878 wordt zij de eerste vrouw in Nederland die een universitaire studie afrondt. Het jaar daarop promoveert zij als eerste vrouw van Nederland aan een Universiteit. Na terugkomst van een tweejarige studiereis naar London vestigt zij zich als huisarts te Amsterdam. Daar houdt zij wekelijks gratis spreekuur voor vrouwen met een smalle beurs. Zij wordt lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond (later omgedoopt tot NVSH). In die hoedanigheid geeft zij voorlichting en (pessarum-) demonstraties over geboortebeperking. Wilhelmina Drucker mag dan wel de belangrijkste activiste zijn geweest van de Eerste Feministische Golf (1880-1924). Maar als voorzitter van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht wordt Jacobs wereldwijd de beroemdste vertegenwoordiger van deze golf omdat zij in deze hoedanigheid actief deelneemt aan de internationale vrouwenbijeenkomsten van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht. In 2006 wordt zij als nummer 34 opgenomen op de Top 50 Lijst, bekend onder de naam Canon van Nederland. Dit ‘Canon’ is in opdracht van de Nederlandse Staat samengesteld ten behoeve van het Nederlandse geschiedenisonderwijs. Het behelst vijftig chronologisch opgesomde onderwerpen. Het begint met nr. 1: ca. 3000 voor Chr. hunnebedden, vroege landbouwers, en eindigt met nr. 50: Europa na 1945, Nederlanders en Europeanen. In 2020 behoudt Aletta Jacobs haar 34ste plaats in de verbeterde Canon. Ditmaal begint de lijst met nr. 1: ca. 5500 voor Chr., Trijntje, oudste menselijk skelet in Nederland, en eindigt met nr. 50.: vanaf 1974, het Oranjegevoel, de verbindende rol van Oranje bij sportprestaties van Nederlanders. In deze Top 50 uit 2020 worden 17 mannen opgenomen tegenover 7 vrouwen, te weten: 1. Trijntje, ca. 5000 voor Chr., oudste menselijk skelet in Nederland, 9. Maria van Bourgondië, 1457-1482, vorstin van de Nederlanden, 25. Sara Burgerhart, 1782, eerste Nederlandse roman, geschreven door vrouwen: Betje Wolf en Aagje Deken, 34. Aletta Jacobs, 1852-1929 vrouwenemancipatie, 38. Anne Frank, 1929-1945, jodenvervolging, 43. Marga Klompé, 1912-1986, eerste vrouwelijke minister van Nederland, 45. Annie M.G. Schmidt, 1911-1995, tegendraads in een burgerlijk land. Kortom: in de huidige Rijks-Top 50 van de Nederlandse Geschiedenis blijft de Nederlandse vrouw zwaar ondervertegenwoordigd.
  24. . . . . . . . . . . is de vrouwelijke tegenhanger van het minder bekende woord Satyriasis. Beide woorden hebben een negatieve klank. Hierdoor zijn ze in de medische wetenschap vervangen zijn door het neutralere woord hyperseksualiteit. De pathologische vorm van hyperseksualiteit heet obsessieve-compulsieve stoornis. In tegenstelling tot natuurgodsdiensten zoals het Keltische en Germaanse heidendom van onze voorouders waar vruchtbaarheid de alle daarmee samenhangende verschijnselen (zoals seksueel gedragingen) die zich openbaren in planten, dieren en mensen met ontzag worden aanschouwd, beschouwen christendom en islam alles wat met vruchtbaarheid in verband gebracht kan worden (naaktheid, paargedrag enz.) als uitingen van decadentie en moreel verval. Pastoors, dominees en imams zijn dus gauw geneigd meisjes of vrouwen die zich in hún ogen te wulps en uitdagend gekleed gaan, te betitelen als mannenloksters of nymfomanen. Vreemd genoeg staan ze níet even gauw klaar om jongens en mannen die meisjes en vrouwen lastig vallen met gesis en gescheld (Hoer! Nymfomaan!) uit te maken voor satyrs c.q. potentiële aanranders en verkrachters. Trouwens, óf en hoevéél seks een meisje of vrouw van zins is als zij zich op een bepaalde manier wil kleden, is haar zaak. In de jaren ‘60 bevrijdt de westerse mens zich van de schuldgevoelens die sinds de kerstening van Europa verbonden waren met alles wat met seksualiteit te maken heeft. De medische uitvinding van de anticonceptiepil, die in 1964 op Nederlandse markt verschijnt en tot 1969 alléén op dokters recept verkrijgbaar is, heeft er sterk toe bijgedragen dat er in de 1970er jaren gesproken kan worden van een heuse Seksuele Revolutie. De Provobeweging, de hippies van de uit Amerika overgewaaide Flower Power Beweging en de feministen van Tweede Feministische Golf (1970-1980) hebben ieder op hún manier bijgedragen een mentaliteitsomslag in de Westerse wereld voor alles wat met seksualiteit te maken heeft. In verband hiermee wordt de PSP-poster van de naakte Saskia Holleman (1945-2013) met een koe in Nootdorp, gefotografeerd door Hendrik Jan Koldeweij, wereldwijd een icoon. Hiermee wordt de PSP vaandeldrager in de mars voor de ontpreutsing van Nederland! Het propageren van een ‘moderne’, ‘verlichte’, seksuele moraal gaat hand-in-hand met het bestrijden (seksueel) geweld tegen vrouwen en homo’s. Dankzij deze Seksuele Revolutie in de 1970er jaren maakt het straatbeeld (zie op YouTube de opnames uit die tijd!) in de Westerse Wereld en zelfs in grote delen van het Midden Oosten, Azië en Afrika een ‘diverse’ en dus ‘verlichte’ indruk… totdat vanaf de 1980er jaren fundamentalistische islamitische stromingen erin slagen vanuit het Midden Oosten steeds meer delen van de Wereld opnieuw te verpreutsen. In verband hiermee wordt het straatbeeld allengs gedomineerd door (religieus gemotiveerde) lichaam-bedekkende kleding (hoofddoek, nikab, boerka enz.) en haardracht (mannen met baarden). En dan te bedenken dat deze religieus getinte uitingen van menselijk gedrag en kleding in de loop van de geschiedenis herhaaldelijk bestreden zijn als on-modern en anti-verlichting. Zo liet Peter de Grote in Rusland ooit mannenbaarden afscheren. Ataturk bestreed in Turkije baarden en religieuze hoofdbedekkingen om het straatbeeld te ‘moderniseren’. En ook voormalige Sovjetrepublieken met een grote moslimpopulatie beijveren zich hiervoor. Sinds de 1990er jaren wordt (religieus gemotiveerd) ‘preuts gedrag en kleding’ steeds zichtbaarder in Nederland. Dat komt voornamelijk door de instroom van volksverhuizers uit moslimlanden. Ironisch genoeg wordt deze verpreutsing gefaciliteerd door vooral linkse organisaties en partijen. Uitgerekend GroenLinks, ontstaan uit de fusie van PSP, PPR, CPN en EVP in 1990, loopt voorop in de herpreutsing van ons land. In verband hiermee verklaart Femke Halsema, sinds 12 juli 2018 GL-Burgemeester van Amsterdam, dat zij het landelijk Boerkaverbod (2019) en het gemeentelijk Sisverbod (2016) niet wenst te handhaven, althans er geen prioriteit aan toe te kennen vanwege het ‘uitsluitende’ c.q. ‘niet-diversificatie-bevorderend karakter’ ervan. Aansluitend hierop wenst Halsema (vooralsnog?) geen gehoor te geven aan het in de gemeenteraad politiek breed gedragen voorstel tot preventief fouilleren op wapens. Immers ‘jonge mannen’ (standaard msm-woordgebruik) zouden hier problemen mee hebben omdat zij zich door deze wettelijke maatregelen blootgesteld voelen aan ‘etnisch profileren’. Kortom, Femke Halsema doet dus niet mee met Ayaan Hirsi Ali en andere feministen van de Derde Feministische Golf om zich teweer te stellen tegen de uit het Midden-Oosten geïmporteerde nieuwe verpreutsing van Nederland waar 80% van de allochtone vrouwen de dupe van is en een groeiend aantal autochtone vrouwen het slachtoffer van wordt.
  25. . . . . . Griet is een Zuid-Nederlands scheldwoord voor manwijf of ka. Dat is een vrouw die de broek aanheeft. Het is de benaming van een karikatuur, een typetje dat nogal eens opduikt in (middeleeuwse) kluchten, spotdichten en spotprenten. Feministen vinden dat hier sprake is van een stereotype van de geëmancipeerde vrouw die – althans volgens misogyne mannen – graag de baas wil spelen over iedereen; een vrouw die optreedt als helleveeg, iemand die nergens voor terugdeinst en die al kijvend haar weg door de wereld baant. Beroemd is het olieverfschilderij onder die naam uit 1563 van Pieter Brueghel de Oude (1525-1569). Kunstcritici vragen zich af of Brueghel dit schilderij heeft gemaakt omdat hij zich in de tijd waarin hij het doek schilderde, omringd wist door bazige vrouwen zoals: 1. Margaretha van Parma, Landvoogdes der Nederlanden voor Philips II; 2. Elisabeth I, Koningin van Engeland; 3. Catharina de Medici, Koningin-Regentes van Frankrijk voor haar minderjarige zoon Karel IX; en 4. Maria Stuart, Koningin van Schotland. Bovendien had Brueghel toen zelf óók een vrouwelijke mentor: Mayken Verhulst. Als het feministische tijdschrift Opzij van plan zou zijn ooit een Lijst van Dulle Grieten door de eeuwen heen op te stellen, dan zullen hierop ongetwijfeld hoog scoren: Catharina de Grote, Tsarina van Rusland; Maria-Theresia, Keizerin van Oostenrijk én… onze eigen Koningin Wilhelmina. Van haar zou de Britse Premier Winston Churchill ooit gezegd hebben: “Zij is de enige man in de Nederlandse regering!” Na de WO2 duiken namen op als Iron Lady voor de Britse Premier Margaret Thatcher.
  26. . . . Borst – Eilers (1932-2014) is D’66 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Kabinet Kok I en II (1994-2002) en tevens Vice Premier (1998-2002). Daarvoor was zij medisch-directeur van het Academisch Ziekenhuis te Utrecht (1976-1985). Op het gebied van wetten is zij erg actief geweest. Zo is zij initiator van de mondiaal omstreden Euthanasiewet, Donorwet en Wet Foetaal Weefsel (van abortussen en miskramen voor wetenschappelijke en geneeskundige doeleinden). Zij is een succesvol bestrijdster van de tabaksindustrie door het wettelijk verkoopverbod voor 16-minners, verplichte tabaksvoorlichting op verpakking, tabaksreclameverbod en rookverbod openbaar vervoer in te (laten) voeren. Maar als zij bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1998 lijsttrekker van D’66 wordt, maakt deze partij een snoekduik van haar historisch record van 24 zetels terug naar 14 zetels. Op 10 februari 2014 wordt zij met 41 steekwonden dood aangetroffen in de garage van haar woning te Bilthoven. Voor de Rechtbank verklaart Bart van U. een ‘goddelijke opdracht’ te hebben gehad haar te vermoorden vanwege ‘haar’ Euthanasiewet. Hij wordt veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.
  27. . . . is “een ingebeeld meisje, dat zich m.n. op haar uiterlijk of kleding laat voorstaan” ( Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, Utrecht/Antwerpen 121992, p.1954. Wat is dan een ingebeelde jongen die zich op zijn kleding en uiterlijk laat voorstaan? Een fat? Diezelfde Van Dale uit 1992 geeft als betekenis van dit woord: “man die overdreven zorg besteedt aan zijn uiterlijk” en geeft als synoniemen: modegek, modepop, dandy. Bij deze ‘man’ ontbreekt dus het ijdeltuit-aspect dat het nuffig ‘meisje’ wél heeft. Kortom, nuf en fat zijn voorbeelden van stereotypering. Dat is het aan iemand toeschrijven van bepaalde eigenschappen die kenmerkend zouden zijn voor een man of een vrouw waarbij sprake is van gemeenplaatsen, versimpeling, overdrijving, generalisering, misvattingen en/of culturele, sociale en religieuze vooroordelen omtrent de toegeschreven (toegedichte) eigenschap. Zo zou dé man ‘per definitie’ (cf. Jungiaanse als archetypen): stoer, sterk en zelfstandig zijn. Dé vrouw zou het spiegelbeeld hiervan zijn: lieflijk, teer en afhankelijk. Sinds de kerstening van Europa werken vooral op christelijk-religieuze vooroordelen gebaseerde stereotypen van de man en de vrouw (zie onder Eva elders in deze puzzel) welke rol, gedragspatroon, denk- & handelwijze en beroep typisch mannelijk is en welk hiervan typisch vrouwelijk. Vooral sinds de Tweede Feministische Golf (1970-1980) beseffen steeds meer mensen dat deze stereotypen struikelblokken zijn die verhinderen dat er op de arbeidsmarkt optimaal gebruik gemaakt wordt van talenten die (sluimerend, onbenut, onderdrukt of onderontwikkeld) aanwezig zijn in de zich aanbiedende werkkrachten. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil hier wat aan doen door het vierjarenproject Werk en de Toekomst (2018-2022) te subsidiëren. De medewerkers van dit project spannen zich in genderstereotypering in het onderwijs en op de arbeidsmarkt te doorbreken en de mogelijkheden om werk, zorg en leren met elkaar te combineren te verbeteren. Aan dit project doen vier kenniscentra mee: Atria (Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis), Emancipator (Organisatie voor Mannen en Emancipatie), Nederlandse Vrouwen Raad (NVR, een in 1898 opgericht overkoepelend orgaan van 50 vrouwenorganisaties) en VHTO (Landelijk Expertisebureau voor Meisjes/Vrouwen en Bèta/Techniek/IT).
  28. . . . . . , Aagje (1741-1804) is een ongehuwde vrouw die met Betje Wolff-Bekker (1738-1804), een ruim drie jaar oudere domineesweduwe, een schrijversduo vormt. Samen schrijven ze gedichten en briefromans waarvan twee bestsellers. Het eerste succesvolle boek verschijnt in 1782 met als titel Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart. Dit is een roman in briefvorm, speciaal geschreven voor “Nederlandse juffers” met als ‘verlichte’ boodschap: ‘Trouw níet voor het geld maar voor de liefde. Maar blijf daarbij wel een zelfstandig denkende en handelende vrouw’. De in 2020 gereviseerde Canon voor het Nederlandse geschiedenisonderwijs plaatst dit boek als nr. 25 in de Top 50 van belangrijkste gebeurtenissen omdat het geldt als de eerste Nederlandse roman. Van 1785 tot 1786 verschijnt in acht delen de tweede briefroman van dit schrijversduo met als titel Historie van den heer Willem Leevend. De zielsverwante vriendinnen zijn vanaf 30 april 1777, de dag na de dood van de 30-jaar oudere dominee Adriaan Wolff met wie Betje Bekker een verstandshuwelijk was aangegaan, levenslang samen gaan wonen. Eerst in de domineespastorie en daarna in De Rijp totdat Aagje Deken in 1782 een vette erfenis opstrijkt van haar neef. Met dit geld koopt Aagje een hofstede op een grondstuk van 4 morgen land (3,5 ha.) aan de Peperstraat 17 te Beverwijk. Dit was ooit het zomerverblijf van de patriciërsfamilie de Raep. Daar in de achtertuin staat het behaaglijke tuinhuis Lommerlust waar de dames in goede harmonie menig pennenvrucht weten te produceren. Ondertussen toucheert ook weduwe Wolff-Bekker in 1782 een aardig erfenisje van haar vader. Met dit geld en met inkomsten uit hun boeken kunnen ze onbekommerd leven totdat op 10 oktober 1878 het naburige Amsterdam zich overgeeft aan de Oranjepartij. Die wordt daarbij manu militari ondersteund door de koning van Pruisen, zwager van Stadhouder Willem V. Met deze gebeurtenis wordt de Patriottische Opstand definitief neergeslagen. Duizenden patriotten vluchten daarop naar Frankrijk waar Koning Lodewijk XVI hen asiel verleent. In hun kielzog wijkt ons anti-Oranjegezinde schrijversduo uit naar Trévoux (tussen Villefranche en Lyon). Daar vinden zij onderdak in een statig landhuis aan de Place de la Terrasse. Maar als de beheerder van hun kapitaal failliet gaat, vervallen de dames plotsklaps in bittere armoede. Ze moeten zelfs een verzoek tot bijstand richten aan de Franse overheid om te kunnen overleven. Helaas is dan net het schrikbewind van de Franse Revolutie aan de macht gekomen, dat hen ook nog eens bestookt met dagvaardingen. Door dit alles ziet Betje Wolff zich genoodzaakt haar weduwenpensioen in Holland op te eisen. Maar dit wordt haar alleen uitbetaald als ze als zij daar woonachtig is. Gelukkig kan dat weer omdat door de Bataafse Revolutie van 1795 ditmaal de Oranjepartij verdreven is. De patriottische gezinde dames hoeven dus niet meer voor hun hachje te vrezen. Toch duurt het nog tot 1997 voordat het tweetal voldoende reisgeld bij elkaar heeft kunnen schrapen om hun terugreis te betalen. Weer in Holland kunnen de dames amper rondkomen omdat hun boeken niet meer verkopen. Zij schrijven zich blauw aan vertaalopdrachten om te kunnen overleven en de huur van hun huurkamertje te betalen. Ondertussen wordt Betje Wolff steeds zieker. Op 5 november 1804 sterft zij onder helse pijnen. Negen dagen daarna sterft Aagje Deken van verdriet. Zij kan toen meteen worden bijgelegd in het graf van haar harstsvriendin te Scheveningen die nog open ligt vanwege de vorst. Opmerkelijk genoeg wordt tegenwoordig alleen Betje Wolff feministe genoemd. Deze benaming wordt gebruikt in de titel van de documentaire uit 2017 met Paul Kramer als regisseur: Betje Wolff, een feministe in de Beemster. In deze film bezoekt presentator en scriptschrijfster Bregje Hofstede het Betje Wolff Museum dat sinds 1950 gevestigd is in het statige pastoriegebouw waar Betje Wolff met haar man 18 jaar lang (1759-1777) gewoond heeft. Op die locatie hoort Bregje Hofstee de verhalen aan van de verhoudingen die Betje Wolff met zowel mannen als vrouwen zou hebben gehad. In praktisch alle commentaren op Betje Wolff en Aagje Deken lijkt Aagje de tweede viool te spelen. Aagje heeft deze rol haar leven lang gepikt totdat zij vlak voor haar dood hierover in woedde uitbarst. Zij kondigt aan haarfijn aan te geven welke teksten door haar en welke door Betje geschreven zijn. Maar dit voornemen heeft zij door haar dood niet meer kunnen waarmaken. Intussen zijn Neerlandici tot het inzicht gekomen dat het meeste talent en de meeste sprankelende humor te vinden is in Aagjes schrijfprestaties.
  29. . . . . zu Waldeck und Pyrmont (1858 Paleis Arolsen – 1934 Paleis Lange Voorhout te Den Haag) is sinds de dood van haar echtgenoot, koning Willem III (1817-1890), acht jaar lang Koningin-Regentes van Nederland. Met koningin Emma begint een periode waarin ons land 123 jaar aaneengesloten ‘geregeerd’ wordt door maar liefst 4 koninginnen: Emma (1890-1898), Wilhelmina (1898-1948), Juliana (1948-1980) en Beatrix (1980-2013).



puzzel 5: Indisch eten!



Ter gelegenheid van de officiële herdenking van 75 jaar capitulatie van Japan op 15 augustus 2020 legt premier Mark Rutte in aanwezigheid van koning Willem Alexander uit, waarom het Nederlands Indië Monument in Den Haag – ten overstaande waarvan hij zijn toespraak houdt – pas veertig jaar na de WO2 is gebouwd: “De realiteit was, dat het lang onnodig en ongemakkelijk werd gevonden om apart aandacht te geven aan het oorlogsverhaal van Nederlands Indië; ook al zijn er 350.000 mensen uit Nederlandse Indië en Indonesië naar Nederland gekomen en is het vandaag de dag voor ruim twee miljoen Nederlanders onderdeel van hun familiegeschiedenis.”

Welnu, met deze Vaderlandse Puzzel wordt de lezer uitgenodigd terug te reizen in de tijd om samen met mij zo’n stukje “familiegeschiedenis” mee te beleven.

Het is een doordeweekse-dag. Vandaar dat ons middagmaal bestaat uit vier eenvoudige gerechten. De traditionele bijgerechten die er altijd mee opgediend worden, laat ik hier buiten beschouwing. En in plaats van de gebruikelijke witte rijst als basisgerecht nemen we deze keer blokjes kleefrijst. Pour la bon bouche sluiten wij de maaltijd af met twee toetjes.

De volgende dag is het Oud-op-Nieuw! Wij zijn immers door mijn grootouders uitgenodigd het jaar feestelijk uit te luiden op de achtergalerij van het hoofdgebouw op hun landgoed Tembalang met uitzicht op de zeven vulkanen. Nu nóg hoor ik opa Bonnard met stentorstem de namen van deze vulkanen opsommen terwijl hij zijn gasten de silhouetten ervan aan de horizon één voor één aanwijst. Hier zijn ze dan, met de hoogte in meters en het jaar van de laatste uitbarsting tussen haakjes: Merapi (2968 m., jaar 2010), Merbaboe (3145 m., jaar 1797), Soembing (3371 m., jaar 1894), Soendoro (3136 m., jaar 1971), Diengplateau (2565 m., jaar 1996), Oengaran (2050 m., jaar ?), Telemojo (1894 m., jaar ?)

Na een gezellig potje ganzenborden met koffie, thee, chocolademelk en oliebollen – nee, nee, niet teveel titil, jáá, anders bederven wij onze eetlust! – nemen we plaats aan tafel, gedekt met damast tafellinnen, familiezilver, servetringen met familiewapen, kristallen messenleggers en vingerkommetjes water. In elk kommetje drijft een schijfje citroen en wat melatie-blaadjes in het water uit de bron achter het huis.

We beginnen met een amuse. Terwijl we hiervan wat hapjes nemen, zetten de bedienden alvast een paar dampende schalen met pandan-rijst op tafel. De geurende korrels van deze witte rijstsoort dienen als basis voor twee gerechten die de gastvrouw speciaal voor deze avond heeft uitgekozen: in bloed gesmoorde eend die door de Nederlands-Indische Gemeenschap traditioneel met Oud-op-Nieuw gegeten wordt, en in kokosmelk gestoofd rundvlees met kerrie. Deze spijs is onlangs nog uitgeroepen tot het lekkerste gerecht ter wereld!

Na de culinaire hekkenopeners is het even uitpuffen geblazen. De dames gaan van tafel om zich poederen. Daarna wisselen ze in de salon gauw de laatste nieuwtjes uit, die niet voor mannen-oren zijn bestemd. Ondertussen zijn de heren behaaglijk onderuit gaan zitten. Of ze lopen al babbelend het achtererf op om een Deli-sigaar op te steken. Stiekem verruimen sommigen daarbij hun broekriem. Onder genot van een koud glas bier (want wijn smaakt op zo’n tropische avond niet echt bij de rijsttafel) proberen zij elkaar te overtroeven met sterke verhalen.

Als de dames hun plaats aan tafel weer hebben ingenomen, gaan wij verder met smullen. Voor de liefhebbers is naast de bijgevulde schalen witte rijst nóg een terrine op tafel gezet. Ditmaal is het gele rijst. Middenin de terrine is dit extra basisgerecht gemodelleerd in de vorm van een puntberg. Want in de Gordel van Smaragd is het opdienen van gele rijst in de vorm van een puntberg nu eenmaal een traditioneel teken van de inheemse bevolking, dat er iets bijzonders te vieren valt. Verder wordt er vis geserveerd. En wie geen vis lust, kan zich tegoed doen aan mals gestoofd geitenvlees of een ingewandengerecht uit het oude Batavia.

De wijzer van de Big Ben-klok in de hal is maar net het streepje van elf gepasseerd, als wij eindelijk zijn uitgegeten. Borden en schalen worden afgeruimd om plaats te maken voor drie nagerechten en één vloeibaar toetje, lekker om uit te lepelen.

Even voor twaalf uur worden de champagneflessen in ijsemmers op tafel gezet, binnen handbereik van onze gastheer. Als klap op de vuurpijl – ja, ja, de klok heit twaalf – komen djaga, djongos en kebon, (huisbewaker, huisbediende, tuinman) uitgedost in wit livrei, compleet met Javaanse batikhoofddracht, plechtig de achtergalerij oplopen. Onder luid applaus van het gezelschap stevenen zij op onze feesttafel af. Ieder van hen draagt een dienblad vol vrolijk tinkelende glazen. En in de ijskoude vulling van ieder glas steekt een staafje sprankelend sterretjesvuurwerk.

Wij staan nu op van tafel en stoten onze champagneglazen aan tegen dat van de gastheer, de gastvrouw en de andere gasten. Dan heffen wij met z’n allen plechtig het Wilhelmus aan. Want het is nu 1941. Het moederland is bezet door Nazi-Duitsland. En de Japanse aanval op Nederlands Indië kan ieder moment plaatsvinden. Na het zingen van ons volkslied roept grootvader: Leve de koningin! Waarop het gezelschap antwoordt: Hoezee! Hoezee! Hoezee! De dames pinken een traantje weg. De heren blijven stoer voor zich uit kijken. En dan opeens, om de plechtige sfeer te breken, begint de nestor van het gezelschap uit volle borst een liedje te zingen. Juichend vallen wij in met ingehaakte armen.

En nu komt de puzzelvraag: wat voor (anachronistisch) liedje laten wij de jolige gasten zingen om de plechtige stemming te breken en het copieuze souper te relativeren? Het antwoord vinden wij door in de keuken rond te neuzen, waar het eten bereid wordt. Eerst de doordeweekse maaltijd van 4 gerechten en 2 toetjes. Vervolgens de feestdis ter gelegenheid van Oud-op-Nieuw. Die bestaat uit 2 x 4 gerechten plus 6 nagerechten. Ook deze keer laat ik de traditionele bijgerechten, die mee opgediend worden, gemakshalve buiten beschouwing. Vul de open plaatsen in, en de met een ‘X’ aangegeven letters zullen de zin uit dit bekende liedje vormen.

1 . . . . . . X zijn blokjes kleefrijst.
2 . . . X is aan een bamboestokje gespietst stukje filet van kip of geit, geroosterd boven houtskool.
3 Sajoer . . . X . is gebonden kokossoep met groente erin.
4 Een Indisch verstoppetjeswijs: “Waar ben je? In mijn vel! Als ik eruit kom, ben ik X . . . . . . .”
5 Een Indisch sliepuit-wijsje: “Wees maar niet bang, Kok; ’t is maar kwee X . . . . . .
6 . . . . . . XX . met tamarinde siroop, ook wel es poeter genoemd (dit zit in de glazen van het galafeest!).
7 . . X . . . is een rijsrolletje gevuld met kerrie kipfilet.
8 “. X . . poetih” betekent ‘witte rijst’.
9 . . X . . . . . . wordt in het Indonesisch bebek suwar suwir genoemd. Het is eend gesmoord in bloed.
10 X . . . . . . is rundvlees gestoofd in kokosmelk.
11 Goeleh . . . . . X . is geitenvlees gesudderd in kerrie kokosmelk.
12 . . . . . X . is vis gegaard in bananenblad en met een pittige saus afgemaakt. Pfff heet, pedes!
13 X . . . babat betawi is kokosmelksoep met pens erin.
14 . . . X koening is gele rijst, geserveerd bij feestelijke gelegenheden
15 . . . . . X goreng is gebakken banaan.
16 . . . . X . is een groen rijstballetje gevuld met vloeibare palmsuiker en bedekt met geraspte kokosnoot.
17 Het meisje in Ambon zingt: “Ik wil . . . . . . X . . . . met suiker, want iets anders lust ik niet.”
18 . . X . . . . . is tweekleurig (crème/bruin) laagjescake met kruidnagel, nootmuskaat en kardemom erin.
19 . . . X . . . is een gekoelde drank uit kokosmelk, palmsuikersiroop en stukjes gelei.
20 Kwee . . . . . . . X is een Indisch wafelrolletje van bloem, eieren, kaneel, rietsuiker en kokosmelk.





puzzel 4: Onderdrukking en emancipatie van het Nederlands




België is een kunstmatig land, ontstaan door de subversie van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden door Frankrijk. In 1830 werd door dat land en het ‘perfide Albion’ (Groot- Brittannië) de staatkundige afscheiding van het zuiden afgedwongen. De nieuwe regering in Brussel maakte het Frans tot de officiële taal van België en behandelde het Nederlands als slechts een samenraapsel van dialecten en niet als een eigen, volwaardige taal. Tot op de dag van vandaag strijdt de Vlaamse Beweging (dat zijn alle actoren die de emancipatie van de Nederlandstaligen nastreven) tegen dit cultuurimperialisme van Walen en de zogenaamde ‘Franskiljons’ (Vlaamse overlopers). De leeuwenmoed en de vastberadenheid (ik zal handhaven!) waarmee deze beweging de strijd aangaat voor het voortbestaan van de Nederlandse taal in de Zuidelijke Nederlanden moge de Noord-Nederlanders inspireren in hun strijd tegen de machinaties van het huidige globalistisch imperialisme om onze taal in het onderwijs, de commercie en in voorlichtingstaken van de overheid te verdringen door het Engels en de talen die instromers in ons land (willen) verstaan. (zelfs de colleges in het vak Nederlands worden aan onze universiteiten in het Engels gegeven!).

Net als ons volkslied, het Wilhelmus, vormen de eerste letters van de 27 regels van de invuloefening hieronder een tekst, in dit geval een strijdkreet: het keervers van een lied van Berten (Albrecht) Rodenbach. De tekst van dit lied is te lezen op de toegangspoort van het Klein Seminarie te Roeselare.

  1. X . . fransing is een naam voor de politiek die in de Zuidelijke Nederlanden die onder andere vanaf 26 november 1830 het Frans tot de enige officiële taal van België maakt.
  2. X . . . . Wapper is een reus uit de Vlaamse folklore. Zijn standbeeld staat voor het Steen te Antwerpen.
  3. X . zie er dat Vlaand’ren zo geren! Kent gij de taal van mijn land? Zo begint Het lied van Nele, geschreven door Johan de Maegt (1876-1938) en getoonzet door Emiel Hullebroeck (1878-1965).
  4. X . . . . Hullebroeck wordt in Gentbrugge geboren. In 1915-1916 reist hij door Nederlands Indië. Met talloze zangavonden en voordrachten propageert Hullebroeck het Vlaamse lied met als doel: de bewustwording van onze nationale identiteit.
  5. X . . . . . . . . . . . . . . . is de bijnaam voor een slag die plaatsvond op 11 juli 1302 bij Kortrijk. Op deze dag strijden burgers van de Vlaamse steden als piekenier en boogschutter tegen het ridderleger van koning Filips IV van Frankrijk. Daar, op het Groeningheslagveld, behalen zij een klinkende overwinning. In 1973 roept de Vlaamse Gemeenschap 11 juli uit tot officiële Feestdag van Vlaanderen.
  6. X . . . den Hertog Jan kwam varen, wordt door velen als het Brabants volkslied beschouwd.
  7. X . . . . land wil zeggen: het Land van het Volk (diets = volks, vgl. iemand iets diets maken). Het verwijst naar de cultuur-historische eenheid van Heel-Nederland op het huidige staatsgebied van de BeNeLux, de aangrenzende Duitse gebieden (Oost Friesland en Rijnland) en de Franse Nederlanden (Artesië en Picardië ten noorden van de rivier de Somme met o.a. de steden Duinkerken, Rijsel, Bonen en Atrecht).
  8. X . . . . . . . toen de vrije Vlamen is de beginregel van Minnedrank, geschreven door Berten Rodenbach (1856-1880). Op het Klein Seminarie Roeselare wordt Rodenbach gewonnen voor de Vlaamse Zaak dankzij zijn leraar, pater Hugo Verriest, oud-leerling van Guido Gezelle. Dit lied wordt getoonzet door Armand Preud’homme (1904-1986) die in zijn leven circa 450 liederen heeft geschreven. Op 1968 reist Preud’homme als officieel cultureel gezant naar Zuid Afrika. Daar stelt hij vast dat zijn liederen in het land van ons Nederlandstalig broedervolk meer gezongen worden dan in Vlaanderen! Ook in Nederlands Indië waren de liederen van Preud’homme en Hullebroeck geliefd.
  9. X . . . . Gent rijst, eenzaam en grijsd, (‘grijsd’ = dichterlijke vorm voor ‘vergrijsd’), is de eerste regel van het lied Klokke Roeland. Op deze bronzen stormklok (1314-1659) in het Belfort van Gent stond: “Mijn naam is Roeland. Als ik kleppe is er brand, als ik luide storm in Vlaanderland”. Berten Rodenbach schrijft dit loflied op Klokke Roeland. In 1877 wordt het getoonzet en uitgebracht door Johan de Stoop (1824-1898). In dit lied wordt hulde gebracht aan de Gentse helden Jan Hyoens, aanvoerder van de Witte Kaproenen, en Jacob van Artevelde, Vlaams volksleider en staatsman.
  10. X . . . . . Krispijn is een lied over een sappelende schoenlapper, geschreven door toondichter René de Clercq (1877-1932) en getoonzet door Emiel Hullebroeck. De Clercq zet zich in voor vernedelandsing van de Universiteit van Gent. Hij wordt lid van de Raad van Vlaanderen (parlement), die op 22 december 1917 de onafhankelijkheid van Vlaanderen uitroept. In 1920 wordt hij door de Belgische regering ter dood veroordeeld. De Clercq brengt daarop zijn hele verdere leven in ballingschap door in Maartensdijk, een dorp in de provincie Utrecht. Zijn geboortehuis in het Vlaamse Deerlijk is thans museum ter zijner nagedachtenis.
  11. X . wat wals is, vals is! Sla dood! (wals= waals) is de strijdkreet die de Vlaamse volksschrijver Hendrik Conscience (1812-1883) in zijn roman De Leeuw van Vlaanderen (1938) de Vlamingen laat schreeuwen in 1302 op het Groeningheslagveld. Hugo Claus schrijft in zijn boek Het Verdriet van België: “Wat wals is vals is, sla dood! ‘De Duitsers zijn naar huis,’ zei Mama.”
  12. X . . . . . . . . . . . , Tijl, (de eeuwig jonge deugniet a la Peter Pan) symboliseert de wederopstanding van de Heel-Nederlandse gedachte. In Knokke wordt Tijl in 1935 samen met zijn Nele in marmer afgebeeld als huldeblijk aan het meesterwerk van Charles de Coster (1827-1878) La légende d’Ulenspiegel (1867). Voorpost beschouwt Tijl Uilenspiegel als het boegbeeld van de Heel-Nederlandse Zaak, dat bezongen wordt in het strijdlied Als Uilenspiegel is opgestaan en trekt door de Dietse landen. […] Hij heeft in zijn vlammende geuzenvlag het lied der opstanding geschreven.
  13. X . . . . . ik voor geen vreemden buig luidt de eerste regel van het lied Omdat ik Vlaming ben geschreven door toondichter Lambrecht Lambrechts (1865-1932) en getoonzet door Maria Matthijssens-Schewyck (1861-1916). Lambrechts wordt in 1919 als straf overgeplaatst naar de normaalschool in ’s-Gravenbrakel wegens zijn “flamingantisch non-conformisme”. In 1922 laat hij samen met Emiel Hullebroeck het maandblad Muziekwarande (1922-1931) verschijnen.
  14. X . . . outer en heerd is het strijdlied geschreven door toondichter Jef Simons (1888-1948) en getoonzet door Armand Preud’homme. In 1927 verschijnt het belangrijkste werk van Jef Simons, Eer Vlaanderen vergaat, een geromantiseerd verslag van de Frontbeweging van Vlaamse intellectuelen aan het IJzerfront tegen het Franstalige beleid van het Belgische leger waardoor vele Vlaamse soldaten in het spervuur aan de IJzer om het leven komen. Sinds 1920 wordt ter nagedachtenis van deze sneuvelde Vlaamse soldaten uit de WO1 de IJzerbedevaart te Diksmuide gehouden op de laatste zondag van augustus. In 1946 wordt de IJzertoren in Diksmuide opgeblazen. Deze misdaad wordt nooit opgelost. In de loop van de laatste decennia is de organisatie van de IJzerbedevaart in linkse handen geraakt. In 2006 laat deze organisatie een moslim bij de heropgebouwde IJzertoren spreken uit naam van de etnisch-culturele minderheden. Vlaamse nationalisten houden sinds 2003 de IJzerwake bij met monument van de gebroeders Van Raemsdonk. Omdat beide evenementen vanaf 2011 samenvallen, laat de organisatie van IJzerbedevaart haar evenement in 2013 uitwijken naar 11 november, wapenstilstandsdag van de WO1, temeer daar de IJzerwake de IJzerbedevaart heeft overvleugeld.
  15. X . . -Lieve-Vrouw van Vlaanderen is de titel van een staplied ter ere van beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Vlaanderen te Gent waarin Vlaamse gevoelens en Mariadevotie harmonieus samengaan. Dit Marialied is geschreven door pater August Cuppens (1862-1924) en getoonzet door componist Lodewijk de Vocht (1887-1977).
  16. X . . . . . . . , Willem, is de schrijversnaam van Alphonsus Josephus de Ridder (1882-1960). Dankzij zijn vermaarde romans Lijmen (1923), Kaas (1933, de meeste vertaalde Vlaamse roman aller tijden) en Het Been (1938) is hij volgens Simon Carmiggelt “zonder enige twijfel de grootste in onze taal schrijvende prozaïst van het ogenblik”. Hij heeft in 1947 de euvele moed gehad het Bormsgedicht te schrijven over de Vlaams-nationalistische voorman Dr. August Borms (1878-1946), die een tijdlang leraar was van op zijn middelbare school, het Antwerps Atheneum. Borms stierf als repressieslachtoffer voor het executiepeloton op 12 april 1946. Hij schreef hierover: Al werd uw oude romp in allerijl vermoord, de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord. En wat van u resteert wordt éénmaal, naar de Wet van Vlaanderens eergevoel, met staatsie bijgezet.
  17. X . . is de afkorting van Taal Aktie Komitee. Deze nationalistische actiegroep ontstaat in 1970 op initiatief van leden van de plakploeg van de Vlaams-nationalistische partij Volksunie (VU, 1954-2001). TAK komt op voor naleving van de taalwetten en voor de staatkundige onafhankelijkheid van Vlaanderen. In 2001 zet TAK samen met de Stichting Taalverdediging (opgericht in 2001 ter verdediging van de Nederlandse taal en cultuur en voor het behoud van het Afrikaans in zuidelijk Afrika) een demonstratie op touw voor de terugkeer van het Nederlands op Schiphol.
  18. X . . . . . en Vriend is het wachtwoord (sjibbolet) dat Vlaamse opstandelingen op 18 mei 1302 gebruiken tijdens hun nachtelijke verrassingsaanval (Brugse Metten) tegen de landvoogd van koning Filips IV van Frankrijk. Dit wachtwoord voert een in 2017 door Dries van Langenhove opgerichte Vlaams-nationalistische jongerenvereniging in haar naam. Op 16 december 2018 houdt deze samen met Voorpost, Vlaams Belang Jongeren, KVHV Antwerpen en Gent, de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) de Mars tegen Marrakesh, een massabetoging tegen het VN-Migratiepact. Volgens officiële tellingen zijn er op die dag ruim 5.500 vreedzame betogers op de been en 1000 gewelddadige tegenbetogers. Op 18 december 2018 valt de Regering Michel I over het Marrakesh Pact.
  19. X . . . . . van Heule, ons maartje, kan werken gelijk een paardje, vormen de eerste twee regels van het olijk liedje geschreven door René de Clercq en getoonzet door Emiel Hullebroeck. Het standbeeld van dit West-Vlaams meisje staat in het dorp Heule, die in 1963 zijn 850-jarig bestaan viert. Sindsdien wordt daar ieder jaar in het 2de weekeinde van september de Tinekefeesten gehouden.
  20. X . een gitzwarten hengst daar rijdt de dood is de eerste regel van het staplied Vlaamse dodendans met als keerzang (refrein) Vlaand’ren in nood! In Vlaand’ren rijdt de dood. De tekst is in 1916 geschreven door L. Van De Lende op de melodie van het Nonnentanzlied uit de 15de eeuw, bewerkt door M. van Aken. Dit lied geeft uitdrukking aan de verschrikkingen van de WO1, die Vlaanderen heeft moeten doorstaan. Het is sindsdien populair geworden bij de Heel-Nederlandse Jeugdbeweging en de Duitse Wandervogel.
  21. X . . . . . . . , Fred richt op 20 mei 1971 de Heel-Nederlandse Jeugdbeweging Scoutsverbond Delta (1971-1991) op. Dit scoutsverbond richt op de tradities van de Angelsaksische Padvinderij van Lord Baden Powell, de Duitse Wandervogel, de Blauwvoeterij van de Katholieke Vlaamse Studentenbeweging en Jong Dinaso (1933-1939) van Leo Poppe (1911-1997).
  22. X . . . . toch hoe sterck is het gedragen lied dat Adrianus Valerius (de Latijnse naamversie van toondichter Adriaen Valéry, 1575-1625) opneemt in zijn Nederlandtsche Gedenckclanck. Deze verzameling van geuzenliederen uit de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) verschijnt in 1626, dus één jaar na zijn dood. De tekst ervan is doordrongen van het Nederlandse identiteitsgevoel. Sinds het nationalistische reveil van de 19de eeuw zijn deze geuzenliederen ongekend populair. Ze zijn te horen als carillongetingel op de Munt te Amsterdam en in andere steden door Heel Nederland, die gezegend zijn met zo’n klokkenspel. Velen uit ons taalgebied putten hier hun troost uit, vooral in tijden van onderdrukking zoals die nu weer overweldigend voelbaar is vanwege het globalistische imperialisme. Vandaar dat het gedicht Het Carillon (1946) van Ida M. Gerhardt thans actueler is dan ooit: Want boven in de klokkentoren na ’t donker-bronzen urenslaan ving in heel de stad te horen de beiaardier te spelen aan. Valerius: […] Nooit heb ik, wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad. Het bekendste geuzenlied, Het Wilhelmus, geschreven door Filips van Marnix (1540-1598), heer van Sint-Aldegonde, buitenburgemeester van Antwerpen tijdens het beleg en de val van Antwerpen in 1585, is sinds 1932 het Volkslied van Nederland.
  23. X . . . . . . . . . , Jeroen (1967) is Vlaams schrijver van romans en theaterstukken. Zijn roman WIL (2016) biedt een inkijk in de Vlaamse collaboratie. Dit boek wordt bekroond met de Fintro Literatuurprijs en de F. Bordewijk-prijs voor het beste Nederlandse prozaboek van 2016.
  24. X . . . . . . . . . . der Oude Nederlanden staat in het Gebed voor het Vaderland (Vlaams Studentencodex Liederboek p. 285), dat Remi Piryns (1920-2004) schrijft in het interneringskamp te Lokeren tijdens de hoogtijdagen van de repressie, gericht op uitschakeling van de Vlaams-nationalisten. Het is op 10 oktober 1944 getoonzet door zijn medegevangene, de wereldberoemde componist Gaston Feremans (1907-1964). Flaminganten, zoals Valeer Portier in 1964 en Guido Lauwaert in 2013, zien het compositorisch hoogstaander Gebed voor het Vaderland graag als vervanging van de ‘ordinaire’ De Vlaamse Leeuw met zijn gezwollen Duitse stijl uit de 19de eeuw en zijn “al te bloederig klauwende leeuw”.
  25. X . . zullen hem niet temmen is de beginregel van De Vlaamse Leeuw. In juli 1845 wordt dit lied, dat uit vrees voor de Franse annexatie van België is ontstaan, geschreven door huisarts en toneelschrijver Hippoliet van Peene (1811-1864). Hij laat zich hierbij inspireren door het Rheinlied: “Sie sollen ihn nicht haben, den freien Deutschen Rhein” van Nikolaus Becker (1809-1845). In datzelfde jaar wordt het getoonzet door Karel Miry (1823-1889) die zich laat inspireren door Sonntags am Rhein van Robert Schumann (1810-1856). De eerste twee strofen van De Vlaamse Leeuw worden bij het Decreet van 6 juli 1971 van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap (Nederlandse Cultuurraad, 1971-1980), voorloper van de Vlaamse Raad (1980-1996), thans het Vlaams Parlement zetelend in het Vlaams Parlementsgebouw te Brussel, uitgeroepen tot het volkslied van Vlaanderen. Op initiatief van Gemeenschapsminister van Cultuur Karel Poma wordt bij Ministerieel Besluit van 11 juli 1985 (BS 11.7.1985) de tekst en de notatie van de muziek van De Leeuw van Vlaanderen officieel vastgesteld als Volkslied van de Vlaamse Gemeenschap. Per Decreet van 7 november 1990 wordt het Volkslied (art. 5), het Wapen, de Vlag, en de Feestdag (11 juli) opnieuw vastgelegd.
  26. X . . . . . . . , Joris (1887-1951) was een priester-dichter die schreef voor het katholiek Vlaamsgezind tijdschrift Jong Dietschland en het literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort (sinds 1972 DW B), het oudste nu nog verschijnende culturele tijdschrift in het Nederlandse taalgebied.
  27. X . . . klonk uit het land van de Kerels een wekstem door Vlaanderens ruim luidt de eerste regel van Het Rodenbachlied. Dit door Clem de Ridder bewerkte lied verwijst naar Het Lied der Vlaamse Zonen van Berten Rodenbach.




Puzzel 3: De Hollandse Pot

Lekkernijen uit stad en streek

Net als ons volkslied, het Wilhelmus, een acrostichon (naamvers) is ter ere van onze Vader des Vaderlands, vormen de eerste letters van de 48 invuloefeningen hieronder een zinsnede uit het jolig liedje waarmee wij ons moed inzingen in barre tijden of dat wij uit volle borst aanheffen als onze magen beginnen te knorren op weg naar een vakantiebestemming.

  1. X . . . . . . mosselen waren vroeger alleen maar verkrijgbaar in de maanden met een ‘r’, nu van juli tot april.
  2. X . . . . . . . . . is Amsterdamse worst van mager rundvlees met Indische kruiden zoals peper, kruidnagel en nootmuskaat.
  3. X . . . . . hutspot en haring met wittebrood eten wij op 3 oktober.
  4. X . . . . . . . meisjes zijn hardgebakken gistdeegkoekjes bestrooid met suiker. Deze lekkernij is bedacht door bakker Hagdorn in 1829.
  5. X . . . . . . . . is van magere melk met kruidnagel en komijn. Deze kaas werd in Friesland speciaal voor de VOC-scheepsbemanning gemaakt.
  6. X . . . . . . . worst bestaat uit gekookt varkensvlees en wordt gegeten als broodbeleg en borrelhap.
  7. X . . . . . . . kruidkoek gevuld met gekonfijte sinaasappelsnippers is een smulproduct van deze IJsselstad.
  8. X . . . . . . . . . worden in Noord Brabant beschouwd als een traditionele lekkernij.
  9. X . . . . . . . . kersenvlaai is een lekkernij uit de geboortestreek van Geert Wilders.
  10. X . . . . . . . . . . . . . . . . is een uitgesproken consumptiepaddenstoel. Deze boleet wordt in veel Nederlandse gerechten verwerkt zoals in jachtschotels en in walnotentaart.
  11. X . . . . . . . . . zijn mini-pannenkoekjes van tarwebloem en boekweitmeel.
  12. X . . . . . . kaas is een bolvormige harde kaassoort die sinds onze Gouden Eeuw wereldwijd bekend is. Deze kaassoort speelt de hoofdrol in meest vertaalde Nederlandstalige roman in Vlaanderen Kaas van Willem Elsschot.
  13. X . . . . . . . . . . . zijn visfilets die door een beslag van water, meel en zout gehaald zijn om dan gefrituurd te worden.
  14. X . . . . . . . kruiden of specerijen zijn plantaardige smaakmakers die sinds de VOC-tijd in typisch Nederlandse gerechten worden gebruikt zoals in Friese nagelkaas (kruidnagel) en speculaas (kaneel en kruidnagel).
  15. X . . . . . . . . . . is een methode van Scheveningse vissers om haring te vangen.
  16. X . . . is gemaakt van zoethoutwortelsap en salmiak: 80% van de Nederlanders snoepen ervan.
  17. X . . . . . . . . . . van wild (sterke smaak) of tam (zachtere smaak) gevogelte wordt vooral in de herfst opgediend met pruimen als vulling en paddenstoelen- of sinaasappelschilsaus, met een scheut Port of Cointreau.
  18. X . . . . . . . . . . . . zijn rozijnen op brandewijn, lekker voor op de pannenkoek.
  19. X . . . . . . is magere haringfilet rond een augurk (zure bom) met een houten tandenstoker er dwars doorheen.
  20. XX . . . . . heb je extra als je na het schaatsen gaat smullen in een koek-en-zopie kraam.
  21. X . . . . . . . . . strooit Zwarte Piet rond als hij ergens binnen- of langskomt waar kinderen juichen voor Sinterklaas.
  22. X . . . . . . . . . zijn gefrituurde gistdeegbollen met rozijnen waar wij met Oud en Nieuw van smullen.
  23. X . . . . . . . stopt Sinterklaas in de schoentjes van zoete kinderen.
  24. X . . . . . . . . . . . . . . die Abraham voorstellen, krijgen Nederlandse mannen op hun vijftigste verjaardag.
  25. X . . . . . . . . . . . . . . . . . eten wij als zoet beleg op brood terwijl we zingen: “Het hagelt, het hagelt, grote korrels Venz!”
  26. X . . . . . zijn snoepjes met koffie- en karamelsmaak, bedacht door baron Hendrik Hop (1723-1808) in Den Haag.
  27. X . . . . . . . . – en consumptieaardappelenexport: Nederland staat nummer één op de wereldranglijst met zijn wereldmarktaandeel van 18,4%, gevolgd door Frankrijk (13,8%), Duitsland (8,9%) en China (6,5%) voor het jaar 2017.
  28. X . . . . . . drop is een mix van veelkleurige dropjes met anijs- en kokossmaak.
  29. X . . . . . . boerenmeisjes zijn abrikozen op brandewijn, lekker bij de pannenkoek.
  30. X . . . . . streekgerecht dat wereldberoemd werd door de jeugdroman Bartje (1935) van Anne de Vries, waarin dit rebelse knaapje de gevleugelde woorden sprak: “Ik bid nie veur brune bonen!”
  31. X . . . . . . . . . . . zijn met Oud en Nieuw te koop in oliebollenkramen.
  32. Nederlanders zijn ‘s winters gek op hutspot. Dat is aardappelstamppot met winterpeen en klapstuk.
  33. X . . . . . . Hollands zijn de kaasmarkten in Alkmaar, Edam, Hoorn, Gouda en Woerden.
  34. X. . . . . . . . . is zacht gekookte rijst in melk met suiker en een snufje zout. Dit nagerecht is hèt Nederlandse symbool voor overvloed.
  35. X . in de pan gebraden en met het geel nog ietsjes rauw heet een uitsmijter.
  36. X . . . is een spotnaam voor domoren en Kampenaren. Maar Kampenaren beschouwen dit scheldwoord als hun ‘geuzennaam’. Vandaar dat zij jaarlijks fier hun ui(t)dagen vieren.
  37. X . . . . . . . zijn fris zure appels in taartpunten bij de koffie of thee op een zonnig terrasje.
  38. X . . . . . . . . . . . . is het tegenovergestelde van anorexia. Dus opgepast! De Hollandse pot is zó lekker dat je hieraan kan lijden!
  39. X . . . is een vernederlandst woord van het Franse nougat. Met een laagje chocolade eromheen wordt deze zoete lekkernij in Noord Nederland bonbon genoemd, terwijl die in Zuid Nederland praline heet.
  40. X . . . . . . . . . . . . , of ‘verloren brood’ in het Vlaams, zijn in melk met eierstruis geweekte sneetjes (oud) witbrood, in boter gebakken. Flauwe mop: stewardessen in helikopters worden ook zo genoemd.
  41. XX . . . . . . van lange vingers, eidooiers, advocaat, (vanille)suiker en bestrooid met chocoladevlokken, is een typisch Nederlands nagerecht.
  42. X . . . . . . . . . . gerechten worden in binnen-en buitenland opgediend onder de gemeenschappelijke noemer: de Hollandse pot.
  43. X . . . . . . . . . . . . . is Leidse hutspot geen aardappelstamppot omdat in 1574, het jaar van het Leids ontzet, deze nachtschade-knollen uit Zuid Amerika nog geen volksvoedsel was.
  44. X . . . . . kaas wordt jaarlijks op de kaasmarkt voor de Waag vlak bij de Sint Janskerk (de langste kerk van Nederland) verkocht door mannen en vrouwen in boerenkledij.
  45. X . . . . . . . . . . is de naam voor het plantengeslacht van de aardappel, die vanaf de 18de eeuw (voor het eerst in Friesland) ons volksvoedsel wordt in de functie van ‘maaltijddrager’.
  46. X . . . . . . . . . hebben wij Nederlander niet nodig omdat Heineken dankzij een wereldmarktaandeel van 11,2% (jaar 2017) nummer 2 staat, Grolsch (met als internationaal handelsmerk Asahi) dankzij zijn 3% wereldmarktaandeel nummer 7, en het Brabantse familiebedrijf Bavaria dankzij zijn 0,4% (dat is toch nog 7,3 miljoen hectoliter!) wereldmarktaandeel nummer 29 staat op de ranglijst van grootste bierbrouwers ter wereld.
  47. X . . . . . vaatje met daarin 45 stuks Hollandse Nieuwe (haring) wordt met Vlaggetjesdag in Scheveningen bij opbod verkocht voor het goede doel.
  48. X . . . . verklaard door etnisch profilerend links zijn moorkoppen, negerzoenen, jodenkoeken, paaseieren, kerstkransjes, zigeunersaus van Unilever enzovoort.




Puzzel 2: De Tachtigjarige Oorlog

Vul op de opengelaten plekken de ontbrekende woorden in. Stel daarna een letterreeks samen uit de letters van de namen zoals aangegeven met een kruisje ( dus de 1ste, 5de, 7de … enzovoorts letter te nemen ). De oplossing is de titel van een beroemde roman, die uitdrukking werd van het Nederlandse zelfbewustzijn tegenover de Duitse bezetting.




Puzzel 1: Nederlandse volksmuziek!


Vul op de opengelaten plekken de ontbrekende woorden in. Stel daarna een letterreeks samen uit de letters van de namen volgens deze cijferreeks ( dus de 1ste, 2de, 1ste … enzovoorts letter te nemen ):

12.1.1.3. 1.2.3. 1.2.2.1.1.1. 5.5.5. 1.8.4.1.5.3. 4.2.2.3.

Als je deze lettercode kraakt krijg je de eerste zin van een Nederlands volksliedje. O ja, en ook nog veel luisterplezier toegewenst als je YouTube als zoekmachine gebruikt!





* De denktank ‘Michiel Adriaanszoon de Ruyter’ is een ad hoc wisselend gezelschap van vaderlandslievende academici die hun hersensspinsels en pennenvruchten ter beschikking stellen aan iedereen die deelneemt aan het publieke debat over politieke, wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele vraagstukken. Hiermee wil de denktank zijn steentje bijdragen aan een democratische dialoog over alle onderwerpen, ongeacht taboes die erop rusten of dreigementen hiertegen worden uitgebracht door de moralistische ‘gedachtenpolitie’. De denktank doet dit in de overtuiging dat wij leven in een democratisch land, waar de vrijheid van mening grondwettelijk is gewaarborgd en respect voor andermans meningen verankerd is in onze Westerse beschaving.



Afbeelding: ‘Sky_puzzle.jpg’, bijgesneden. © Fotograaf: Jared Tarbell. bron: Wikimedia, licentie.
Afbeelding: ‘Slag_bij_Nieuwpoort_-_Nicaise_De_Keyser.jpg’. bron: Wikimedia, in het publieke domein. Dit schilderij van Nicaise de Keyser (1813-1887) uit 1843 toont een zegevierende Prins Maurits in de Slag bij Nieuwpoort (1600) met rechts op de voorgrond de verslagen Spaanse legeraanvoerder Francisco de Mendoza.
Afbeelding: ‘Maassluis, de Furie foto2 2008-10-04 13.27.JPG’. © Fotograaf: Michielverbeek. bron: Wikimedia, licentie.
Afbeelding: ‘Snert.jpg’, bijgesneden. bron: Wikimedia, in het publieke domein.
Afbeelding: ‘GCF – Battle of the Golden Spurs.png’. bron: Wikimedia, in het publieke domein.
Afbeeldning: ‘20200820_093404.jpg’, bron: privécollectie van de auteur. © Identiteit Nederland. Afgebeeld zijn de vulkanen beschreven in de begeleidende tekst van de puzzel “Indisch eten!¨.



© puzzels: Identiteit Nederland



___

Dit is de website van de politieke partij IDNL, een initiatief van de culturele vereniging ‘Identiteit Nederland‘. Voor vragen en contact klikt u hier.


Post dit bericht op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *