+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Alt-Seksualiteit en etnisch conflict

Alt-Seksualiteit en etnisch conflict

La vie en rose’


(Art House-stijl cultuur-pathologie)


Voilà le portrait sans retouche
De l’homme auquel j’appartiens
– Edith Piaf

Enige jaren geleden ontstond er binnen de Europese ‘culturele elite’ enige – nogal onoprecht en kunstmatig aandoende – ‘ophef’ rond de nieuwste film van de verder totaal politiek-correcte Tunesisch-Franse regisseur Abdellatif Kechiche. Kechiche werd binnen het Franse media-establishment al geroemd om zijn subtiele (artistiek meesterlijke) maar effectieve (emotioneel pakkende) cinematografische propaganda voor massa-immigratie, maar in 2013 besloot hij zich te wagen aan een cinematografische bijdrage aan de sociaal-culturele ‘deconstructie’ van inheems Frankrijk zelf.

In La vie d’Adèle – Chapitres 1 & 2 (‘Het leven van Adèle – Hoofdstukken 1 & 2’) doet Kechiche een ruime duit in het zakje van het Cultuur-Nihilistische propaganda offensief dat gericht is op het propageren van alt-seksualiteit onder jongeren. La vie d’Adèle speelt zich opvallenderwijs niet af binnen Kechiche’s reguliere cinematografische interessegebied, namelijk zijn eigen Noord-Afrikaanse immigranten milieu, maar binnen de inheems-Franse populatie. De film geeft weliswaar een politiek-correcte achtergrond van het ‘omvolkende’ middelbare schoolleven en het ‘verkleurende’ stadsleven, maar houdt zijn focus toch volledig op twee blanke meisjes, levend in een saaie noord-Franse provinciestad, ingebed in politiek-correcte (lees: autoriteitsloze, stuurloze) families en opgaand in een oppervlakkig-hedonistische levensstijl die zich volledig schikt naar het soixante-huitard existentieel ideaalbeeld. Zo wordt Sartre expliciet genoemd als het ultieme ‘levensbeschouwelijke’ referentiepunt en wordt CGT demonstratiedeelname als automatisch reflex opgevoerd.1

La vie d’Adèle neemt de alt-seksuele Werdegang van het gelijknamige autochtoon-Franse hoofdpersonage onder de loep: een tienermeisje dat worstelt met de emotionele en fysieke spanningen van problematische ‘seksuele oriëntatie’. Blijkbaar past het feitelijke onderwerp van de film, namelijk ‘alt-seksuele’ zelf-deconstructie, naar inzien van de regisseur beter bij de autochtoon-Franse bevolking dan bij zijn eigen allochtoon-Noord-Afrikaanse immigranten-gemeenschap. Was Kechiche alleen maar bang voor een negatieve (‘islamistische’) respons onder ‘zijn eigen’ mensen – en was dat de reden dat hij twee Frans-Franse in plaats van twee Tunesisch-Franse meisjes zijn risqué hoofdrollen liet spelen? Of speelden meer sinistere motieven een rol? Was hij van mening dat meisjes uit zijn eigen oorsprongsgemeenschap ‘te goed’ waren voor het door hem bedachte ‘rollenspel’ – voor de overdosis lesbische experimenten waartoe blijkbaar alleen autochtone meisjes – als wegwerp ongelovigen – zich publiekelijk mogen bekennen? Als dat laatste klopt, dan markeert Kechiche’s La vie d’Adèle vermoedelijk de definitieve ‘omgekeerde culturele kolonisatie’ van Frankrijk: het punt waarop allochtone cultuurautoriteiten het laatste woord hebben en zich ongestraft mogen verlustigen aan de degradatie van het autochtone ‘vrouwvolk’.

Hoe dan ook, de kunstmatig opgeklopte ‘controverse’ rond de film, die zich losjes baseert op Julie Maroh’s – zo ongeveer letterlijke – strip-verhaal Le blue est une couleur chaude (‘Blauw is een warme kleur’) uit 2010 en die werd bekroond met de prestigieuze Palme d’Or (Cannes Film Festival) en Louis Delluc (beste Franse film) prijzen, spitst zich – hoogst voorspelbaar – toe op expliciet seksuele lading. Een lading die overigens onder dat van het ‘porno’ genre ligt: La vie d’Adèle is gericht op simpel en ordinair voyeurisme. Kechiche vindt het blijkbaar nodig zijn publiek mee te laten gluren in zijn onderzoek naar de slaapkamergeheimen van Franse meisjes: er is geen Freud voor nodig om Kechiche’s ‘kijk’ te analyseren in termen van inter-etnische drift-complexen en babyboomer lust-projecties. Vanuit die optiek lijkt een Nieuw Rechtse film recensie gewijd aan La vie d’Adèle misschien op het intrappen van een open deur – maar toch is er nog wel wat meer te zetten. In twee opzichten legt Kechiche’s post-moderne ‘meesterwerk’ namelijk de vinger op Nieuw Rechtse ‘tere plekken’.

Ten eerste geeft La vie d’Adèle – althans aan de gemiddelde mannelijke kijkers, die vrouwelijke gelijkgeslachtelijke ‘activiteit’ langer zal kunnen aanzien dan haar ‘inter-mannelijke’ tegenhanger – gelegenheid tot kennisname van de ‘alt-seksuele’ leefrealiteit die na een halve eeuw Cultuur-Nihilisme een niet gering deel van de inheemse Europeanen overheerst. Het ‘probleem’ van de omgang met allang gelegaliseerde en alom gepropagandeerde ‘alt-seksualiteit’ – een nieuwe ‘standaard’ die blijft indruisen tegen de sociaal-conservatieve en anti-libertaire instincten van de meeste Nieuw Rechts aanhangers – is een belangrijke ‘splijtzwam’ binnen Nieuw Rechts. Vele Nieuw Rechts publicisten en activisten hebben moeite met de combinatie van ‘alt-seksualiteit’ en ‘nationalisme’ die zij terugzien in sommige van hun (potentiële) medestanders. Hoewel zowel geschiedenis als actualiteit van patriottisme en nationalisme het tegendeel bewijzen (Professor Pim als voorman van de ‘Fortuyn Revolte’, Renaud Camus als voorman van het Conseil National de la Résistance Européenne, Greg Johnson als voorman van Counter-Currents), zijn velen binnen Nieuw Rechts van mening dat deze combinatie onmogelijk, ongepast en ongewenst zou zijn.3

Een anti-‘alt-seksuele’ politieke agenda is echter slechts in zoverre gerechtvaardigd dat zij de doorgeschoten sociale deconstructie-mechanismen (‘homo-huwelijk’, ‘homo-ouderschap’, ‘homo-schoolvoorlichting’) en militant anti-traditionele ideologieën (‘seksuele bevrijding’, ‘vierde generatie feminisme’, ‘trans-genderisme’) bestrijdt. Op het moment dat die agenda doorschiet naar zinloze inter-persoonlijke onverdraagzaamheid en ongepaste inmenging in privé aangelegenheden worden twee grenzen overschreden: (1) de Westerse beschavingsgrens van individueel zelfbeschikkingsrecht en (2) de grens van wat in termen van Realpolitik haalbaar is. ‘Werken met wat voorhanden is’ is niet alleen een verstandig uitgangspunt binnen Nieuw Rechts (kiezen van geschikte leiding, inzetten van efficiënt personeel) maar ook naar buiten: het winnen van een bevolking die een halve eeuw lang geïndoctrineerd en vervormd is door het Cultuur-Nihilisme vergt een grote dosis geduld, verdraagzaamheid en voorzichtigheid.

Belangrijker is echter de tweede aantekening de tweede Nieuw Rechtse ‘tere plek’ die met La vie d’Adèle wordt geraakt: de moeizame verhouding van Nieuw Rechts tot de post-moderne ‘hoge cultuur’, en dan met name tot de vele ‘grensoverschrijdende’ kunst- en cultuuruitingen van hedendaagse artiesten. La vie d’Adèle valt overduidelijk in deze categorie: Kechiche’s film behoort technisch gesproken tot de ‘hoge cultuur’, maar is ‘grensoverschrijdend’ in zowel esthetische als ethische zin. Niemand zal ontkennen dat het om een cinematografisch meesterwerk gaat dat naadloos aansluit op de technische perfectie en de magisch-realistische symboolkunde van de Franse filmtraditie (het mag overigens gezegd zijn dat Kechiche’s La vie d’Adèle een aantal opmerkelijke maar onderbelichte – zowel technische als inhoudelijke – inverse overeenkomsten vertoont met Kieślowski’s La double vie de Véronique). Kechiche legt ook directe en expliciete claims op de ‘hoge cultuur’ van het oude Europa in zijn verwijzingen naar Pierre de Chamblain de Marivaux (La vie de) en naar Pablo Picasso (Período Azul). Kechiche’s ‘hoge cultuur’ is echter in hoge mate on– en zelfs anti-Europees – zij is globalistisch, postmodern en post-Europees. Uit hun verband gerukte en onbegrepen elementen van de oud-Europese ‘hoge cultuur’ worden door de regisseur ingezet zonder écht invoelen en zonder écht inzicht in hun oorspronkelijke esthetische en ethische betekenis: ze worden ge-bruikt en mis-bruikt. Ondanks Kechiche’s onmiskenbare technische vernuft – met name zichtbaar in zijn vermogen tot artistieke synthese (zoals de inzet van New Age transcendentale meditatie techniek en digitale visio-esthemen) – vertegenwoordigen deze elementen in La vie d’Adèle even zo vele pogingen tot globalistische culturele toe-eigening van Europees erfgoed. Dat Kechiche’s (emotioneel beladen, psychedelisch meeslepende) cadens hoogst effectief is blijkt wel uit het feit dat de door hem ingezette soundtrack remix van Lykke Li’s hitparade lied I Follow Rivers (oorspronkelijke versie 2011) zich in een grotere populariteit mag verheugen dan het origineel.2

Maar waarin Kechiche totaal faalt is juist in zijn poging tot culturele toe-eigening: als La vie d’Adèle iets bewijst, dan is het dat de afgrond die het postmoderne globalisme scheidt van authentieke Europese identiteit onoverbrugbaar is. Alles dat geen keuze tussen beide maakt valt in een diepe afgrond – net zoals het leven van het hoofdpersonage ‘Adèle’ in een diepe put valt. Kechiche herleidt in zijn film de naam van de hoofdpersonage tot het Arabische woord ʽādil, ‘rechtvaardigheid’; wat hij niet vermeldt is de échte etymologie van de naam, namelijk – Germaans en Nederlands – adel. Voor Kechiche heeft Nieuw Rechts een boodschap: er is niet veel ‘adellijks’ aan zijn Arabisch voyeurisme naar Europese tienermeisjes – en er is niet veel ‘rechtvaardigheid’ in zijn globalistische exploitatie van de Europese identiteitscrisis.

Het is nu al bijna een eeuw geleden dat Radclyffe Hall The Well of Loneliness beschreef waarin Kechiche’s hoofdpersonage ‘Adèle’ terecht komt: Hall ver-kende, er-kende en be-kende de zware existentiële last van de alt-seksualiteit – een last die strikt persoonlijk is en die door geen enkel ‘homo-recht’ en geen enkele ‘lesbo-film’ kan worden verlicht. Hall’s eerlijke relaas staat lijnrecht tegenover Kechiche’s vie en rose drogbeeld. Kechiche had zijn film kunnen laten eindigen op dat éne moment waarop hij iets weet vast te leggen dat ver boven alle politiek-correcte cultuur-deconstructie uitstijgt: dat éne moment in het park waarop ‘Adèle’ naast haar ‘blauwe engel’ in het gras ligt en heel even tussen hemel en aarde hangt – voordat er ‘iets meers’ gebeurt. ‘Engel Emma’ vangt heel even de dwalende ziel van ‘Adèle’ in haar hemelsblauwe ogen en zegt dan iets dat het hele ‘alt-seksualiteit probleem’ – en meer dan dat – onmiddellijk tot de échte menselijke maat reduceert: ‘misschien is dit moment wel té perfect’. Waarin Kechiche de Europese cultuur misschien wel het meest miskent, is in zijn onbegrip voor de Europese kijker – die niet meer hoeft te zien.

Ei già il resto capirà
– Mozart, ‘Le nozze di Figaro’

Alexander Wolfheze

1 Een verwijzing naar de Confédération Générale du Travail, de grootste Franse vakbond, bekend om militante politiek en radicale oriëntatie op anarcho-communisme.

2 De Youtube teller van de film-versie stond in juni 2019 op 137 miljoen, tegenover 64 miljoen ‘views’ voor de originele versie.

3 Zie bijv. Alfred Vierling, ‘Vilification of Homosexuality by Identary Ethno-Nationalists: a Misunderstanding’

___

IDNL (Identitair Nederland) is een opbouworganisatie voor de identitaire beweging in Nederland. Wij organiseren geregeld bijeenkomsten en lezingen voor politiek geïnteresseerden. Voor vragen en contact klikt u hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *