+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Corona en Metapolitiek, deel 1

Corona en Metapolitiek, deel 1

Inleiding: de gekroonde dood


Een pandemo-politieke anamnese.


Decamerone Redux

Reader’s Digest voor een post-modern pest-seizoen



door Alexander Wolfheze

Giro, girotondo!
Quant’è bello il mondo,
il mondo dei bambini,
con tanti fiorellini
La gallina canta, canta sola sola

Non vuole andare a scuola
Il lupo è dietro la porta,
La porta casca giù, il lupo non c’è più
A terra tutti giù


‘Draai, draai in ‘t rond!
Hoe schoon is toch ‘t aardrond
de wereld van de kindertjes
met zoveel bloempjes
De kip zingt, zingt helemaal alleen
Wil niet meer naar school lopen
De wolf is achter de deur
De deur valt neer, de wolf is niet meer
Allen vallen ter aarde neer’

anoniem kinderrijm en zangspel

A year passes
And it’s like nothing’s changed
We’re all still here
Warm embraces, smiling faces
But only I know the secret:
Nothing is like it used to be


‘Een jaar is voorbij gegaan
En het is alsof niets veranderd is
We zijn er nog allemaal
Innige omhelzingen, glimlachende gezichten
En alleen ik ken het geheim:
Niets is nog zoals het ooit was’

– Lupa G, ‘The Secret’

Het is lang geleden dat de Westerse wereld de pandemie, één van de oudste vijanden van de mensheid, te zien kreeg. Sinds de door oorlog en honger verhevigde epidemieën die volgden op de Eerste Wereldoorlog en Russische Burgeroorlogen, nu een eeuw geleden, stelden medisch-wetenschappelijke technologie en urbane hyper-hygiëne de Westerse mens in staat de oude dreiging van massale sterfte door ziekte op armslengte afstand te houden. Nadat hij zich uit de natuur had verwijderd en zich aan zijn oude biotoop – de wilde natuur ende harde seizoenscyclus – had ontworsteld scheen het voor een kort historisch seizoen dat de Westerse mens een beslissende overwinning op de natuur had behaald. Misschien wordt de weergaloze overmoed van de Brave New World van de Westerse mens jegens de natuur, de natuurlijke orde en de Aarde zelf nergens beter door geïllustreerd dan door de verschuiving in zijn verhouding tot het menselijk element van de natuur: op collectief niveau – bestuur, wetgeving, ethiek – heeft hij zich afgewend van realiteitsgebaseerde eigenheden, essenties en identiteiten en toegewend tot ideegebaseerde algemeenheden, constructies en illusies.

Op collectief niveau heeft de Westerse mens afstand gedaan van de natuur- en grond-gebonden existentiële modaliteiten van zijn voorouders. Dit prijsgeven heeft een collectieve spirituele crisis van de eerste orde veroorzaakt: rationeel-dwingend en psychisch-deformerend materialisme (het zgn. ‘overleven van de sterkste’) en nihilisme (de zgn. ‘dood van God’). Dit is wat het Traditionalisme met René Guénon de ‘Crisis van de Moderne Wereld’ noemde.ii Op het meest oppervlakkige niveau verwijst dit crisisbegrip naar de existentiële conditionering van totale (psycho-sociale) vervreemding en permanente (socio-economische) onzekerheid, een conditionering die onvermijdelijk volgt uit het verlies van de authentieke beleving van vast gewortelde identiteit (filosofisch: Heidegger’s Dasein; spiritueel: totaal-presentie in tijd en plaats). Een dergelijke authentieke beleving vergt een zeer precies gedoseerde combinatie van thuis als gemeenschap (familie, geslachtslijn, volk – doorvoelbaar in het Duitse woord Gemeinschaft) en een thuisbasis (huiselijke haard, geboortegrond, thuisland – doorvoelbaar in het Duitse woord Heimat). De ervaring van vast gewortelde identiteit vergt toegang tot een specifieke genius loci in de fysieke wereld – zulke toegang wordt strikt ingeperkt door waarachtig geboorterecht (langdurende eigendomsrechten, oude familienamen, voorouderlijke graven) en effectieve aanwezigheid (geboorteplaats, deelname aan de natuurlijke cyclus, duurzame vestigingsplaats).

Hoe verder de ‘moderne’ mens – en de Westerse mens is zonder twijfel het meest ‘moderne’ deel van de mensheid – zich verwijdert van de dubbele natuurlijke en culturele wortels van zijn voorouders, des te meer ontdoet hij zich van de vele beschermingsmuren die zijn voorouders in de loop van de eeuwen voor hem hebben opgebouwd. Naar mate de fysieke veiligheid van het hechte familieleven, het overgeërfde eigendomsrecht, het zelfredzame huishouden en de waarachtige (etnische, nationale) gemeenschapsidentiteit vervaagt, vervagen ook haar psychologische en spirituele equivalenten.

Ten diepste is de Crisis van de Moderne Wereld – het meest acuut ervaren in het Westen – een identiteitscrisis. Deze crisis geeft het ‘bevrijde’ Westers individu slechts ‘vrijheid’ in de negatieve zin van het woord: hij heeft een formele maar tegelijk fictieve ‘vrijheid’ van verantwoordelijkheden in het heden (waar zijn voorouders zich verplicht voelden naar hun familie, gemeenschap en vaderland) en van verplichtingen naar het verleden (waar zijn voorouders zich verantwoordelijk voelden voor erfgoed, cultuur en traditie). Maar hij koopt de ‘vrijheid’ van deze verantwoordelijkheden en verplichtingen tegen een hoge prijs, namelijk het verlies van oude privileges en rechten.

Naarmate de moderne Westerse mensen traditionele geslachtsrollen en traditionele huwelijksstructuren afwijzen, verbeuren zij ook de privileges van sociale harmonie en echtelijke exclusiviteit – en de rechten van echt vaderschap en echt moederschap. Daarmee ontzegt de moderne Westerse mens zich – grotendeels zonder er zich rekenschap van te geven – de mogelijkheid van deelname aan de tijdloze (doorlopende, multi-generationele) sferen van gezinsleven, familieleven en gemeenschapsleven, sferen die onontbeerlijk zijn voor het normaal openbaar functioneren – en zeker het privaat welbevinden – van de overgrote meerderheid van alle mensen.

Naarmate moderne Westerse mensen traditionele etnische allianties en traditionele nationale identiteiten afwijzen, verbeuren zij ook de privileges van aan etniciteit gerelateerde solidariteit (sociale zekerheid, publieke zorg) en aan de natiestaat gerelateerde bescherming (veiligheid van binnen, grensbewaking naar buiten). Daarmee verwaarlozen en verliezen zij, om met een duidelijk beeld te spreken, de met grote zorg aangelegde tuinen en boomgaarden van hun voorouders: het waren hun voorouders die al deze infrastructuren en instituties opbouwden op basis van (relatief) etnisch-homogene gemeenschappen en historisch gegroeide natiestaten. Homogene volken en organische staten waarvoor zij – het moge gezegd zijn – een hoge prijs in bloed, zweet en tranen betaalden: er is door hen – vaak in grote offers – betaald voor de schijnbare ‘vanzelfsprekendheden’ van sociale zekerheid, publieke zorg, binnenlandse veiligheid en grensbewaking. De meest extreme en voorkombare vormen van armoede, honger, ziekte, binnenlandse wetteloosheid en vreemde invasie werden alleen door de grote inspanningen van voorafgaande generaties gebannen uit de Westerse tuin. Zo waren rond het midden van de 20e eeuw ook ziekteplagen verbannen achter de Westerse tuinmuren.

Maar deze grensmuren heeft de moderne Westerse mens nu al meer dan een generatie lang verwaarloosd. En zo komt het dat nu, na jaren van systematische verwaarlozing van de muren van het Westen – uiteindelijk uitmondend in het verraad van de zogenaamde‘open grenzen’ – de oude spoken met verdubbelde kracht hun weg terug hebben gevonden naar het Westen.

Het eerste oude spook dat terugkroop naar het Westen was de armoede: rond veertig jaar terug werd haar terugkeer gefaciliteerd door het van hippie-naar-yuppie geëvoluteerde babyboomernihilisme, gerationaliseerd in de ‘pseudo-protestantse ethiek’ van het neo-liberalisme van Thatcher, Reaganen Lubbers. Beginnend in de vroege jaren ’80 bracht dit neo-liberalisme een Victoriaans aandoend sociaal-darwinisme terug naar West-Europa en de overzeese Anglosfeer door de vernietiging van inheemse industrie, de afbraak van arbeidersrechten en de ontmanteling van de verzorgingsstaat. Daarmee werden een hele generatie arbeiders en grote delen van de bevolking op het platteland en de kleine steden tot permanente economische stagnatie, gestage infrastructurele neergang en toenemende culturele kaalslag veroordeeld. Structurele massa-werkloosheid, grootschalige drugsproblematiek, wijdverbreide SOA’s en oplopende zelfmoordstatistieken drukten een zwaar stempel op een hele generatie jonge mensen en bogen de ontwikkelingscurve van het Westen genadeloos naar beneden.

Twee rampen in het voorjaar van 1986 markeerden het point of no return aan beide zijden van het IJzeren Gordijn: met terugwerkende kracht kan worden gesteld dat de ramp met het ruimteveer ‘Challenger’ op 28 januari en de ramp met de kerncentrale van Tsjernobiel op 26 april sleutelmomenten waren in de val de Amerikaanse- en Russische supermachten – de Westerse beschavingsontwikkeling naar techno-sociale door- en uitbraak naar een dubbel kosmische en aardse utopie was ten einde.

Tegen die tijd had het tweede oude spook ook al zijn weg teruggevonden naar het Westen: een vreemde invasie, die begon toen het neo-liberalisme (big business, high finance) en het cultuur-marxisme (academische pseudo-intelligentsia, politiekcorrecte systeemmedia) een monsterverbond sloten in een alles-of-niets ‘globalisme’-project onder de banieren van ‘vrije markten’, ‘open grenzen’ en ‘globale instituties’, een project dat zich niet alleen baseerde op de-industrialiserende outsourcing vanuit de Eerste naar de Derde Wereld, maar ook op massale ‘migratie’ in omgekeerde richting.

De grootschalige repatriëring die volgde op de liquidatie van de Europese koloniale rijken tussen 1945 en 1980 en de (oorspronkelijk als tijdelijk bedoelde) toeloop van gastarbeiders die volgde op de arbeidskrampte door het Europese Wirtschaftswunder in de tweede helft van die periode hadden al een precedent geschapen voor massa-immigratie uit de Derde Wereld. Zelfs gedurende de diepe economische crisis van de jaren ’80 werd Derde Wereldimmigratie opzettelijk bevorderd: de enige wijziging was in de politieke retoriek, die nu ‘asielrechten’ propageerde in plaats van ‘gastarbeid’. Na het einde van de Koude Oorlog en na de Machtergreifung van de globalistische Nieuwe Wereldorde versnelde deze massa-immigratiepolitiek nog verder. Het werd één van de meest lucratieve verdienmodellen van het neo-liberalisme in de stijl van Gorden Gecko: arbeidskosten werden permanent omlaag geduwd, onroerend goed prijzen werden structureel omhoog geduwd, de arbeidersbeweging werd permanent gecastreerd en de electorale weegschaal werd permanent demografisch, dus ‘democratisch’ omgebogen in het voordeel van het neo-liberale regime.

Het spook van de vreemde invasie van het Westen was in eerste instantie slechts marginaal en lokaal waarneembaar – white flight uit vervallende binnensteden, ‘etnisch geprofileerde’ straatcriminaliteit, free rider bijstandsfraude – maar groeide al spoedig in intensiteit en reikwijdte. De tussenstand van de neo-liberaal geforceerde etnische ‘diversiteit’: grooming gangs op industriële schaal (alleen al de het seksuele misbruik in het plaatsje ‘Rotherham’ telde volgens de voorzichtige schattingen meer dan 1.500 misbruikslachtoffers), systematische ‘islamistische’ terreur (de hallucinante details van de martelmoorden van het ‘Bataclan’ bloedbad van 2015 worden nog steeds weggecensureerd) en massale invasie via de ‘open grenzen’ (gedurende de ‘migratiecrisis’ van 2015 spoelden meer dan een miljoen Aziatische en Afrikaanse ‘vluchtelingen’ van militaire leeftijd Europa binnen via de oude Ottomaanse invasieroutes over de Balkan).

De terugkeer van het spook van een vreemde invasie uit Azië en Afrika werd onmiddellijk gevolgd door het opduiken van een veelvoud aan in het Westen bijna vergeten dreigingen: de dreiging van zakkenrollerbendes kwam naar winkelcentra, de dreiging van grootschalige misdaad (car-jackings, huisovervallen) kwam naar het platteland, de dreiging van ‘zinloos geweld’ kwam naar volksbuurten en scholen, de dreiging van heroplevende hygiëneziekten kwam naar de ziekenhuizen, de dreiging van inter-etnische verkrachtingen kwam naar de zwembaden, de dreiging van lover boy grooming-operaties kwam naar het schoolplein en de dreiging van fanatiek anti-Westerse terreur doordrong de publieke ruimte. Niet alleen werden deze dreigingen systematische onderbelicht en verborgen door liberaal-normativistische kartelpolitici en systeemjournalisten: alle pogingen van dissidente denkers en politici om deze ‘diversiteitgerelateerde’ fenomenen te herleiden tot hun oorzaken werden systematisch onderdrukt door (‘algoritmische’) censuur, (‘racisme’) vervolging en (‘antifa’) intimidatie.

Maar de maskerade van de globalistische vijandige elite – het door kartelmachinaties, marketing manipulaties en ‘migrantenstemmen’ ongeloofwaardig geworden ‘democratische mandaat’, de door doorgeslagen anti-rationele, anti-mannelijke en anti-blanke identiteitspolitiek ongeloofwaardig geworden ‘politieke correctheid’ – is niet langer in staat de ware aard van die ‘schijn-élite van de valsemunters’iii te verbergen. Zij wordt in toenemende mate door het volk doorzien en herkend voor wat zij is: een piratenkliek van huurlingen en verraders die uit is op het plunderen van de Westerse landen en het in slavernij verkopen van de Westerse volkeren. Haar echte doel is het vervangen van de Westerse culturen en Westerse volkeren door een globalistische anti-cultuur en wortelloze diversiteit. De globalistische vijandige elite zet nu haar masker af en doet haar handschoenen uit – maar op een manier die weinigen konden voorzien.

Het ware gezicht van de globalistische vijandige elite is terug te zien in de manier waarop zij het nieuwste globalistische massavernietigingswapen hanteert, een wapen dat zijn – tot nu toe – meest destructieve uitwerking heeft in Europa: ‘Covid-19’, coronaviruspandemie. Zelfs zonder terug te vallen op gemakzuchtige ‘samenzweringstheorieën’ over opzettelijke biologische oorlogsvoering (daar is overigens niets nieuws aan: bron vergiftiging en gifpijlen zijn al terug te vinden in de spijkerschrift documentatie uit de Bronstijd) en zelfs zonder een overdosis paranoia over de langdurige inertie van West Europa’s ‘leiders’ na het uitbreken van de pandemie is het eenvoudig te begrijpen hoe de binnenkomst en verspreiding van deze ‘Gekroonde Dood’ werd gefaciliteerd door hun globalistische politiek van business-as-usual – en bovenal door hun globalistische ‘open grenzenpolitiek’.

Met zeer weinig uitzonderingen hebben de ‘leiders’ van het Westen voor de zoveelste maal laten zien aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan. Het is zeer wel mogelijk dat hun falen om te alles te doen wat menselijk mogelijk was ter bescherming van diegenen die zich aan hun bestuur hebben toevertrouwd in zaken van leven en dood tenslotte zal eindigen in een kritieke hoeveelheid wantrouwen en woede. Met het vervagen van de dunne lijn tussen criminele nalatigheid en moedwillig verraad zou het publieke vertrouwen in de wettige autoriteit onder het kritieke minimum kunnen raken. Afhankelijk van de diepte en duur van de huidige pandemische noodtoestand is het dus zeer wel mogelijk dat het ontbreken van authentiek gezag – dat wil zeggen gezag dat in staat is tot slagvaardige interventies in echte crisissituaties – uiteindelijk resulteert in een wegvallen van publieke orde en wetshandhaving.

Een serieuze gezagscrisis – in werkelijkheid dan wel in waarneming – zou de nieuwe ‘diverse’ demo-politieke realiteit van het Westen vrijwel onmiddellijk reduceren tot haar kleinste gemene delers: narco-cratische criminele netwerken, etnisch-gebaseerde sociale allianties en neo-primitivistisch sociaal atavisme. Nu het Westen van aangezicht tot aangezicht staat met de Gekroonde Dood is het goed eraan te herinneren dat deze specifieke ‘ruiter’, de pest, volgens de Apocalyps drie metgezellen heeft die nooit veraf zijn: oorlog, honger en hel. Wellicht kan het Westen deze ruiter deze keer in het gezicht zien en, – door de gunst van een Hogere Macht? – ontkomen aan deze Engel der Wrake. Maar er zijn dan wel lessen die geleerd moeten worden en plannen die bedacht moeten worden om de volgende crisis het hoofd te bieden – het is onverstandig dit voorteken te negeren.



En ik zag, en ziet, een wit paard, en Die daarop zat, had een boog
en Hem is een kroon gegeven
en Hij ging uit overwinnende, en opdat Hij overwonne

– Openbaring 6:2



Noten

i Een kromme verwijzing naar de pest-thema novelle The Mask of the Red Death (‘Het masker van de Rode Dood’) uit 1842 van de Amerikaanse schrijver Edgar Allen Poe (1809-42).

ii De auteur heeft dit begrip cultuur-historisch uitgewerkt in zijn boek The Sunset of Tradition and the Origins of the Great War (Cambridge Scholars: Newcastle upon Tyne, 2017), nu ook verkrijgbaar in paperback uitgave (een gratis inkijkje is via de knop View Extract mogelijk op https://www.cambridgescholars.com/the-sunset-of-tradition-and-the-origin-of-the-great-war).

iii Martin Bosma, De schijn-élite van de valse munters (Prometheus, 2010), gratis toegankelijk via https://gratis-boek.nl/martin-bosma-de-schijn-elite-van-de-valsemunters/ .



Afbeelding: Arnold Böcklin – ‘Der Krieg’, bron: Wikimedia, bijgesneden. In het publieke domein.



___

IDNL (Identiteit Nederland) is een politieke partij en opbouworganisatie voor de identitaire beweging in Nederland. Wij organiseren geregeld bijeenkomsten en lezingen voor politiek geïnteresseerden. Voor vragen en contact klikt u hier.


Post dit bericht op:

Één reactie

  1. Koos Roegholt schreef:

    Het lijkt me nuttig om links voortdurend te confronteren met het feit dat hun nieuwe idealen rechtstreeks ingaan tegen hun oude idealen. Vroeger kwamen ze op voor de belangen van de eigen arbeiders, de sociale voorzieningen, de natuur, en het secularisme.
    Het is alleen de vraag of ze die oude waarden ZELF willen afbreken, of dat ze niet snappen dat ze verkeerd bezig zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *