+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Operatie Belisarius

Operatie Belisarius

Zeven archeo-futuristische perspectieven op Greg Johnsons

The White Nationalist Manifesto’




Dankwoord vooraf

Het toeval wil dat dit essay over Greg Johnsons The White Nationalist Manifesto (‘Het blank-nationalistische Manifest’) verschijnt vlak nadat het manifest van Amazon (de grootste boekwinkel op het Internet) verbannen werd in een heksenjacht op ‘gevaarlijke boeken’. Een dergelijke ‘boekenban’ neemt in de Westerse wereld de plaats in van de vroegere directe censuur door de overheid. Vanzelfsprekend bestaat er in de commerciele, ‘geprivatiseerde’ ex-publieke sfeer van het ‘vrije Westen’ geen formele censuur. Wat in onze Brave New World wel bestaat is de informele realiteit van digitale en algoritmische damnatio memoriae.

Welke ideologische motivatie en politieke agenda ten grondslag liggen aan de censuur van Johnson’s ‘Manifest’ kan worden afgeleid uit de boeken waarop bij Amazon.com geen ban ligt. Wat betreft de globaal toegankelijke Engelse vertalingen omvat deze groep niet alleen de klassieke ‘rode’ en ‘zwarte pillen’ zoals Trotski’s Terrorism and Communism (1920) en Hitler’s Mein Kampf (1925), maar ook recentere ‘onorthodoxiën’ zoals het Unabomber Manifesto en Al-Qaeda’s Doctrine for Insurgency.1!)(!)

Een verdere aanwijzing over de motivatie achter de boekenban kunnen we vinden in zijn context, namelijk de golf van ‘censuur-nieuwe-stijl’ die over heel Trans-Atlantisch nieuw-rechts is heen gerold op de sociale media en in de digitale sfeer, frontlinie in de huidige cultuurstrijd. Het begin van deze nieuwe golf van ‘precisie bombardementen’ op de identitaire ‘vitale infrastructuur’ kan, enigszins arbitrair, gesteld worden op de dag dat het Twitteraccount van Jared Taylor, de voorman van American Renaissance buiten gebruik werd gesteld, in december 2017.

De sterkste voorbeelden van deze golf van repressie tot dusver zijn het inreisverbod van de (inmiddels uitgevallen) identitair activiste Lauren Southern op weg naar het Verenigd Koninkrijk (maart 2018), de arrestatie van voorvechter voor inheemse rechten activist Tommy Robinson (in mei 2018, naar aanleiding van zijn poging om de systematische verkrachtingscampagne van inheemse Engelse meisjes door Aziatische grooming gangs uit de media doofpot te halen) en het doodzwijgen van de protesten van de Franse Gilets Jaunes protesten in de globalistische Main Stream Media (vanaf november 2018).

Deze repressie heeft zich sinds de verbanning van Johnson’s ‘Manifest’ voortgezet. In maart 2019 werd aan Stefan Molyneux, presentator van Freedomain Radio, in Canada in feite een spreekverbod opgelegd. Diezelfde maand kreeg Jared Taylor een inreisverbod voor de hele Europese Schengenzone – maar natuurlijk pas net nadat hij al op het vliegtuig was gestapt voor zijn Europese spreekbeurten tournee, zodat hij aan grens gelijk werd aangehouden en teruggestuurd.

Op lange termijn zijn deze overwinningen van de globalistische vijandige elite echter niet meer dan zelfbedrog: het zijn uitingen van een contra-productieve struisvogelpolitiek. Uiteindelijk zullen deze strategische fouten ten voordele werken van het prestige en gezag van nieuw-rechts als authentiek oppositie beweging. Met deze overreactie erkent de vijandige elite feitelijk haar intellectuele faillissement en politieke wanhoop. Het opgeven van het principe van vrije meningsuiting staat gelijk met het opgeven van het laatste stukje moral high ground – van de morele superioriteit die de vijandige elite voor zichzelf heeft opgeëist sinds haar Machtergreifung in ’68.

E zo heeft Johnson’s ‘Manifest’, afgezien van zijn intrinsieke waarde, een symbolische meerwaarde gekregen. De bespreking van Johnson’s ‘Manifest’ moet daarom beginnen met het uitspreken van dank voor zijn jarenlange tomeloze inzet voor nieuw-rechts. Het belang daarvan wordt wellicht nog het beste duidelijk uit de ultieme ‘erkenning’ die de vijandige elite eraan wijdt: het plaatsen van zijn ‘Manifest’ op hun cultuur-nihilistische ‘index van verboden boeken’.

Structuren

Johnsons ‘Manifest’ wordt gekenmerkt door een verademend transparante logische structuur en een heldere, precieze stijl: beide lopen vooruit op het soort academische filosofie dat zich pas volledig zal kunnen ontwikkelen na de uiteindelijke ineenstorting van de postmoderne academische wereld. Deze kenmerken maken het ‘Manifest’ goed toegankelijk voor een wijd publiek. Deel I (hoofdstukken 2-7) presenteert Johnsons these: de uitroeiing van blanken is een reële dreiging (diagnose); alleen blank nationalisme kan die uitroeiing voorkomen (prognose); en alleen blank etno-nationalisme biedt een levensvatbaar politiek alternatief voor het genocidale globalisme (medicatie). Deel II (hoofdstukken 8-12) presenteert Johnsons glossarium: het definieert blank identitarisme (Hoofdstuk 8) en etno-nationale homogeniteit (Hoofdstuk 11) als alternatieven voor aan de ene kant denken in termen van blanke suprematie (Hoofdstuk 9) en anderzijds het multiculturele moeras (Hoofdstuk 10). Tenslotte beschrijft deel II onder de noemer Whitopia (Hoofdstuk 12) een aantal concrete politieke prioriteiten voor het blank-nationalistische project. Deel III (hoofdstukken 13-16) presenteert Johnsons strategie: het biedt een doel (‘Blanke Hegemonie’, Hoofdstuk 13), een methode (‘Blanke Ethiek’, Hoofdstuk 14), een referentiekader (‘nieuw-rechts’, te onderscheiden van ‘oud-rechts’, Hoofdstuk 15), en een motto (‘Onvermijdelijkheid’, Hoofdstuk 16).

Johnsons ‘Manifest’ biedt een totale afrekening en deconstructie van de globalistische waandenkbeelden die ten grondslag liggen aan het Westerse politiek-correcte discours, een discours dat in toenemende mate wordt gekarakteriseerd door cultuur-marxistische psychopathieën en liberaal-normativistische cognitieve dissonanties.

Twee voorbeelden van deze sloopoperatie die al te lang op zich liet wachten, en waartoe Johnson nu het initiatief neemt: Ten eerste Johnsons deconstructie van het (liberale, nihilistische) civiel-nationalisme en de civiel-nationalistische hysterie rond vermeend blank superioriteitsdenken: …[C]ivic nationalists… declare that Western civilization is a universal civilization, but this is simply false. Western civilization is a product of white people, and the people who are most comfortable in Western countries are white people. When blacks, Asians, and other groups come to white countries, they want to change things to suit them better. …[In this situation,] whites must rule over non-whites: …we must impose our values on them, or they will create a society that we do not want to live in. We really need to reflect for a moment on the absurdity of the situation in which it is now ‘problematic’ for white values to be ‘supreme’ in white societies, which were created and sustained by white people and white values. Does anyone denounce Japan for being Asian supremacist or Nigeria for being black supremacist?2 (71)

Als tweede kunnen we noemen Johnsons stoutmoedige strategische offensief door een opzettelijke toe-eigening van het begrip ‘sociaal constructivisme’, waarop de vijandige elite tot nu toe het monopolie bewaarde. Hij stelt dat het sociaal constructivisme een nuttig begrip kan zijn voor de blank-nationalistische beweging: …let’s just grant the social constructivist thesis that identity is entirely conventional. That does nothing to stop a society from adopting the social convention that only white people can be members. If social boundaries are essentially arbitrary constructs, why not be ethnonationalist? (…) If we embrace social constructivism, we are completely free to answer these questions with arbitrary rules of thumb. Social constructivist should be the last people to object to the idea of white nations being empowered to define their identities and determine who is in and who is out. (66; 69)3

In zijn ‘Manifest’ stelt Johnson zich het volgende doel: …to offer a clear, concise, and persuasive synthesis of arguments… for White Nationalism (7) – Johnsons succes in het bereiken van dit doel is waarschijnlijk het best af te meten aan het feit dat de elite zijn ‘Manifest’ tot een verboden boek heeft verklaard.

Opmerkingen vooraf

Zoals aangegeven in zijn ondertitel, wil deze boekbespreking een archeo-futuristische evaluatie geven van het blank-nationalistische metapolitieke project dat Johnson met wiskundige precisie en welsprekende kortbondigheid neerlegt in zijn ‘Manifest’. Het dient daarbij echter direct te worden vastgesteld dat de definitie van deze beide sleutelwoorden – archeo-futurisme en blank-nationalisme – niet zonder problemen is. Tot dusver is er binnen nieuw-rechts nooit een systematische poging gedaan om een coherent intellectueel referentiekader op te zetten, ondanks vele informele en brisante onderlinge ‘kruisverhoren’. De prioriteit van nieuw-rechts ligt bij politiek-filosofische en meta-politieke improvisatie, wat begrijpelijk is omdat het direct geconfronteerd wordt met het Ernstfall van de crisis van het moderne Westen en met de totaler Krieg van de globalistische vijandige elite. Daarom worden de politieke filosofie en de metapolitieke strategie van nieuw-rechts in sterke mate gekenmerkt door intellectuele diversiteit en pragmatische allianties. Dit past bij de huidige noodsituatie.

Nieuw-rechts’ ‘proto-revolutionaire’ veerkracht en aanpassingsvermogen weerspiegelen echter niet alleen een brede basis in termen van filosofisch en politiek spectrum, maar ook een fundamentele openheid naar volledig nieuwe, nog ongedefinieerde, ideeën en benaderingen. In deze openheid ligt waarschijnlijk zijn grootste kracht: zo kan nieuw-rechts de ‘tijger berijden’ en de postmoderniteit overtroeven – feitelijk stelt zij nieuw-rechts in staat het aanstaande hoogtepunt van de crisis van het moderne Westen met open armen te verwelkomen. En zo komt het dat nieuw-rechts, ondanks haar schijnbare nederlagen (censuur, onderdrukking, vervolging) tegen de donkere krachten van het postmoderne nihilisme, iets heeft dat zijn vijanden ontberen: nieuw-rechts heeft letterlijk de toekomst. Maar deze toekomst – nu feitelijk gelijkgesteld aan de toekomst van de Westerse beschaving en de Westerse volkeren – kan niet als vaststaand en vanzelfsprekend worden beschouwd en zij kan ook niet worden afgedwongen: zij moet worden toegelaten en verdiend. Dit betekent dat nieuw-rechts moet afzien van dogmatische denkregels: in deze fase zijn strikte begripsdefinities en beleidsrichtingen schadelijk. Met dit in gedachte beperkt deze boekbespreking zich tot functionele en voorlopige definities van de begrippen ‘archeo-futurisme’ en ‘Blank Nationalisme’. Hier zullen deze begrippen worden gebruikt als breed dekkende ‘medicatie’, namelijk als flexibel inzetbare metapolitieke wapens.

Blank nationalisme is dus geen dogmatisch-gesloten ideologie: het is simpelweg een praktisch principe dat de Europese volkeren ten dienste staat in hun huidige – al dan niet (h)erkende – overlevingsstrijd tegen de globalistische vijandige elite. Op zijn laagste niveau behelst het een psychologisch zelfverdedigingsmechanisme. Op zijn hoogste niveau behelst het een coherent (filosofisch onderbouwd) politiek programma. Johnson werkt dit in beide richtingen uit.

Archeo-futurisme daarentegen is het grotere filosofische en metapolitieke referentiekader waarin de postulaten van het blank nationalisme zijn geworteld. De grondlegger – of tenminste de naamgever – van het archeo-futurisme was de onlangs overleden Franse denker en schrijver Guillaume Faye.4 Faye omschreef het begrip archeo-futurisme als volgt: ‘het archeo-futurisme stelt ons in staat een punt te zetten achter de achterhaalde vooruitgangsdenken van de verlichtingsfilosofie en achter de even achterhaalde dogma’s van de moderniteit. Dogmatisch egalitair, humanitair en individualistisch denken is volledig ontoereikend voor ons nadenken over de toekomst: het is schadelijk in de aanstaande overlevingsstrijd en in de aankomende eeuw van staal en vuur.’ Het archeo-futurisme laat een uitbraak toe uit het vigerende globalistisch-nihilistische Gestell waarin de moderne Westerse mens verstrikt is geraakt: het bereikt deze uitbraak door ‘…een synthese van herleefde archaïsche waarden en idealen met de futuristische en faustiaanse geest van wetenschappelijke en technologische ontdekking ten dienste van de Europese volkeren.’5 Het archeo-futurisme heeft de academische ‘postmoderne filosofie’ (wellicht de ultieme contradictio in terminis) allang gedeconstrueerd – het is nu bezig met de verkenning van de contouren van het nieuwe denken dat zich bevindt over de rand van de snel naderende waarnemingshorizon van de postmoderniteit. Deze beeldenstormende voorverkenning wordt momenteel geleid door de Amerikaanse filosoof Jason Jorjani. Na het overlijden van Guillaume Faye is hem de leiderschapsmantel ten deel gevallen.6 Deze boekbespreking heeft ten doel Johnson’s ‘Manifest’ te plaatsen en te begrijpen binnen het grotere perspectief van het archeo-futurisme.

Plaatsbepaling en afgrenzing van het onderzoeksveld

Voorafgaand aan de inhoudelijke analyse is het hier nodig een zestal voorbehouden te formuleren, Deze opmerkingen zullen duidelijk maken hoe Johnsons ‘Manifest’ in deze boekbespreking wordt benaderd.

(1) Het is onvermijdelijk dat deze boekbespreking een Europese – nog preciezer: een Nederlandse – indruk weergeeft van een Amerikaans werk. Het archeo-futurisme verwerpt de cultuur-relativistische stelling dat het mogelijk zou zijn om een ‘objectieve’ of ‘universele’ waarheid te vinden in zaken waarbij grote (nationale, etnische) belangen op het spel staan. Tot op zekere hoogte worden blanke Amerikanen – Amerikanen van Europese afkomst – geconfronteerd met een andere etnische problematiek, ook als ze in de globalistische vijandige elite dezelfde vijand hebben en met dezelfde politieke strategie van etnische vervanging te maken hebben. En dus zal Nederlands nieuw-rechts – effectief beperkt tot een avant-garde van splintergroepjes – andere prioriteiten hebben dan Amerikaans nieuw-rechts. De Nederlandse prioriteiten zullen liggen op een strategische samenwerking die heen reikt over de kunstmatige Belgisch-Nederlandse grens, op een ‘samenlevingsverdrag’ met de ex-koloniale volkeren uit het voormalige Nederlandse wereldrijk en op een effectieve ondersteuning van het met ‘omgekeerde apartheid’ vervolgde Afrikaner broedervolk. Al in de eerste pagina’s van zijn ‘Manifest’ erkent Johnson de onvermijdelijke programmatische ‘nationale kleuring’ van de Westerse inheemse rechten beweging: …the fact that I am an American inevitably colors my outlook… (6). En dus zullen Amerikanen van Europese afkomst eigen specifieke oplossingen voor hun eigen specifieke problemen moeten vinden – die zullen verschillen van West-Europese oplossingen voor West-Europese problemen. Wat zij echter wel samen kunnen doen is dit: samenwerken voor het verwijderen van de globalistische vijandige elite uit de staatsmacht aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

(2) Het dient ook gezegd te worden dat deze boekbespreking het blank nationalisme benadert vanuit de achtergrond van de – nu vrijwel uitgestorven – Continentaal-Europese geesteswetenschap: deze discipline heeft een fundamenteel andere oriëntatie dan de Angelsaksische geesteswetenschap. Eerstgenoemde legt de nadruk op formele structuur en synchrone betekenis, terwijl laatstgenoemde prioriteit geeft aan beschrijvende mathesis en diachrone functionaliteit. Feitelijk zijn beide disciplines eerder complementair dan competitief binnen het grotere geheel van de Westerse wetenschap, maar ze zullen wel verschillende accenten leggen.

(3) Gezien het feit dat het archeo-futurisme een ‘werk in uitvoering’ is gedurende het vigerende ‘interregnum van de postmoderniteit’, is het onvermijdelijk dat elke archeo-futuristische inschatting van een bepaald onderwerp gekleurd zal zijn door een keuze uit de twee basiselementen van het archeo-futurisme: de Traditionalistische (‘archaïsche’) en de Mercuriaanse (‘futuristische’, naar de Romeinse god Mercurius) hermeneutiek. De waarachtige synthese tussen beide is het eigenlijke ‘werk in uitvoering’. Tot die bereikt is, zal een ‘keuze’ tussen beide elementen tot op bepaalde hoogte onvermijdelijk zijn.7 Deze boekbespreking kiest ervoor om Johnson’s ‘Manifest’ door het prisma van de Traditionalistische hermeneutiek te belichten. Hierbij moet voor een goed begrip worden opgemerkt dat het Traditionalisme nooit kan zijn wat Johnson het in verkeerde handen (ofwel: in verkeerde hoofden) heeft zien worden, namelijk een …ready-made system of ideas that… [to be] adopt[ed] as a package deal.” (131) Minimaal is het Traditionalisme een hermeneutisch systeem; maximaal is het een esoterisch wereldbeeld – het kan nooit een politieke ideologie zijn.

(4) Uit het voorafgaande punt volgt dat het Traditionalism geen deel uitmaakt van Johnson definieert als ‘oud-rechts’: het Traditionalisme en de authentieke Tradities die door het Traditionalisme worden bestudeerd en bewaard staan buiten elke soort politieke stroming. Zoals Guénon boven ‘islamicisme’ staat, zo staat Evola boven ‘fascisme’. Zoals de Katholieke Traditie boven de ‘christen-democratie’ staat, zo staat de Islamitische Traditie boven het ‘salafisme’.

Johnson is zich terdege bewust van het cruciale belang van Traditie als onontbeerlijk fundament in elke authentieke vorm van etnische identiteit: We are not just creatures of our own time and place, since we reject the false and meaningless identities that the current system offers us: deracinated individuals, citizens of the universe, children of nowhere, defining ourselves by the products we consume and discard. Instead, our identity is defined by our whole biological and cultural lineage, which leads to the present day and cannot be re-routed to some other time and space. (132) Hier wijst Johnson expliciet op een elementair Traditionalistische uitgangspunt: our identity is defined by our whole biological and cultural lineage. Johnson erkent dat beide – biologische en culturele transmissie – in één stamboom moeten samengaan om een volk een toekomst te geven als volk. Hij gaat echter stilzwijgend voorbij aan het derde ingrediënt dat nodig is om een volk plaats te geven binnen de stamboom van een beschavingstraditie, namelijk spirituele transmissie.

De meest basale functie van spirituele transmissie is dit: de overdracht van de zegel van de Schepper dat hoort te staan op alle unieke onderdelen van de Schepping, inclusief alle unieke beschavingen en volkeren. De overdracht van dit eigendomszegel – men zou ook kunnen zeggen: keurmerk – is de studieopgave van het Traditionalisme: dit is wat vroegere generaties zijn ‘heilige taak’ zouden hebben genoemd. Door het her-inneren, her-inspecteren en her-onderzoeken van de Goddelijke Voorzienigheid kan het Traditionalisme inzicht bieden in het grotere vraagstuk dat onbeantwoord blijft in Johnson’s formidabele verdediging van het ‘blanke ras’: het vraagstuk van de lotsbestemming van rassen en volkeren. Johnson stelt dat er niet zoiets bestaat als een ‘generisch blank ras’, maar als gewetensvol filosoof voegt hij daar wel een ‘ontsnappingsclausule’ aan toe: …at least outside Plato’s world of forms or wherever else one finds universals… (59). Uiteindelijk is echter alleen dit ‘generieke’ vraagstuk écht interessant: het kan niet zomaar als marginaal van tafel worden geschoven, want het is precies de postmodern-nihilistische ontkenning van dit vraagstuk dat de Westerse wereld existentieel bedreigt.

(5) De vier voorafgaande punten bepalen het strikt anti-racistische uitgangspunt van deze boekbespreking. Racisme, volgens de klassieke definitie van ‘overtuiging van de superioriteit van een bepaald ras’, eenvoudigweg onverenigbaar met het Traditionalistische leerstuk dat de verschillende menselijke rassen en volkeren essentieel gedifferentieerde archetypes weerspiegelen – archetypes met transcendentale betekenis (voor een Traditionalistische definitie van het begrip ‘ras’, verg. de ‘Begrippenapparaat’ paragraaf van de ‘Ten geleide’ sectie).8

(6) Vanuit Traditionalistisch perspectief vertegenwoordigt Johnsons ‘Manifest’ een poging tot bescherming en behoud van de fysieke (fenotypisch ‘blanke’) overblijfselen van één van de vele meta-fysieke archetypes die vervagen in het duistere tijdvak van de Moderniteit. Het Europese ‘raciale’ archetype is niet de eerste van deze archetypes die van de aardbodem aan het verdwijnen is: de ‘deconstructie’ van andere (technologisch ‘primitievere’) archetypes, zoals de Amerikaanse Indianen en de Australische Aboriginals, begon al veel eerder.

De meest ‘persistente’ en ‘resistente’ archetypes, dat wil zeggen de langst overblijvende, zullen waarschijnlijk de minst ‘archetypische’ zijn. Sterk aangepaste (juist gedoseerde) mengvormen, zoals zichtbaar in het ‘Midden Oosterse’ mensentype, zijn het best in staat te overleven in de demografisch overbelaste, ecologisch uitgewoonde en intellectueel regressieve wereld van de ‘toekomst’: collectivistische (sociale) conditionering en de-individualiserende (psychologische) immuniteit zijn de randvoorwaarden voor het overleven van urbaan-hedonistische entropie.

Gedurende de eindfase van de Kali Yuga is het onvermijdelijk dat de overblijvende fysieke manifestaties van de meta-fysieke archetypes terugvallen in de ‘oersoep’ van de-volutionaire chaos. Het is redelijk te veronderstellen dat er bij dit vervalsproces hier en daar een bepaalde mate van weerstand optreedt: Johnson heeft het dus waarschijnlijk bij het recht eind wanneer hij veronderstelt dat het fenomeen ‘blank nationalisme’ onvermijdelijk is (‘Manifest’, Hoofdstuk 16).

Tegelijkertijd leert het Traditionalisme dat elke fysieke manifestatie van meta-fysieke archetypes, inclusief ‘ras’ (maar ook ‘etniciteit’, ‘geslacht’, ‘kaste’, ‘roeping’) afhangt van een voortdurende transcendentale (existentiële) her-beleving en (rituele) her-bevestiging van het achterliggende archetype. De ‘strijd voor het blanke ras’ kan nooit meer zijn dan een hopeloos achterhoedegevecht zolang die strijd niet innerlijk wordt gevoerd: de strijd is al bij voorbaat verloren zolang archetypes niet worden her-beleefd en her-bevestigd. Zonder deze her-beleving en her-bevestiging zijn alle pogingen tot (ecologische, etnische, culturele) ‘conservatie’ – op zichzelf loffelijk en zelfs heroïsch en de persoonlijke offers van Johnson en zijn staf staan boven alle kritiek – uiteindelijk gedoemd te stranden in Quixotiaanse ervaringen. Geen Romeins legioen zonder Romeinse geest.

Het is precies in deze impasse dat het archeo-futurisme een uitweg kan bieden: het visioen van een nieuwe ‘gouden dageraad’ dat ten grondslag ligt aan de archeo-futuristische revolutie biedt een ‘nooduitgang’. Wellicht kan een (klein) deel van het oude ‘blanke ras’ nog via deze nooduitgang ontsnappen aan de zich nu versneld voltrekkende ‘Ondergang van het Avondland’.

Vertrekpunten

Vanuit archeo-futuristisch perspectief is het begrip ‘blank’ niet erg nuttig als een beschrijving van het specifieke etnisch conglomeraat dat Johnson overduidelijk wenst te behoeden voor globalistische ‘deconstructie’. Het is onvoldoende als formele beschrijving: er zijn andere etnische groepen die objectief voldoen aan het visuele criterium ‘blank’, maar die niet behoren tot Johnson’s doelgroep – bijvoorbeeld de genetisch en cultureel niet-verwante Ainoe populatie die inheems is in noordoost Azië alsmede de evenmin verwante Kabyle populatie die inheems is in noordwest Afrika.9 Belangrijker is echter dat het begrip ‘blank’ ook onvoldoende is als inhoudelijke beschrijving: het geeft geen enkele indicatie van de ontologische kwaliteit van Johnson’s doelgroep. Vanuit archeo-futuristisch perspectief zijn deze gebreken meer dan ‘academische kwesties’, want alleen het historisch samenvallen van vorm en inhoud geeft een ‘ras’ of ‘volk’ levensduur – en toekomst.

Daarom is een correctie van het vocabulaire vanuit het archeo-futurisme geen zaak van lafhartige ‘politieke correctheid’, maar een correctie van het wereldbeeld. Johnson heeft gelijk wanneer hij zegt dat in het algemeen …all attempts to avoid the word ‘white’ are just like euphemisms – ways of talking around sensitive topics. …[P]eople who can only speak of race in euphemisms are not yet ready for the struggle. (60) Maar deze regel gaat duidelijk niet op in het Traditionalistisch of archeo-futuristisch discours.

Vanuit archeo-futuristisch perspectief zou Johnson’s zaak, dat wil zeggen zijn legitieme en lovenswaardige verdediging van de inheemse rechten van de Europese volkeren, beter gediend zijn met een voorwaartse – en krachtige – zich terug toeëigenen van ‘raciale’ en ‘etnische’ kwaliteit. Hierbij is het duidelijk dat het begrip ‘Arisch’ geen levensvatbaar alternatief biedt: het is niet alleen historiografisch ‘besmet’, maar ook metapolitiek problematisch want het beschrijft ook niet-Europese maar wel Indo-Europese volkeren, namelijk de Perzische en Indiase ‘Ariërs’. Weliswaar erkent het archeo-futurisme de noodzaak van een cultuur-historische terug toeëigenen van de ‘Arische’ archetypen die ten grondslag liggen aan de Europese cultuur,10 maar dat betekent nog niet dat ‘Arisch’ een begrip is met meta-politieke meerwaarde.

Een beter alternatief voor het beschrijvende woord ‘blank’ is het (cultuur-historisch) kwalificerende woord ‘Europees’. Het is echter duidelijk dat Johnson’s woordkeuze een meta-politieke strategische keuze weergeeft: Johnson wil een Trans-Atlantisch publiek aanspreken en een Trans-Atlantische visie neerzetten – daarbij is de connotatie met de ‘Oude Wereld’ van het woord ‘Europees’ een handicap. Dus ook als de archeo-futuristische conventie een voorkeur aangeeft aan het woord ‘Europees’, dan nog is het belangrijk Johnson’s duidelijk overdachte woordkeuze te respecteren. Vanuit archeo-futuristisch perspectief heeft Johnson’s specifieke communicatie strategie overigens wel een bepaald voordeel. Het (tegenwoordig) provocatieve woord ‘blank’ – in Nederland niet voor niets vervangen door ‘wit’ als vorm van denigratie van blanken – is nuttig in de beeldenstorm campagne van nieuw-rechts: het biedt een tegen-deconstructie van de cultuurnihilistische ‘politieke correctheid’. Johnson begrijpt dit goed: …to ensure our common destiny, we need to overcome silly taboos about acknowledging and drawing strength from our common racial origins. (62)

Vanuit archeo-futuristisch perspectief is er nog een tweede problematisch begrip in de titel van Johnson’s ‘Manifest’, namelijk ‘nationalisme’. In de bronnen van het archeo-futurisme, met name in het werk van Julius Evola, wordt gewezen op de regressieve cultuur-historische rol van het nationalisme als mobiliserende kracht van modernistische ondermijning. Het is hier voldoende eraan te herinneren dat het nationalisme de hogere autoriteitsprincipes van authentieke Traditie ondermijnt – het duidelijkst is dit het geval ten aanzien van het supra-nationale (dus niet trans-nationale) autoriteitsprincipe van Imperium. Vanuit archeo-futuristisch perspectief zou het veel nuttiger zijn om het historisch beladen begrip ‘nationalisme’ te vervangen door het discursief progressieve begrip ‘inheemse rechten’.

Hoe dan ook, het is duidelijk dat Johnson’s boodschap gericht is op de bescherming van de inheemse rechten van de Europese volkeren door middel van blank nationalisme. Vanuit archeo-futuristisch perspectief is Johnson’s strategie legitiem bij gebrek aan een hogere Europese imperiale strategie. Een dergelijke (neo-)imperiale strategie is echter al wel in de maak – in de (neo-)Euraziatische beweging. Vanuit dit perspectief ligt de primaire waarde van Johnson’s blank nationalisme in zijn strategische beschermfunctie ten aanzien van de Europese volkeren overzee: het is bij de Europese volksplantingen in de Amerika’s, in Oceanië en in zuidelijk Afrika dat blank nationalisme zijn meest directe relevantie heeft. Om Johnsons blank nationalistische project goed te begrijpen is het nodig onderzoek te doen naar zijn Sitz im Leben – de geleefde realiteit van hedendaags Amerika.

Falling Down’

(Blank-Amerikaans perspectief)

The great task remaining before us:
…that this nation, under God, shall have a new birth of freedom
and that government of the people, by the people, for the people,
shall not perish from the earth.

– Abraham Lincoln, ‘Gettysburg Address’

Greg Johnsons Amerika, het Amerika van na de val van JFK’s Camelot en van na LBJ’s ondertekening van de Hart-Celler Act, die de VS openstelde voor immigratie van niet-blanken, is een levensechte dystopie. Voor Europeanen die Amerika niet kennen buiten de globalistische bubbel van de ‘toerist’ en de ‘expat’ is het gestage verval van Amerika, via de Reagonomische tachtiger jaren en de Clintoniaanse negentiger jaren, wellicht nog het best te begrijpen uit het karikaturale – en daarmee onthullende – zelfbeeld van Hollywood. De film Falling Down (Schumacher, 1993) kwam uit vlak nadat president Bush Senior de New World Order had afgekondigd, en Francis Fukuyama de End of History: dit tijdsgewricht was een duidelijk point of no return in het traject van globalistische deconstructie na 1968.

Falling Down schetst de ‘val’ (Falling Down) van een hoger opgeleide en sociaal-conservatieve blanke man van middelbare leeftijd. Na ontslag uit langjarige overheidsdienst, verlating door zijn echtgenote en stopzetting van de bezoekregeling met zijn jonge dochtertje probeert hij zich nog zo lang mogelijk vast te klampen aan zijn irrelevant geworden routines en gewoontes – totdat hij ‘doorslaat’. Falling Down legt het proces van ‘doorslaan’ vast: vastzittend in de helse forensenfile naar het hoogzomerse Los Angeles besluit deze ‘boze blanke man’-in-wording zijn auto letterlijk te laten staan en letterlijk ‘weg te lopen’ van zijn nu illusionaire verantwoordelijkheden. Hij besluit het door zijn ex-echtgenote opgelegde straatverbod te negeren en zijn kleine dochtertje zonder toestemming op haar verjaardag te bezoeken.

Wat volgt op dit besluit is niets minder dan een epische eenmans Anabasis: hij baant zich een weg van de snelweg in de buitenwijken naar de stadskust aan de Grote Oceaan – dwars door de urbane jungle van LA. Hij baant zich een weg door de troosteloze asfalt-en-steen woestijn van de arme buitenwijken die door blank Amerika allang zijn opgegeven aan Latijns-Amerikaanse bendes en Afro-Amerikaanse paupers, met hier en daar nog een ambitieuze Aziatische winkelier en een paar ‘genazificeerde’ blanke hold-outs. In rap tempo maakt hij zich de ‘overlevingsinstincten’ en ‘zelfverdedigingtechnieken’ eigen die nodig zijn in deze nieuwe realiteit – zijn persoonlijke autokenteken ‘D-Fence’ is niet langer een slagzin maar een identiteit.

Zijn identitaire ‘herbevinding’ leidt echter tot een serie gewelddadigheden die hem komt te staan op een sensationele klopjacht door de politie, geleid door zijn uiteindelijke nemesis: een laatste-werkdag, laatste-blanke-op-zijn-post rechercheur, magistraal geportretteerd door Robert Duval. Deze rechercheur heeft een bijna griezelig (‘mede-blank’) instinct voor de bewegingen van zijn prooi.Hij haalt hem uiteindelijk in op zijn eindbestemming aan zee – Venice Pier. Daar vindt de ‘gevallen’ en ‘doorgeslagen’ D-Fence nog verlossing in een laatste blik op zijn kleine dochtertje. Dan pleegt hij door het trekken van een speelgoedpistool zelfmoord-door-politie.

Een confronterend-eenduidige en symbool-zware cinematografische reality check als deze zou in het hedendaagse media landschap van ‘post-blanke’ politieke correctheid niet meer mogelijk zijn. Feitelijk vertegenwoordigt Falling Down een sneak preview van het hedendaagse Amerika dat men terugvindt in Greg Johnson’s confronterende woorden: …[in] Detroit or Los Angeles or London …we can simply show our people the lawlessness, corruption, anti-white discrimination, alienation, collapsing public services, hellish commutes, blighted cityscapes, shrinking opportunities, and pervasive hopelessness that come with white demographic replacement. And these are mere pockets of blight within majority-white, First World countries. To appreciate what life will be like once whites are a hated and powerless minority within a majority non-white, Third World country, we only need to look at the fates of the whites in Rhodesia and South Africa. (31)

Het is tegen deze achtergrond dat Johnson zijn aanklacht formuleert tegen de vijandige elite die verantwoordelijk is voor de Amerikaanse slow motion Götterdämmerung, tegen een omvolkingsbeleid dat ook zichtbaar is in het oude hartland van de Europese volkeren: ..virtually every European government today has adopted policies of race-replacement immigration, a course of action so perverse that the wisest of [our] legislat[ing ancest]ors could not have foreseen and forbidden it. Indeed, they would have been mocked as insane if they had even suggested the possibility. (103)

Johnson identificeert de globalistische vijandige elite en confronteert haar in lijnrechte oppositie: Today we live in a Left-wing, soft totalitarian society, [that can be] characterized as a ‘Left-wing oligarchy’, a system of vast economic and political inequities in which everyone piously mouths Left-wing slogans. (108) Johnson wijst daarbij op de historisch unieke aard van de globalistische vijandige elite: Currently, white nations are ruled by the wealthiest, most powerful, and most diabolically evil elite in human history. When Plato and Aristotle compiled their catalogues of bad forms of government, neither of them imagined a regime so evil that it was dedicated to the replacement of its own population with foreigners. (115)

In zijn inleiding benadrukt Johnson dat de globalistische vijandlijke elite – Bosma noemt haar de ‘schijnelite van valsemunters’ – zich nu opmaakt voor het beslissende eindoffensief tegen de Westerse beschaving als geheel en daarmee tegen de Westerse volkeren als groep. Deze Operation Downfall11 behelst een strategie van de ‘totale oorlog’ met betrekking tot verplichte ‘diversiteit’ op verschillende maatschappelijke niveaus en in geheel de publieke sfeer. Deze ‘diversiteit’ is gericht op de vernietiging van de fundamentele waarden en kerninstituties van de Westerse beschaving. Johnson vat deze bedreiging voor de Westerse volkeren op kernachtige wijze samen: We stand for brotherhood and belonging. Diversity takes those away. That’s what’s wrong with diversity. (86)

Johnson specificeert de verschillende uitwerkingen van ‘diversiteit’: de reductie van kerncurricula in het lager en middelbaar onderwijs, de opheffing van standaarden en minimumeisen, de invoering van nepstudies aan de universiteiten, de enorme verspilling van middelen en tijd aan affirmative action en ‘diversiteit’ programma’s op de arbeidsmarkt, de systematische sabotage van wetshandhaving en justitiële efficiëntie, de structurele verzwakking van het gezinsleven en de opzettelijke massa-immigratie die de infrastructuur, het sociale stelsen, de woningmarkt en de arbeidsmarkt overbelast.

Het nettoresultaat van deze ‘diversiteit’ is de ineenstorting van de organische sociale structuren van inheemse Westerse samenlevingen: het wegvallen van vertrouwen, wederkerigheid en zelfopoffering. Met de ineenstorting van het inheemse gemeenschapsleven verdampen basale sociale cohesie en organisch zelfbestuur. Things start breaking down in the immediate present, as soon as people lose hope for the future. …In the present system [white people] have no future, and… are acting accordingly. …[T]he collapse has been spiritual. When people lose hope for the future, it makes no sense to go to college, marry, start families, invest in one’s children, create businesses, pursue careers, or think about giving something back to society. Instead, it makes sense to turn to short-term hedonism: pornography, video games, drinking, drugs, casual sex, etc. People are increasingly failing to mature, failing to launch, failing to build relationships, failing to have lives. But short-term self-indulgence can’t make us happy. Thus, we are see soaring rates of alienation, loneliness, anti-depressant usage, drug overdoses, alcoholism, and suicide. (2-3)

Hier omschrijft Johnson het gecombineerde effect van sociale implosie en etnische vervanging op de Westerse volkeren als groep. Zijn sociologische analyse beschrijft een dynamische ontwikkeling die zichtbaar is in de hele Westerse wereld en zijn politieke analyse wijst op de oorsprong van die ontwikkeling: die oorsprong ligt in een globalistische vijandige elite met belangen die lijnrecht liggen tegenover de belangen van de Westerse volkeren.

Het is echter belangrijk aan te tekenen dat Johnson in zijn analyse van de dreiging die over de Westerse volkeren hangt een aantal problemen benadrukt die niet zozeer typisch Westers als wel typisch Amerikaans zijn. Fiscale verantwoordelijkheid, vrij ondernemerschap, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, wapenbezit en constitutioneel-beperkt overheidsoptreden (36) zijn veel belangrijker in Amerika dan in Europa: hoewel er voor deze zaken tot op bepaalde hoogte parallellen te vinden zijn in Europa, zijn ze bij lange na niet zo relevant in de Oude Wereld als in de Nieuwe Wereld. Eerder weerspiegelen ze het grote experiment met (godsdienstige, politieke, economische, sociale) individuele vrijheid dat begon met de vroege WASP (White Anglo-Saxon Protestant, ‘Blank Angelsaksisch Protestantse’) kolonisatie van het Noord-Amerikaanse continent – een experiment dat later formeel werd vastgelegd in de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de Amerikaanse grondwet.

Het is belangrijk niet te worden afgeleid door de sensationele historische en materiële wapenfeiten die werden ingegeven door deze ‘Amerikaanse Droom’ en eraan te herinneren dat de normen en waarden van ‘Project Amerika’ fundamenteel wezensvreemd blijven aan de Europese cultuur in de Oude Wereld. De naties die deze normen en waarden nog het dichtst benaderen zijn mede-(ex-)radicaal-protestantse fellow travellers zoals Groot-Brittannië en Nederland en in de ex-Britse en ex-Nederlandse vestigingskoloniën overzee – Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Zo blijft het WASP-’Project Amerika’ tot op grote hoogte een uniek experiment met unieke kwaliteiten – en unieke uitdagingen. Vanuit Oud-Werelds perspectief wordt dat experiment gekenmerkt door idealen die alleen kunnen floreren in een goed beschermde ‘broeikas’-omgeving. Geopolitiek en cultureel gesproken is dit experiment alleen mogelijk in de afgeschermde luwte die ligt tussen de twee grootste oceanen van de wereld. Vanuit Europees perspectief is zelfs de voornaamste etnisch-demografische ‘competitie’ van het WASP-Amerikaanse grondleggervolk nogal veilig en ‘tam’. Want in godsdienstig, taalkundig en zelfs fenotypisch opzicht is de Latijns-Amerikaanse vloedgolf die Amerika nu binnenrolt veel minder afwijkend van inheemse bevolking dan de Afrikaans-Midden-Oosterse stormvloed ten opzichte van de inheemse bevolking van Europa.

Twee voorbeelden van de typisch-Amerikaanse benadering van Johnson’s ‘Manifest’ zijn in het bijzonder het vermelden waard. Ten eerste Johnson’s idealistisch-abstrakte benadering van bio-evolutionaire groepsstrategieën, zoals zichtbaar in de door hem benadrukte Genetische Gelijkvormigheid Theorie die aantoont dat “…affection, harmony, and altruism among humans – and living things in general – are functions of genetic similarity. The more genetically similar two creatures are, the more likely they will have harmonious relationships. The ultimate explanation for this is the biological imperative for genes to replicate themselves.” (83-4) Het is belangrijk aan te tekenen dat dit theoretische model, op zich logisch geldig, alleen maar van toepassing is binnen relatief veilige ‘broedomgevingen’, want alleen daar zijn volledig vrije specialisatie en optimale keuze vrijheid mogelijk.

Dit model faalt onmiddellijk in confrontatie met meer dan kortstondige etnische competitie. Elk soort clear and imminent danger van meer dan voorbijgaande aard, bijvoorbeeld in de continue aanwezigheid van vijanden aan een doorlaatbare (land)grens, zal radicaal andersoortige bio-evolutionaire aanpassingstrategieën opleggen. In de echte wereld zijn bio-evolutionaire aanpassing en genetische ontwikkeling onvermijdelijke functies van directe – inclusief bruut-fysieke – machtsverhoudingen. Een hedendaags voorbeeld van het onmiddellijke effect van afwijking van de Genetische Gelijkvormigheid Theorie ten gevolge van instabiele machtsverhoudingen over territoriale grenzen heen is zeer zichtbaar in het Westen, namelijk in de massale ‘keuze’ van Westerse vrouwen voor ‘voortplantingstakingen’ en interraciale experimenten’.

Als tweede noem ik Johnsons idealistisch-abstrakte opvatting van het programmatisch begrip van een universeel etno-nationalisme: “ethnonationalism is a universal right possessed by all races and peoples (4) en …ethnonationalism is good for all peoples.” (130) Deze opvatting wordt duidelijk wordt ingegeven filosofisch idealisme – zo niet ethisch perfectionisme. Zij is ook duidelijk utopisch. Etno-nationalisme mag als meta-politieke strategie goed passen bij een specifieke etnische groep in een specifieke historische context, maar het kan nooit automatisch preferentiële toepassing hebben als ‘universeel’ beginsel. Zelfs als etno-nationalisme in het huidig tijdsgewricht een goede bio-evolutionaire strategie is voor de blanke volkeren van het Westen, dan nog is het zeker niet de preferentiële strategie van vele niet-Westerse volkeren in de hedendaagse wereld.

Zo vertegenwoordigen het Jodendom en het Hindoeïsme in de hedendaagse wereld bio-evolutionaire strategieën met een expliciet trans-etnische dimensie: ze zijn transcendent verankerd en reiken daarmee veel verder dan de slechts immanent gedefinieerde categorieën van ‘natie’ en ‘nationaliteit’ – ze schuiven automatische alle slechts immanent gedefinieerde ‘rechten’ van ‘anderen’ ter zijde. Praktisch gesproken zien het Jodendom en het Hindoeïsme niet-Joodse en niet-Hindoe etniciteiten en nationaliteiten simpelweg als ‘omgevingsfactoren’, ‘obstakels’ vergelijkbaar met klimaat en topografie. Zo zullen Joodse en Hindoepopulaties simpelweg hun eigen pad volgen en blijven hen de abstracte ‘rechten’ van andere volkeren simpelweg vreemd, althans voor zover deze ‘theoretische’ rechten geen praktische bekrachtiging vinden.

Nog weer andersoortige bio-evolutionaire strategieën berusten op subtiele combinaties van godsdienstige en taalkundige allianties die fenotypische associatie te boven gaan. Zo worden de Turkse en Arabische identiteit in de eerste plaats bepaald door taalkundige en godsdienstige hegemonieën – deze hegemonieën gaan boven fenotypische associatie. Cultuur-historisch gesproken zijn taalbeheersing en (specifieke vormen van) Islamitische geloofsassociatie belangrijker voor de Turkse en Arabische identiteit dan huidskleur en andere fysionomische trekken. Zo zijn deze identiteiten in staat om andere etniciteiten en volkeren te overheersen en te absorberen: ze zijn in die zin puur en simpel uitdrukkingen van macht. Deze machtsmechanismen zijn zowel transcendent (psychologisch, spiritueel) verankerd als fysiek expansief – ze worden gekenmerkt door organische groei.

Tegenover zulke bio-evolutionaire strategieën is een exclusief immanent gedefinieerde zelf-identificatie met fysiek-fenotypisch ‘blank’ volledig inadequaat. Een idealistisch-abstrakt Etno-Nationalisme gebaseerd op ‘blankheid’ kan een dergelijke competitie niet overleven. De Europese identiteit kan alleen overleven door de mobilisatie van equivalente – bij voorkeur natuurlijk sterkere – machtsbronnen.

Vanuit Oudwerelds perspectief zijn de genetische gelijkvormigheids theorie en universeel etno-nationalisme theoretische modellen die vooral passen bij de Nieuwe Wereld en andere relatief geïsoleerde ‘blanke biotopen’. De Amerikaanse en Australische continenten zijn nog altijd relatief geïsoleerd ten opzichte van de allen-tegen-allen-jungleoorlog die nu woedt in grote delen van de Oude Wereld.

Johnsons idealistisch-abstracte ideeënwereld past zeer goed bij het Amerikaanse basisvisioen van de ‘City upon a Hill’: zij borduurt voort op de universele en utopische basisbeginselen van ‘Project Amerika’. Europeanen doen er goed aan zich te herinneren dat Amerikanen grote offers hebben gebracht voor de verwezenlijking van hun visioen. Zo vochten zij zelfs een gruwelijke vierjarige burgeroorlog om de met dit visioen onverenigbare slavernij af te schaffen. Het universalistische en utopische Amerikaanse basisvisioen is bespeurbaar in heel Johnson’s ‘Manifest’: “…although whites were not the only people to practice slavery, hunt animals to extinction, or devastate the natural world, we are also the race that took the lead in abolishing the international slave trade, saving endangered species, and protecting the environment.” (26-7) Europeanen doen er goed aan zich deze Sitz im Leben van Johnsons ‘Manifest’ te herinneren.

Met zijn beroep op universele etno-nationalistische rechten vertegenwoordigt dit ‘Manifest’ feitelijk een hoogst idealistische poging om de oude Amerikaanse Droom van universele rechten te redden door middel van een gecompartimentaliseerde (‘elk volk voor zich’) benadering: het vertegenwoordigt nog steeds een visie voor de mensheid als geheel. Johnson’s visie van Universeel Etno-Nationalisme beoogt het goede voor alle volkeren, want het is gebaseerd op “…the idea of a society where everybody around you is kin. It is a society where you can understand and trust your fellow citizens. Where you can understand and trust your fellow citizens. Where you can cooperate to pursue the common good. Where you will wish to contribute to grand projects, even though you might not live to see them completed. Where people plant trees so that future generations can enjoy the shade.” (86) En zo past Johnson’s ‘Manifest’, op een bijna onwaarschijnlijke manier, alsnog bij de nalatenschap van de grootste Amerikaanse president, die het grootste offer bracht voor het Amerikaanse visioen: Abraham Lincoln.

Wind River’

(het bio-evolutionair perspectief)

Luck lives in the city.
It don’t live out here.
Here you survive or you surrender.
Period.

– ‘Wind River’ (Sheridan)

Als Amerika, beschermd voor directe overzeese militaire invallen en niet-christelijke immigratie door duizenden kilometers oceaan, nog altijd een relatief veilige ‘blanke habitat’ vormt waar universalistisch idealisme nog steeds kan bloeien, dan vormt het tegelijk ook een ‘proeflaboratorium’ voor sommige van de grootste bio-evolutionaire experimenten uit de geschiedenis van de Moderne Tijd. Onder deze titanische experimenten in ‘mensheidsmanipulatie’ vallen de Darwinistische (‘survival of the fittest’) verwijdering van de inheemse Amer-Indiaanse bevolking, het Morlock-en-Eloi-rollenspel tussen ‘slavenras’ Afro-Amerikanen en ‘meesterras’ Euro-Amerikanen en de ‘Joods-Christelijke’ symbiose binnen het politieke establishment en in het godsdienstige zelfbeeld. Vanuit deze optiek vormt de recente globalistische politiek van praktisch ongereguleerde en onbeperkte ‘arbeidsmigratie’ vanuit de Derde Wereld naar de Verenigde Staten slechts het zoveelste experiment met ‘mensheidsmanipulatie’. Een experiment dat tot één generatie terug de inheemse Europeanen volledig onbekend was.

Voor Amerika echter verdween pas in de negentiger jaren van de 19e eeuw de Amerikaanse frontier, dat wil zeggen de Amerikaanse ‘binnengrens’ tussen de Europees-koloniale beschaving en het ‘Wilde Westen’, van de kaart. De oude frontier tekent nog altijd de Amerikaanse collectieve psyche. Als de ‘Amerikaanse identiteit’ archetypisch wordt gedefinieerd als WASP-identiteit, dan heeft de hedendaagse Amerikaanse psyche nog steeds veel trekken van de mentaliteit die ooit werd opgelegd door de frontier leefwereld. In Amerika zijn wapenbezit, privé eigendom, individueel zelfbeschikkingsrecht en zelfbestuur van fundamenteel belang voor burgers en kiezers – het zijn zaken die simpelweg geen directe parallel hebben in de Europese leefwereld. Vergeleken met de Amerikaanse opvatting van autonoom en assertief burgerschap blijft de Europeaan nog steeds steken in de semi-horige status onderdaan.

Johnsons ‘Manifest’ kan dan ook tevens worden begrepen als een intellectuele weerspiegeling van het net onder de waarnemingshorizon gelegen Wehr- und Waffen-Instinkt dat hoort bij de mentaliteit van de frontier. Johnsons ‘Manifest’ mobiliseert in feite de frontier-mentaliteit en het bijbehorende overlevingsinstinct door zijn ontluisterende ontmaskering van het taboe op ‘ras’ – een taboe dat het onmogelijk maakt de versnellende krimp van de biotoop van ‘Blank Amerika’ politiek effectief te agenderen. In zijn bijna chirurgische ontmanteling van de hele cultuur-nihilistische ‘superstructuur’ van postmodern Amerika zet Johnson de kwestie van ‘blank overleven’ neer in bot-Darwinistische termen: “In biological terms, the white race is a subspecies of the larger human species, Homo Sapiens. …[W]hen a subspecies goes extinct, other subspecies of the same species might still survive. …From the point of view of conservation biologists, the extinction of a subspecies is to be fought just as adamantly as the extinction of a whole species.” (9)

Johnson past vervolgens de algemene biologische oorzaken van het uitsterven van soorten en rassen op blanken toe:

(1) verlies van habitat. In dit geval niet veroorzaakt door natuurlijke maar door menselijke factoren. Hier raakt Johnson de wellicht grootste pijnplek: “…whites do not reproduce in unsafe environments, and one of the greatest causes of unsafe breeding environments is the presence of non-whites. Just as panda do not breed well in captivity, whites do not breed well in diverse environments. …[W]hites specifically feel unsafe around free and unassimilated non-white populations, such as we find in modern multicultural societies.” (13);

(2) invasieve exoten – hier via demografische competitie met ‘niet-blanke’ populaties;

(3) soortelijke hybrisering – hier uitgesplitst in een directe variant (verkrachting, slavenstatus) en een indirecte variant ( zogenaamde ‘positieve’ discriminatie’ van blanke, met name mannen; verplichte emancipatie van blanke vrouwen; en door de overheid gesubsidieerde ‘geboorteplanning’).;

(4) plundering – een soort koude oorlog tegen de inheemse bevolking die ten prooi valt aan vreemdelingen die de facto juridische immuniteit genieten.

Op zich staat de geldigheid van Johnsons analyse niet te discussie. Wel het vermogen van het publiek in zijn doelgroep om de politieke en sociale hervormingen door te voeren die noodzakelijk worden op basis van die analyse. Dit vermogen valt zeer te betwijfelen. Want zoals Johnson zelf expliciet erkent, zijn dit soort vermogens uiteindelijk een functie van de langetermijnmechanismen van bio-evolutionaire aanpassing en ‘natuurlijke’ selectie: “Voluntary birth control is also strongly dysgenic, because it requires long-term thinking and impulse control. It is, moreover, motivated by a sense of social and ecological responsibility. To the extent that all of these traits are heritable, voluntary birth control means that future generations will be disproportionately sired by the impulse, stupid, and morally irresponsible”. (15-6)

De Traditionele School geeft twee elkaar aanvullende metafysische interpretaties van de werking van deze fysieke dys-genetische en de-volutionaire ‘zelf-selectie’. Enerzijds als een fenomeen van de ondergang in het ‘Duistere Tijdvak’. René Guénon noemt dit ‘le règne de la quantité’. Binnen het postmoderne wetenschappelijke discours interpreteert Peter Sloterdijk dit fenomeen als de moderne Fall in der Zukunft. Anderzijds als de zuivering vóór de Gouden Dageraad. Het volgende hoofdstuk, getiteld ‘De sfinx’, zal deze twee nauw met elkaar verbonden betekenissen van ‘ondergang’ en ‘zuivering’ nader beschouwen.

Vooraf moet echter nog worden gezegd dat deze Traditionele interpretatie op geen enkele wijze afbreuk doen aan Johnsons analyse. Hij beschrijft simpelweg de concrete en eigentijdse manifestaties van het onvermijdelijke meta-historische proces zoals dat wordt beschreven door de grondleggers van de Traditionele School. Vanuit hun perspectief is de huidige Westerse cyclus van dysgenetische bio-evolutionaire aanpassing en selectie volledig voorspelbaar: het toekomstige traject van Amerika’s huidige bio-evolutionaire ‘experiment’ – de gestage vervanging van de blanke populatie door niet-blanke immigranten – kan worden voorspeld uit het historische traject van Amerika’s eerste bio-evolutionaire ‘experiment’. Dat eerste ‘experiment’ resulteerde in de bijna volledige etnische vervanging van de inheemse Indiaanse bevolking door een nieuwe bevolking van blanke immigranten uit Europa.

De door Johnson opgesomde oorzaken van uitsterven – habitat verlies (territoriale marginalisatie), invasieve exoten (economische marginalisatie), soortelijke hybrisering (fenotypische marginalisatie) en plundering (wettelijke marginalisatie) – kunnen maar tot één slotsom leiden. Dit eindresultaat is pijnlijk zichtbaar in het wrede lot van de laatste overlevende inheemse Indianen: zij leven hun laatste dagen in een land dat hen niet langer toebehoort. Gelijksoortige resultaten zijn te zien bij de overlevende Australische Aboriginals, de Nieuw-Zeelandse Maori’s en de Zuid-Afrikaanse Bosjesmannen.

Lezers die geen geduld en moed hebben voor een studie in werkeloosheid, dakloosheid, verslavingsproblematiek en statistieken met betrekking tot ziekelijk overgewicht, routineuze verkrachting, zelfmoordepidemieën en moordfrequentie kunnen alles wat zij willen weten vinden in het handjevol films dat is gewijd aan het droeve lot van deze ‘minderheid in eigen land’ groepen: Once Were Warriors (Tamahori), Charlie’s Country (de Heer) en Wind River (Sheridan). Iedereen die Wind River heeft gezien en begrijpt op welke ‘inheemse’ realiteiten deze film is gebaseerd12 zal inzien dat parallelle ontwikkelingen nu al duidelijk zichtbaar zijn in de ‘blanke realiteit’ van het postmoderne Westen. Als deze ontwikkelingen zich voortzetten op hun huidige traject, dan is het goed mogelijk dat de overblijfselen van ‘inheems Europa’ en ‘Blank Amerika’ zich Johnson’s ‘Manifest’ spoedig zullen herinneren zoals inheemse Amerikanen zich Wovoka’s Ghost Dance herinneren: als ‘laatste dagen magie’ om het noodlot te bezweren. Als zij zich überhaupt al iets zullen herinneren.

De sfinx

(het metafysieke perspectief)

What a piece of work is man,
How noble in reason, how infinite in faculty,
In form and moving how express and admirable,
In action how like an Angel, in apprehension how like a god,
The beauty of the world, the paragon of animals.
And yet to me, what is this quintessence of dust?

– William Shakespeare, ‘Hamlet’

Vanuit Traditionalistisch perspectief heeft de etnische ‘slotsom’ – Johnsons ‘uitsterven van blanken’, de bio-evolutionaire ‘uitdunning’ van de volkeren van de Europese stam een diepere meta-fysieke betekenis, dat wil zeggen een betekenis die geleden is boven de oppervlakkig zichtbare fysieke neergang van een bepaald fenotype. Ongeacht de precieze oorzaken ervan – natuurlijk gegeven, opzettelijk gepland, of beide – weerspiegelt de fysieke neergang van de Europees-stammige volkeren de verzwakking van hun meta-fysieke archetypes. Cultureel-antropologisch kunnen we spreken over een verlies aan ‘totemische macht’.

Vanuit Traditionalistisch perspectief weerspiegelen de ondergang, hybridisering en transformatie van een (deel van een) volk echter steeds ook een proces van zelf-selecterende zuivering. Degenen die zich niet meer kunnen meten aan het oude archetype en het voorouderlijk ideaal worden ‘weg-geselecteerd’ door de geschiedenis. De mannen die de offers van hun voorouders onwaardig zijn en die hun totems niet langer eren worden veracht door hun eigen vrouwen- hun bloedlijn zal falen. De vrouwen die hun natuurlijke allianties opgeven en zich vrijwillig overgeven aan de vijand worden veracht door hun eigen mannen – hun nageslacht zal bij een ander volk horen.

Maar de mannen die strijden en vallen voor hun volk worden onsterfelijk in de herinnering en de mythologie van hun volk. De vrouwen die strijden en als buit ‘toevallen’ door de vijand kunnen nog kinderen krijgen die hen wreken. Dit zijn de ‘culturele’ equivalenten van de ‘natuurlijke selectie’. Wat er in meta-fysieke zin toe doet is daarom niet de kwantitieve maar de kwalitatieve uitkomst van de huidige bio-evolutionaire ‘uitdunning’ van de Europees-stammige volkeren: zelfs als deze volkeren kwantitief worden verminderd tot een fractie van hun huidige aantallen, dan nog kan het zijn dat hun overblijfselen kwalitatief worden vermeerderd in de zin van beschavingsniveau en cultuurbloei.

Hierbij is het belangrijk aan te tekenen dat de originele boreale habitat van de Europese volkeren werd gekenmerkt door strenge seizoencycli, ondoordringbare oerbossen en hoogst gevaarlijke roofdieren. De fysieke, psychologische en spirituele omstandigheden van deze oer-habitat – die equivalenten vindt in de boreale en australe Europese vestigingskoloniën overzee – vertegenwoordigen een existentieel optimum voor de Europese volkeren. En zo kunnen een (intentioneel zelf-)gereduceerde bevolkingsdichtheid en een (opzettelijk) her-wilderde natuur-omgeving bijdragen tot het her-uitvinden van een Europese versie van de ‘Perfecte Mens’.

Vanuit het meta-fysieke perspectief van de Traditionele School overtreft namelijk de ‘menselijke maat’ uiteindelijk alle etnische grenzen. Het Gezicht van de Perfecte Mens (Adam Qadmon, Ensan-e Kamil, Purusha) heeft een kleur die de voorbijgaande tinten van de wereldse realiteit doet verbleken. Op deze Aarde wordt zij zelden genoeg gezien. Misschien was zij zichtbaar in Zoeloe Koning Cetshawayo kaMpande toen hij het Britse Imperium versloeg op Dode Maan Dag,13 of in Lakota Opperhoofd Sitting Bull toen hij het Amerikaanse leger versloeg op het Dikke Gras,14 of in de Poolse Koning Jan Sobieski op de dag dat hij zich verhief tot Defensor Fidei op het veld voor Wenen.

Na de moderne afschaffing van krijgshaftig heroïsme, scheen deze kleur toch nog enige tijd door in zeldzame momenten van glorie in vredestijd, in tegenwoordigheid waarvan zelfs de moderne kakelende massamens er even het zwijgen toe deed. Een paar van zulke momenten voor wat betreft ‘blanken’ waren Kirsten Flagstad’s Liebestod van 23 juli 1952, Bobby Fischer’s ‘Spel 13 Kasteel Afsluiting’ van 10 augustus 1972 en Nadia Comaneci’s Olympische ‘Eerste Perfecte 10’ van 18 juli 1976. Zelfs nu het Duistere Tijdvak zulke publieke glorierijke momenten teniet heeft gedaan, kan zij nog doorschijnen in unieke privé momenten: het perfecte statuur van een Zwarte Eva op een straathoek, de serene stilte van een Aziatische Bodhisattva in een rijstveld dorp, de hemelsblauwe illuminatie van een Noordse wetenschap in een laboratorium.

Geen menselijke groep en geen menselijk individu is superieur in het potentieel voor Perfectie: elk ras, elk volk en elk persoon kan die Perfectie bereiken via een uniek eigen pad. Maar vanwege het wegvallen van de daartoe benodigde voorbereidende conditionering – een conditionering die een plaats in een authentieke Traditie vergt – ligt deze Perfectie nu in steeds extremere mate buiten het bereik van de zelfingenomen en zelfgeobsedeerde ‘moderne mens’. De Moderniteit reduceert het begrip van de ‘Perfecte Mens’ tot een museumstuk – een schijnbaar onmogelijk anachronisme. En toch: het blijft beschikbaar als een onmiddellijk kuur voor elk soort primitivistisch ‘racisme’ of superioriteitsdenken in de ‘moderne mens’. Op individueel niveau kan ook de ‘moderne mens’ nog steeds kiezen om verder te kijken dan wereldse kleuren – goud, lazuursteen, kwarts en obsidiaan – en het Levende Gezicht van Amun te doorzien.15 Alleen een dergelijk in-zicht, gecombineerd met een beslissende her-toe-eigening van de verborgen archetypes van de Europese Traditie, kan een afdoende solide fundament leggen voor het project dat Johnsons ‘Manifest’ uiteindelijk beoogt: Reconquista.

Reconquista

(het etno-nationalistisch perspectief)

Speak softly and carry a big stick – you will go far.

– Theodore Roosevelt

Johnson verwerpt het uitgangspunt van de vijandige elite dat de Europese volkeren geruisloos in de nacht van de geschiedenis moeten verdwijnen. Zijn Manifest staat diametraal tegenover de globalistische eis van de onvoorwaardelijke overgave van het Europees erfgoed en de Europese identiteit. Tegelijk realiseert Johnson zich dat deze verwerping uitloopt op een ‘totale oorlog’ die algemene mobilisatie vergt. De existentiële keuze voor authentiek erfgoed en authentieke identiteit maakt een strijd op leven en dood met de vijandige elite onvermijdelijk. Johnson beschrijft deze elementaire keuze als volgt: “If whites have no future in the current system, then we will simply have to set up a new one. …To give our people a future again… [w]e need to replace our leaders before they replace us…” (3, 5).

De aanstaande machtstrijd tegen de vijandige elite heeft daarbij drie specifieke aspecten: (a) Innerlijke Revolutie, (b) Uiterlijke Revolutie en (c) Politieke Implementatie. Johnson gaat in op alle drie aspecten: de volgende samenvatting geeft zijn visie in zijn eigen woorden weer:

(a) Innerlijke Revolutie: “…individualism can be replaced with an ethic of racial responsibility; sex-role confusion can be eliminated by the reassertion of traditional and biological sex roles (women as mothers and nurturers, men as protectors and providers); white guilt and self-loathing can be replaced by white pride and self-assertion; affordable family formation can be a cornerstone of social policy…” (24) Johnson onderkent daarbij als grootste hindernis die de Innerlijke Revolutie in de weg staat de ‘onnatuurlijkheid’, die samenhangt met feminisatie, verwekelijking en decadentie. Uiteindelijk gaat het om het ethisch besef. “The essential problem… is finding a way to square the requirements of white survival with our people’s highly evolved, perhaps even morbid conscientiousness. [It may] actually make… it easier to mobilize our people if fair and reasonable solutions are violently rejected.” (47) “The main stumbling block… is bourgeois morality. The bourgeois ethos holds that the highest good is a long, comfortable, secure life. By contrast, the aristocratic ethos holds honor as the highest value, to which the aristocrat is willing to sacrifice both his life and his wealth. Bourgeois man, by contrast, is all too willing to sacrifice honor to pursue wealth and to extend his life. The bourgeois ethos is also opposed to the willingness of idealists to die for principles, whether religious, political, or philosophical. …As a movement we need to cultivate idealists who take principles seriously and warriors who are willing to fight and, if necessary, die for our people”. (124-5)

De meest effectieve therapie voor dit probleem ziet Johnson, ook al gaat hij niet in op de traditioneel-christelijke wortel ervan in de Theologale deugden): in de Hoop. “…[T]here will be immediate psychological dividends for whites once we know our race has a future again. There will be less alienation and depression – fewer losers, alcoholics, drug addicts, and suicides. More whites will form businesses, and contribute to society. Once we restore hope for the future, our people will start living as if the ethnostate is already here. Those who fight for a better world live in it today.” (47)

(b) Uiterlijke Revolutie: Johnson legt daarbij de focus op de globalistische vijandige elite. “The entire political establishment in virtually every white country is committed to the policies that are driving white demographic decline: the destruction of the family and the denigration of motherhood; the promotion of hedonism and selfishness; encouraging multiculturalism, race-mixing, and race-replacement immigration; and the cult of ‘diversity’, which is just an euphemism for replacing whites with non-whites”. (3) [These policies] …were hatched in the minds of intellectuals, artists, scientists, politicians, educators, and advertisers. They were made real by changing people’s beliefs and values, and by altering the laws and institutions that govern us.” (18)

Johnson waarschuwt daarbij tegen naïviteit in de omgang met de globalistische vijandige elite: hij wijst op de waarschijnlijkheid dat er kwade opzet steekt achter de schade die zij de Europese volkeren berokkent: “…[T]he ruling elites in every form of society are noted for thinking and planning ahead. Both government intelligence agencies and private think tanks are in the business of generating long-term predictions based on current trends, and planning accordingly. Thus it is just not plausible that our leaders are unaware of white extinction. They either don’t care about it, or want it to happen. (20) Once demographic displacement could no longer be ignored, the establishment switched from denying it to hailing it as progress, while silencing and marginalizing dissenting voices, quietly refusing to enforce existing immigration controls, and blocking all attempts to impose new controls. (22)

Johnson wijst in dit verband op de grootste zwakte van de globalistische vijandige elite: haar geloofwaardigheid en legitimiteit verkeren in een diepe en permanente politiek-filosofische en ethische ‘roodstand’. Our enemies’ …greatest weaknesses are false ideas and decadent values that are leading to terrible consequences. These catastrophes and the subsequent attempts to cover them up, explain them away, and avoid blame are shredding their credibility. (104)

(c) Politieke Implementatie: alvorens een aantal concrete suggesties te doen voor de politieke implementatie van zijn anti-globalistisch programma, wijst Johnson op de noodzaak voor een strategisch-beslissende Nieuw Rechtse positionering op de moral high ground die de vijandige elite de facto verlaten heeft. Hij neemt het ethisch-strategische initiatief met een directe aanval op het globalistische argument dat een etnisch zuiveringsprogramma onethisch zou zijn. Johnson legt fijntjes uit dat de blanke bevolking van het Westen nu zelf het slachtoffer is – van een globalistisch etnisch zuiveringsprogramma. “…[W]hites are already living with ethnic cleansing for political reason. It’s just that whites are the victims rather than the beneficiaries. For two or more generations now, whites have been subjected to mass ethnic cleansing in our homelands. Millions of whites have changed homes, schools, and jobs millions of times because of the end of racially segregated neighbourhoods, schools, and businesses and the influx of millions of non-white immigrants, who have destroyed white neighbourhoods, schools, and jobs, forcing white families to move elsewhere in search of ‘better’ (i.e., whiter) places to live and work. Despite the enormous human and financial costs of this ethnic cleansing, whites have been ‘living with it’ quite well. It seldom seems to intrude into their consciousness, much less into public expression, and hardly ever into political action and change. So I think whites can live with themselves quite well if they imposed the same processes of demographic replacement on non-whites, and I think that non-whites could live with it too.” (40)

Vanuit deze stellingname op de moral high ground komt Johnson vervolgens met een spervuur van concrete politieke aanbevelingen. Deze aanbevelingen vormen in zekere zin het hart van zijn ‘Manifest’. In de volgende samenvatting is het wederom het best Johnson in zijn eigen woorden te laten spreken (98-9) – met hier en daar een kanttekening ten behoeve van de Europese Realpolitik:

(1) ‘Wij moeten onze grenzen sluiten voor niet-Westerse immigratie’.

(2) ‘Wij moeten de hele immigratie bevolking van na 1965, plus nageslacht, repatriëren’.16 Kanttekening: deze maatregel kan niet zonder meer van toepassing zijn op ex-koloniale vluchtelingen, inheemse huwelijkspartners en goed geassimileerd nageslacht uit gemengde huwelijken. Nog een kanttekening: er zullen speciale regelingen moeten komen voor individuele gevallen van echte assimilatie. Vanuit Traditionalistisch perspectief is het mogelijk dat in bepaalde individuele gevallen innerlijke existentiële richting zwaarder weegt dan uiterlijke kenmerken als huidskleur en fenotype. In speciale gevallen is het mogelijk dat een individu bewijst te behoren tot een ‘ras’ of ‘volk’ dat niet op basis van geboorte het zijne of hare is (voor richtingwijzers naar een evenwichtige omgang met de giftige nalatenschap van zes decennia ‘massa-immigratie’ en ‘etnische vervanging’, verg. artikel ‘De Identitaire Beeldenstorm’, paragraaf ‘Dura lex sed lex’).

(3) ‘Wij moeten van voor 1965 daterende niet-blanke minderheden [vrijwillige segregatie faciliteiten] aanbieden, zoals reservaatgebieden, regionale autonomie regelingen en [gesubsidieerde] hervestiging en oude herkomstgebieden’.17 Kanttekening: in de Europese context zullen er onvoorwaardelijke verblijfstitels, sferen van ‘soevereniteit-in-eigen-kring’ en speciale gemeenschapswetten moeten komen om recht te doen aan langingezetene (vooroorlogse) minderheden zoals de Israëlieten en de Roma.

(4) ‘Wij moeten barrières oprichten tegen rassenvermenging. “Wij hebben sterke sociale normen en zelfs wetten nodig om rassenmenging te ontmoedigen.” Kanttekening: in een Europa waarin de drie voorafgaande punten al zijn verwezenlijkt zou wetgeving een beschaafd minimum kunnen vasthouden (bijvoorbeeld tot het schrappen van semi-automatische ‘naturalisatie’ van huwelijkspartners en niet-geassimileerd nageslacht uit gemengde huwelijken). Nog een kanttekening: het kan goed zijn na te denken over het invoeren van nieuwe etnische categorisatie voor delen van de bevolking van gemengde etniciteit – deze bevolkingsdelen kunnen dan aanspraak maken op specifiek-eigen gemeenschapsrechten.

(5) “Wij moeten [inheemse] familievorming met politiek beleid bevorderen. Wij moeten op biologie en traditie gebaseerde geslachtsrollen herstellen, met mannen als beschermers en kostwinners en met vrouwen als moeders en gemeenschapsbouwers. We moeten verder mannen van alle sociale klassen en inkomensgroepen in staat stellen huiseigenaar te worden en uit eigen middelen een gezin te onderhouden.”

(6) ‘Wij moeten protectionistische politiek en arbeidsrecht bevorderen om fatsoenlijk beloonde industriële productie arbeid terug te brengen naar het Westen.’

(7) “Wij moeten ons onderwijssysteem, onze publieke media en onze cultuur zuiveren van anti-blanke propaganda en nieuwe communicatiestructuren bevorderen die nieuwe vormen van kennis, kunde en deugd overbrengen: kennis, kunde en deugd die ons als individuen laat opbloeien en die onze beschaving een toekomst geeft”.

Plus ultra

(het neo-Eurazianistisch perspectief)

Let’s get them all. Now while we’ve got the muscle.

– ‘The Godfather’ II (Coppola)

Vanuit archeo-futuristisch perspectief is het wenselijk dat Johnson’s beperkte programma, dat zich bezig houdt met de inheemse rechten van de Europese volkeren, wordt ingebed in een grotere visie, een visie die de onmiddellijke problemen van de Europese volkeren ziet in een hun bredere context. In metapolitieke zin zou een dergelijke grotere visie prioriteit verdienen om de eenvoudige reden dat het totaal-programma van de vijand van de Europese volkeren zich baseert op een planetaire visie: nieuw-rechts dient te komen met een evenwaardig – nee, superieur – totaal-programma. Het archeo-futurisme kan de liberaal-normativistische ideologie van de globalistische vijandige elite op abstract niveau deconstrueren, maar deze deconstructie vertaalt zich niet automatisch in een deconstructie van concrete machtsstructuren: de instituties van global governance, high finance en mainstream media. De deconstructie van deze machtsstructuren vergt niets minder dan een alternatief geopolitiek machtsparadigma.

Omdat de etnische vervanging van de Europese volkeren, waartegen Johnson zich in zijn ‘Manifest’ verzet, vanuit deze globalistische machtsstructuren worden gecoördineerd zou zijn ‘blank-nationalistische’ beweging er goed aan doen zich te beraden op een strategie die hen over hun hele breedte kan bestrijden. Hier vallen de belangen van de ‘blank-nationalistische’ beweging op natuurlijke wijze samen met die van andere anti-globalistische krachten – al was het alleen maar om het feit dat ze in de globalistische vijandige elite hetzelfde kwaad bestrijden. Hier vindt het ‘blank- nationalisme’ dus een natuurlijke bondgenoot in het neo-Eurazianisme. dat een anti-liberaal en multi-polair geopolitiek alternatief biedt voor de uni-polaire Nieuwe Wereld Orde voor de globalistische vijandige elite. Ondanks verschillen in focus en visie hebben zij een duidelijk gemeenschappelijk doel: de verwijdering van die elite.

Vanuit neo-Eurazianistisch perspectief schaadt de globalistische vijandige elite niet alleen de inheemse volkeren van West-Europa en de Angelsaksische wereld maar ook de mensheid als geheel: het hindert alle volkeren en naties op aarde in het uitdrukken van hun authentieke specifieke identiteiten, in het navolgen en vervullen van hun authentieke specifieke roepingen en in de geopolitieke uitoefening van hun legitieme specifieke eigenbelangen. Het neo-Eurazianisme verwerpt het ‘bedrijfsmodel’ van de globalistische vijandige elite, een model dat berust op een exploitatie van de ‘verschroeide aarde’ van natuurlijke hulpbronnen, op de economische immoraliteit van ‘rampenkapitalisme’ en financiële woeker en op anti-noministische sociaal-culturele deconstructie. Het neo-Euroazianisme verwerpt de supra-territoriale hegemonie van de globalistische vijandige elite, een hegemonie die berust op een breed arsenaal van ‘hybride oorlogsvoering’ in een subtiele combinatie van gemoderniseerde hard power (‘humanitaire’ militaire interventie, terroristische marionettennetwerken, economische afpersing door ‘sancties’) en futuristische soft power (infiltratie onder het mom van ‘colour revolutions’, cultuurverstorende cognitieve oorlogsvoering, digitaal-algoritmische psy-ops). Terwijl het archeo-futurisme zich richt op het verwijderen van het abstracte (filosofische, metapolitieke) frame van het globalistische liberaal-normativisme, richt het neo-Eurazianisme zich op het verwijderen van het concrete (geopolitieke, sociaal-culturele) frame van de globalistische Nieuwe Wereld Orde. In zoverre de belangen van het blank nationalisme samenvallen met die van het neo-Eurazianisme, kan het archeo-futurisme een mogelijke brugfunctie vervullen tussen een aantal verwante concepten. Zo kan het hiaat tussen het ‘archaïsche’ (Traditionalistische) fundament van het neo-Eurazianisme en de ‘futuristische’ oriëntatie (de utopie van de etno-staat) van het blank nationalisme worden overbrugd met de volgende inschattingen:

(1) Het neo-Eurazianisme verwerpt ten stelligste de gelijkschakeling van de globalistische vijandige elite met het Joodse volk. Deze positie volgt uit de Neo-Eurazianistische acceptatie van de Traditionalistische erkenning van het Jodendom als een authentieke Traditie. Elke oprechte en legitieme identificatie met welke authentieke Traditie dan ook is onverenigbaar met deelname aan modernistische projecten zoals die van de globalistische vijandige elite (deze kwestie wordt verder besproken in het artikel ‘JQ naar IQ’). Voor nu volstaat het te zeggen dat, terwijl wetenschappelijke (bio-evolutionaire, cultuur-historische) analyses met betrekking tot het historische ‘Joodse Vraagstuk’ – inclusief de verhouding ervan tot de globalistische vijandige elite – legitiem zijn, er geen sprake kan zijn van een gelijkstelling van het Joodse volk met de globalistische vijandige elite. De geloofwaardigheid van het ‘blank nationalisme’ als legitieme voorvechter van de Europese inheemse rechten en als een legitieme partner voor de Neo-Eurazianistische anti-globalistische beweging zal mede afhangen van een duidelijke verwerping van verouderd en zelfdestructief antisemitisme.

(2) Het Neo-Eurazianisme erkent de noodzaak van een correcte inschatting van de vaak complexe historische positie van de vele niet-Europese minderheden die al eeuwenlang verspreid door de Euraziatische ruimte de leefwereld van de Europese volkeren delen. Zo leven in Oost-Europa een aantal Turkse volkeren en leven in West-Europa de overblijfselen van langingezeten Israëlieten en Roma populaties. Er bevinden zich in die ruimte nu ook een aantal ex-koloniale bevolkingsgroepen die trouw bleven aan de Europese koloniale heersers en de na de dekolonisatie van Afrika en Azië naar Europa werden geëvacueerd.18 Deze groepen hebben recht op onvoorwaardelijke verblijfsstatus, op groepsautonomie en op het naleven van historische verplichtingen.

Het Neo-Eurazianisme wenst deze volkeren in te bedden in een drastisch gereorganiseerd post-globalistische Eurazië dat gekenmerkt wordt door gelaagde machtsdevolutie en confederatieve staatsvormen (misschien uiteindelijk onder de hogere autoriteit van een klein aantal nieuwe ‘rijksvormen’). Daarom neemt het neo-Eurazianisme ten aanzien van ‘etnische homogeniteit’ een minder rigoureus standpunt in dan het ‘blank nationalisme’. Er dient een realistische balans te worden gevonden. Een pragmatisch afzien van blank-utopistische dogmatiek laat ook de mogelijkheid open van een politieke samenwerking met bepaalde niet-Europese minderheidsgroepen in de strijd tegen de globalistische vijandige elite. Een gesloten front van inheemse Europeanen en sommige niet-Europese minderheidsgroepen tegen de globalistische vijandige elite zal tevens bij de inheemse bevolking het draagvlak vergroten voor een genereuze post-globalistische inter-etnische vereffening van verplichtingen.

(3) Het Neo-Eurazianisme geeft ruimte aan de ontwikkeling van een holistische visie van een ‘paternalistisch’ Imperium. Op deze visie gebaseerde grootstaat-structuren kunnen uiteindelijk verder worden uitgebreid buiten de Euraziatische ruimte: de tropische delen van de Nieuwe Wereld, Afrika en Azië kunnen baat hebben bij een zelfgekozen deelname aan deze structuren. Zo erkent het neo-Eurazianisme de geldigheid van Johnsons opmerking dat “…we should recognize that not all peoples have an equal capacity for self-government. …[E]thnonationalism is not really possible in the racially mixed societies of Latin America, where the best option is probably a more benevolent version of the present system of rule by European-descended elites. Nor is ethnonationalism possible among the most primitive tribal peoples of the world in Africa, Amazonia, Micronesia, or Papua. Such peoples require benevolent paternalism and ethnic reservations.” (57)

Vanuit dit gezichtspunt kan een positieve werking uitgaan van de voortgezette aanwezigheid van de Europese volksplantingen in zuidelijk Afrika. Delen van die volksplantingen bevinden zich daar reeds drie en een halve eeuw, dat wil zeggen nauwelijks korter dan de eerste Europese volksplantingen in de huidige Verenigde Staten. De Europese inwoners van zuidelijk Afrika – het Afrikaner volk bovenal – zijn nu dus in feite inheems in die regio. In plaats van hen aan te moedigen ‘terug te keren naar hun thuislanden’, zoals gesuggereerd door Johnson (91), zou het beter zijn op te komen voor hun inheemse rechten. Hun lange strijd tegen de incompetente en corrupte regimes die zich baseren op het kunstmatige en disfunctionele ‘zwarte meerderheidsprincipe’ is in feite een ijkpunt voor de Europese en blank-Amerikaanse inheemse rechtenbeweging binnen Nieuw Rechts. Voor de blank-nationalistische beweging zou solidariteit met de Afrikaner bevolking een speerpunt moeten zijn.

(4) Zoals eerder gezegd is het neo-Eurazianisme begonnen met de studie van een concept dat (theoretisch, potentieel) in staat is de Europese ‘volksstaten’ waarnaar Johnson streeft in een groter verband te omvatten en te beschermen: het archeo-futuristisch Imperium. Semi-confederatieve vormen van ‘Nieuw Imperium’ kunnen de belangen van de Europese volkeren – en die van de andere inheemse volkeren van Eurazië – veiligstellen. De rijksgedachte – het begrip van een supra-nationaal en confederatief Imperium – staat historisch centraal in de politieke filosofie van de grote Euraziatische Tradities, inclusief de Perzische en de Indische.

Johnson ondersteunt in feite de rijksgedachte in zijn begrip ‘Onbestreden Alleenheerschappij’ (Uncontested Supremacism, 50) en in zijn stelling dat “…[e]thnonationalism should be seen as a right, not an obligation. It is not a moral duty that needs to be adopted by every ethnic group, regardless of circumstances. It is simply a highly pragmatic tool to decrease conflict and promote genetic and cultural diversity.” (50)

Een archeo-futuristisch Imperium, gebaseerd op beschermheerschap ten aanzien van etnische identiteit en op maximale machtsdevolutie vertegenwoordigt een levensvatbaar alternatief voor maximalistisch ‘etnisch purisme’ in gevallen zulk purisme historisch niet passend is. Binnen de Euraziatische context zijn er een aantal ‘hybride etniciteit’ gevallen waarin ‘etno-staat purisme’ duidelijk geen optie is. De historische relaties die prevaleren in gevallen zoals Engeland-Wales-Schotland, Nederland-België-Luxemburg, Castilië-Catalonië-Baskenland, Servië-Bosnisch Servië-Montenegro en Rusland-Wit-Rusland-Oekraïne maken eendimensionale definities van nationale soevereiniteit onmogelijk.

De globalistische geopolitiek gebruikt de natuurlijke half-scheidslijnen die binnen deze complexen bestaan om alle vormen van niet-globalistische staatsstructuur die deze complexen bewaken te vervormen. Het dient echter te worden bedacht dat er gedegen historische precedenten zijn voor niet-globalistische oplossingen voor de kunstmatige grenzen en scheidslijnen die worden getrokken door de eendimensionale globalistische opvatting van staatssoevereiniteit. Historisch ingegeven solidariteit zou nog steeds levensvatbaar moeten zijn voor het de landengroep Engeland-Wales-Schotland in het begrip ‘Groot-Brittannië’, voor Nederland-België-Luxemburg in het begrip ‘Lage Landen’, voor Castilië-Catalonië-Baskenland in het begrip ‘Spanje’, voor Servië-Bosnië-Croatië-Montenegro het begrip ‘Joegoslavië’ en voor Rusland-Wit-Rusland-Oekraïne in het begrip ‘Alle Ruslanden’.

(8) Tenslotte benadrukt het Neo-Eurazianisme decisionistische alternatieven voor de liberaal-normativistische hyper-democratie. Zulke alternatieven (gebaseerd op de archeo-futuristische reactivering van Carl Schmitts begrippen Katechon en Nomos), zijn dringend nodig om de steeds snellere ontbinding van de Westerse politieke sfeer te ondervangen. Een decisionistische benadering kan een politieke ‘nooduitgang’ bieden ten behoeve van de gedeeltelijke verwezenlijking van Johnson’s – waar nodig aangepaste – ‘blank-nationalistische’ programma. Johnson wijst in dit verband op de noodzaak van een “…a well-planned, orderly, and non-violent process of repatriation. There is, moreover, no hurry. Our enemies planned to eliminate us over generations. We can take a few decades to set things right.” (43) Johnson wijst terecht op de noodzaak van een politieke ‘noodlanding’ in het Ernstfall van de etnische vervanging die de globalistische vijandige elite de Europese volkeren nu opdringt, en hij doet daarbij een aantal goede suggesties (43-6).

Johnsons benadering heeft het voordeel dat zij de globalistische vijandige elite haar kostbare moral high ground ontneemt. Zijn benadering maakt het gevaarlijke kruitvat van het multiculturalisme onschadelijk voordat het ontploft in sociale chaos en etnisch conflict. Maar Johnson’s geleidelijke benadering vergt een basis in Realpolitik: ter verwezenlijking vergt zij het herstel van het politieke primaat. De liberaal-normativistische hyper-democratie is volledig onverenigbaar met het herstel van authentieke Auctoritas in de politieke zin van het woord. De globalistische vijandige elite hoeft niet anders te doen dan haar lijn van business as usual vast te houden om haar doel, de ‘deconstructie’ van de Europese volkeren, zonder probleem te bereiken. Zij heeft de langere adem en de Europese volkeren kunnen zich geen ultralange termijn strategie veroorloven – de vroeger dan verwachte houdbaarheidsgrens van de Notre Dame de Paris illustreert dit gegeven. Het wordt steeds waarschijnlijker dat alleen een decisionistische uitbraak uit het liberaal-normativistische ‘schaakmat’ kan hen nog redden. Er is nog maar weinig tijd.

Operatie Belisarius

( het geo-politiek perspectief)

Het is niet met gewicht van het aantal of met de grootte van het lichaam maar met de dapperheid van de ziel dat oorlogen worden gewonnen.

– Flavius Belisarius

Tot nu toe was de strategie van de nieuw-rechtse beweging gebaseerd op cognitieve oorlogsvoering: op de tegen-deconstructie van het liberaal-normativistische ‘narratief’ van de globalistische vijandige elite. Het metapolitieke project van Nieuw Rechts ontleende zijn voortstuwingskracht aan digitale strategieën: aan platforms van de ‘alternatieve media’ en ‘memes op de sociale media. Daarom karakteriseert Johnson de ‘blank-nationalistische’ beweging, als onderdeel van de grotere nieuw-rechtse beweging, als “…a vast non-hierarchical network of organizations and individuals, …not created and guided by some mastermind. (113) …The White Nationalist movement is more like a subculture than a political party. It is a network of individuals, web platforms, and organizations. It exists more online than in the real world.” (115)

Maar in confrontatie met de ‘censuur nieuwe stijl’ (waarnaar verwezen in de sectie Ten geleide, paragraaf Begrippenapparaat, punt 5) dient Nieuw Rechts zich dringend te beraden op een serieuze heroriëntatie. Deplatforming in de sociale media, ‘boekverboden’ in de drukwerkdistributie en ‘inreisverboden’ voor publieke sprekers dwingen Nieuw Rechts zichzelf opnieuw uit te vinden. Hoewel Nieuw Rechts zeer wel in staat mag zijn om een langdurige ‘digitale guerrillastrijd’ te voeren, zal de beweging waarschijnlijk spoedig worden beroofd van haar hoofdbases in de digitale sfeer. Ook is het waarschijnlijk dat fysieke samenkomsten van Nieuw Rechts problematischer zullen worden door verdere semi-formele inperkingen van het vrij verkeer van personen: voor illegale Afrikaanse ‘vluchtelingen’ is het nu al gemakkelijker zich vrij naar en binnen Europa te bewegen dan voor de publieke sprekers van Nieuw Rechts.

Door aan de beweging haar eerdere sterke punten te ontnemen probeert de globalistische vijandige elite Nieuw Rechts weg te drukken in de ‘illegaliteit’: zij probeert nieuw-rechts letterlijk ‘ondergronds’ te drukken – uit de publieke sfeer, zodat ze ongestraft kan worden vervolgd. Nieuw Rechts zou er goed aan doen deze poging te beantwoorden met een grondige metamorfose. Een dergelijke metamorfose dient zich te schikken naar een realistisch geopolitiek perspectief, dat wil zeggen naar een realistische inschatting van de sterke en zwakke punten van de globalistische vijandige elite.

Johnson’s ‘Manifest’ geeft een aantal nuttige wenken voor de omgang met de geopolitieke realiteit van een mogelijke deelbezetting van de ‘blanke leefruimte’ door een niet-Europese vijand. Hij schetst daarbij het volgende scenario: “…what would happen if a sovereign European state signed a treaty to host a gigantic Chinese military base? Or if it fell into the hands of plutocrats who started importing cheap non-white labor? Clearly such policies would endanger all of Europe, therefore it is not just the business of whatever rogue state adopts those policies? …Other states would be perfectly justified in declaring war against a rogue state, deposing the offending regime, and removing non-Europeans from its territory. Then they would set up a new sovereign regime and go home.” (53) Het kan feitelijk worden gesteld dat dit scenario nu al werkelijkheid is geworden. De niet-Europese vijand heeft zich al geopenbaard in de globalistische vijandige elite. De deel-bezetting van Europa heeft al plaatsgevonden in het globalistische regime van de ‘Europese Unie’. Johnson stelt in dit verband dat “…the leadership of the present-day European Union is infected by [an anti-European] memetic virus, and it is doing all it can to flood all of Europe with non-whites.” (54)

Het gebied dat nu getroffen wordt door de politiek van etnische vervanging van de Europese Unie staat niet automatisch gelijk aan het gebied dat onder haar formele gezag staat: het omvat bijvoorbeeld niet de Visegradstaten die zich consistent hebben verzet tegen de implementatie van deze politiek op hun grondgebied. Het dient ook aangetekend te worden dat zich eerste verzetshaarden tegen etnische vervanging nu ook beginnen af te tekenen in het oude hartland van de Europese Unie: de ‘Brexit’ en ‘M5S’ in Groot-Brittannië en Italië zijn daarvan de duidelijkste voorbeelden. De uitbreiding van deze verzetsbeweging heeft ook de territoriale machtskernen van de globalistische macht in Europa bereikt: het verzwijg- en censuurbeleid ten aanzien van immigrantengeweld in Duitsland en van deprotesten van de Gilets Jaunes in Frankrijk wijzen erop dat de breuklijnen en symptomen van overdruk veroorzaakt door de versnelde etnische vervanging zelfs binnen de meest ‘makke’ inheemse volkeren zorgwekkende dimensies beginnen aan te nemen.

Dit neemt niet weg dat de globalistische vijandige elite nog steeds een stevige grip op de macht heeft: zij heeft formeel de macht over het hele Europese Unie territorium – zij is er op moment van schrijven zelfs in geslaagd de ‘Brexit’, de formele afscheiding en onafhankelijkheid van Groot-Brittannië meer dan drie jaar lang te saboteren. De globalistische vijandige elite voert een intensieve agressiepolitiek naar de tegenstribbelende ‘nieuwe lidstaten’ in Centraal-Europa – en zij is bezig met de invoering van verregaande censuurwetgeving. In wijde zin omvat het globalistische machtsnetwerk in Europa behalve de Europese Unie ook de supra-nationale machtsstructuren van de ‘Europese Economische Ruimte’ (inclusief Norwegen, IJsland en Liechtenstein), het ‘Schengengebied’ (inclusief Zwitserland) en de Navo (inclusief Albanië en Montenegro).

Zodoende blijft als werkelijk ‘vrij’ Europees grondgebied alleen nog stukken van de westelijke Balkan en het vroegere Sovjet grondgebied over. Zonder een werkelijke – meer dan kosmetische – ‘Brexit’ blijft Rusland de enig overgebleven Europese grootmacht die niet onder globalistisch bestuur staat. En zo vormt Rusland nu de natuurlijke geopolitieke basis voor de metapolitieke Reconquista van Europa. Ruslands semi-neo-Eurazianistische oriëntatie geeft daarbij een extra sterke metapolitieke basis voor een levensvatbaar project. Nieuw-rechts zou er goed aan doen die harde geopolitieke realiteit onder ogen te zien, en de overgebleven geopolitieke manoeuvreerruimte op juiste wijze te gebruiken. Een Reconquista van Europa lijkt alleen mogelijk door een campagne van oost naar west om het globalistische getij te keren. Wellicht kan een dergelijke ‘Operatie Belisarius’ de ‘verzonken landen’ van het Westen nog herwinnen, tegen alle verwachtingen in.

De Wachter

(het Traditionalistisch perspectief)

And when I find myself frozen in the mud of the real
Far from Your loving eyes,
I will return to this Perfect Place of mine and take solace
In the simple perfection of knowing You.

– ‘Wind River’ (Sheridan)

Vanuit Traditionalistisch perspectief is de succesvolle uitvoering van ‘Operatie Belisarius’ alleen mogelijk vanuit een rotsvaste metapolitieke uitvalsbasis. En deze is alleen te vinden in een authentiek transcendent referentiepunt. Dit vergt een doorleefd begrip van de metafysieke dimensie van de existentiële uitdaging die ligt in de ideeënwereld en leefrealiteit van het globalisme: dit zijn de wereld en realiteit van liberaal-normativisme, neo-liberalisme, cultuur-marxisme en cultuur-nihilisme. Dit is de uitdaging van een kruisvaarder: de uitdaging van een resolute afwijzing en totale oorlog tegen de kwaadaardigheid.

Als voorspreker van de ‘blank-nationalistische’ beweging onderkent Johnson deze uitdaging in de zin van een bio-evolutionaire en cognitieve ‘wapenwedloop’ tussen de Europese volkeren en de globalistische vijandige elite: “It is easy to understand why people might shy away from [the] truth, for it implies that whites are not just the victims of a ghastly mistake, or an impersonal sociopolitical ‘system’, or an inhuman cosmic or historical destiny, but of knowing malice, principled enmity, and diabolical evil….It is hard to accept that such evil exists, much less that it wills our annihilation. But if we are to save ourselves, we have to understand the forces that are arrayed against us. If… eventually [we] come up against not just ignorance and indifference but diamond-hard malice, we need to know that. (22) …The architects of white genocide …knew very well that its ultimate end is the extinction of the white race. But they were not interested in a quick paroxysm of slaughter, as emotionally satisfying as that might have been. They knew that it is difficult to mobilize the people to commit mass murder, and it is risky, because the victims could fight back and perhaps win, in which case one’s own people might be wiped out in retaliation. Therefore, they conceived a slower, safer process of genocide. They knew that if anti-white demographic trends were set in motion and sustained over time – i.e., lower birthrates, collapsing families, miscegenation, non-white immigration, non-white penetration of white living spaces etc. – the long-term result would be white extinction, and very few whites would become aware of it, much less fight back, until resistance was pretty much futile anyway.” (42)

Vanuit Traditionalistisch perspectief is het belangrijk het accent te leggen op iets dat direct verband houdt met Johnsons kruisvaardersproject: het Traditionalisme stelt dat wat Johnson als ‘onmenselijk kosmisch noodlot’ en ‘principiële vijandschap’ onderscheidt wel degelijk samen kunnen vallen. Ze vallen samen in de duivelse Nieuwe Wereld Orde die de globalistische vijandige elite nu probeert op te leggen aan de Europese volkeren. Tegelijk stelt het Traditionalisme dat elke Traditie, dus ook de Europese Traditie, haar eigen Wachters heeft: deze Wachters treden uit de schaduwen wanneer de nood het hoogst is. Op zijn eigen typisch ‘Amerikaanse’ manier duidt Johnson’s ‘Manifest’ op deze aanstaande terugkeer van de kruisvaardersgeest in de Europese volkeren.

Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul
.

– William Henley, ‘Invictus’

Nawoord

Les reines de nos coeurs!
Comme ils sont provocants! Comme ils sont fiers toujours!
Comme on ose régner sur nos sorts et nos jours!

Faites attention! Observez la mesure!
Ô la mortelle injure! La cadence est moins lente!
Et la chute plus sûre!

– Robert Comte de Montesquiou-Fézensac

Op het moment van schrijven is Nieuw Rechts de enige serieuze voorvechter voor de inheemse rechten van de Europese volkeren. Gegeven het feit dat de Europese volkeren nu geconfronteerd worden met het eindoffensief van globalistische ethno-deconstructie, is het van vitaal belang dat Nieuw Rechts met één stem spreekt. De titel van Johnsons laatste hoofdstuk, ‘Blank nationalisme is onvermijdelijk’ laat de belangrijkste vraag open, namelijk de vraag of de overwinning van ‘blank nationalisme’ ook onvermijdelijk is. Met nuchter realisme moeten we zeggen dat het antwoord een ondubbelzinnig nee is. In de loop van de menselijke geschiedenis zijn door menselijke en door natuurlijke factoren talloze volkeren uitgeroeid en uitgestorven. Het is heel goed mogelijk dat de (meeste) Europese volkeren op een historisch onvoorziene en ongehoorde wijze zullen uitsterven. Vanuit cultuur-historisch oogpunt zijn ze momenteel niet meer dan een haarbreedte verwijderd van de status van ‘bedreigde mensensoort’, een status die nu meestal geassocieerd wordt met de Amerikaanse Indianen en de Australische Aboriginals. Men kan vermoeden dat Johnson dit ook beseft. Waarom zou hij anders zoveel voor zijn zaak hebben opgeofferd, waarom zou hij anders zijn ‘Manifest’ hebben geschreven?

Met het naderen van de alles-of-niets-machtsstrijd tussen Nieuw Rechts en de globalistische vijandige elite is er maar één denkbaar wachtwoord voor Nieuw Rechts: eenheid. De zware taak om de inheemse rechten van de Europese volkeren te verdedigen valt buiten het vermogen van elk van de vele groepen die nu door de systeemmedia in de restcategorie ‘nieuw-rechts’ bij elkaar worden geveegd. Johnson erkent de noodzaak van eenheid: “wij moeten samen leren werken met mensen die onze denkbeelden van blanke identitaire politiek delen maar die wellicht heel anders denken over onze overige denkbeelden.” (120) Johnson stelt het zo: Nieuw Rechts moet leren van de ervaringen en fouten van het verleden, geen schaarse middelen verspillen aan het ieder-voor-zich her-uitvinden van het wiel en afzien van onproductieve competitie met de goede producten en organisaties van anderen. Nieuw Rechts moet zich toeleggen op efficiënte kartelvorming in plaats van destructieve competitie, en streven naar bemiddeling en samenwerking bij taken die de draagkracht van één enkele organisatie te boven gaan (119-20). Dit betekent dat nieuw-rechts boven het niveau van persoonlijke vendetta’s en overbodige disputen moet uitstijgen, die uiteindelijk de globalistische vijandige elite in de hand werken.

Inzake splijtzwammen zoals het ‘vrouwenvraagstuk’, het ‘alloseksualiteit’, het ‘klimaatvraagstuk’, het ‘Joodse vraagstuk’ (verg. artikel ‘JQ naar IQ’) en de Islam dienen compromissen of eenvoudige ‘wapenstilstanden’ te worden overeengekomen. Al deze vraagstukken behelzen belangrijke zaken die zorgvuldig moeten worden bekeken. Maar wanneer het huis is brand staat is er geen tijd om te discussiëren over de kleur van het behang. Voor de Notre Dame de Paris is het al te laat – het is beter niet te wachten tot het eigen, veel kleinere en veel kwetsbaardere, woonhuis aan de beurt is. “Nu is het zaak dat wij allemaal moeten beseffen dat Europeanen, net als alle andere gezonde schepselen, het recht hebben terug te vechten wanneer zij worden aangevallen.” (135)

1 Verg. https://www.counter-currents.com/2019/02/amazon-com-bans-the-white-nationalist-manifesto/

2 Natuurlijk zijn er ontelbare andere voorbeelden van MSM double-think, bijvoorbeeld het doodzwijgen van groteske atavismen zoals de Saudi-Arabische ‘religieuze wet’ en de Zuid-Afrikaanse ethnic cleansing campagne tegen de Afrikaner bevolking. Tegelijk is er de impliciete MSM acceptatie van schrijnend anti-blank racisme overzee, bijvoorbeeld de Liberiaanse wet op exclusief zwart staatsburgerschap en de Haïtiaanse wet op exclusief land eigendom.

3 Het belang van een collectivieve identiteit, met een zekere mate van expliciet groepsbewustzijn (in-group consciousness) als bio-evolutionaire groepsstrategie in de loop van de ‘menselijke evolutie’ is diepgaand onderzocht door Kevin MacDonald in zijn meerdelige pionierswerk over de ‘Joodse identiteit’.

4 Voor nieuw-rechtse necrologieën, verg. https://www.counter-currents.com/tag/guillaume-faye/ en https://arktos.com/2019/03/08/in-memoriam-guillaume-faye/

5 Vrij vertaald naar http://thewardenpost.net/archeofuturism-i-have-a-dream/.

6 Jorjanis meest recente boek, Novel Folklore, werd uitgegeven door Johnsons uitgeverij ‘Counter-Currents’.

7 Traditionalistische hermeutiek zoals gedefinieerd in de Traditionele School, zoals vertegenwoordigd door René Guénon, Titus Burckhard, Julius Evola en Frithjof Schuon. Mercuriaanse hermeutiek zoals gedefinieerd in Jorjanis werk Atlas and Prometheus.

8 Contra Johnsons sterke historisch-materialistische inslag: het Traditionalisme laat geen ruimte voor standpunten zoals White Nationalists argue that the ultimate source of political harmony is not culture. It’s genetics. (p. 80-1) Vanuit Traditionalistisch perspectief hangt sociale harmonie af van de correcte toepassing van en controle op de macht van culturele archetypen. Verschillende uitdrukkingen van archetypische, meta-fysieke macht kunnen zo worden weerspiegeld in harmoniserende ordeningsprincipes in de fysieke wereld. Zo ontstijgen ‘raciale’ kenmerken zuiver ‘genetische’ beschrijving: ‘raciale’ en ‘etnische’ typen reflecteren ‘subtiele lichamen’ die weerspiegeld worden in spiritualiteit, kunst en psychologie. Het onvermijdelijk onvermogen van de moderne wetenschap om deze werkelijkheid in dichtgetimmerde ‘natuurwetten’ te vatten doet niets af aan die werkelijkheid zelf.

9 Johnson specificeert zijn doelgroep wel nader met een ‘werkdefinitie’: …white people are the aboriginal peoples of Europe and their unmixed descendants around the world. (68) Hij erkent ook de enigszins ‘doorlatende’ aard van het begrip ‘blank’: ‘grensgevallen’ zijn bijvoorbeeld bepaalde niet-Europese volkeren als de Perzen, de Armeniërs en de Israëlieten en ook bepaalde niet-Christelijke Europeanen zoals bepaalde Moslim groepen op de Balkan en in de Kaukasus.

10 Het is duidelijk dat een puur historisch-materialistisch gedefinieerd ‘blank nationalisme’ de positieve en mobiliserende lading ontbeert die wel kan worden gevonden in de immateriële Arische archetypen van de Europese Traditie – deze archetypen worden nauwgezet onderzocht in het werk van de nieuwe voorman van het archeo-futuristisme, de Amerikaanse filosoof Jason Jorjani.

11 Een verwijzing voor de codenaam van het geallieerde plan voor de invasie van het Japanse thuisland gedurende de laatste fase van de Tweede Wereld Oorlog – de uitvoering van Operation Downfall bleef uit door het nucleaire bombardement van Hiroshima and Nagasaki en de erop volgende overgave van Japan.

12 Verg. https://www.yakimaherald.com/special_projects/vanished/national/why-are-native-american-women-vanishing/article_8bb95812-16b8-11e9-9ac6-435f5234d0fd.html en http://www.niwrc.org/resource-topic/missing-and-murdered-native-women

13 Een verwijzing naar de Zoeloe overwinning in de Slag bij Isandlwana die samenviel met de zonsverduistering van 22 januari 1879.

14 Een verwijzing naar de inheemse naam van de plaats waar de Slag bij de Little Bighorn – ook bekend als de ‘Laatste Standplaats van Custer’ – werd uitgevochten op 25-6 juni 1876.

15 Een verwijzing naar de materialen die verwerkt zijn in het doodsmasker van Farao Tut-Ankh-Amun, nu tentoongesteld in het Egyptische Museum in Caïro.

16 Met ‘1965’ verwijst Johnson specifiek naar de Amerikaanse situatie, resulterend uit de Hart-Celler Immigration and Naturalization Act van dat jaar: deze wet maakte een einde aan preferentieel Westerse immigratie en bevordert niet-Westerse immigratie naar de Verenigde Staten. Voor Nederland en België zou een equivalente cut-off date iets eerder kunnen worden geplaatst, bijvoorbeeld in 1962 (rekening houdend met de laatste nood-immigraties uit Nederlands-Indië, Nederlands Nieuw-Guinea en Belgisch-Congo).

17 Hier verwijst Johnson opnieuw duidelijk naar de Amerikaanse situatie: de minderheden van voor 1965 waar het hem om te doen is zijn de eeuwenlang ingezeten Indiaanse, Afro-Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse bevolkingsdelen. Het is hierbij ‘onderhandelingstechnisch’ belangrijk een aantal aantekeningen te maken. Indianen zouden op grond van hun historisch eerstgeborenen recht aanzienlijke privileges zouden kunnen opeisen, Afro-Amerikanen zouden aanspraak kunnen maken op substantiële compensaties voor hun slavernijverleden. Latijns-Amerikanen in de zuidelijke grensgebieden zouden op grond van hun plaatselijke numerieke meerderheid kunnen kiezen voor annexatie door Mexico. Met name deze laatste twee mogelijkheden, ongetwijfeld niet welkom bij ‘groot-nationalistisch’ Blank-Amerikaans Nieuw-Rechts, worden door Johnson onvoldoende uitgewerkt.

18 In de Nederlandse context is er het prominente voorbeeld van de Molukse ballingen die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland werden overgebracht. In de Amerikaanse context bestaat er een parallel fenomeen in de Hmong ballingen die na de Vietnam Oorlog naar Amerika werden overgebracht.



___

IDNL (Identitair Nederland) is een opbouworganisatie voor de identitaire beweging in Nederland. Wij organiseren geregeld bijeenkomsten en lezingen voor politiek geïnteresseerden. Voor vragen en contact klikt u hier.

2 reacties

  1. alfred vierling schreef:

    Herkenbaar dit groots commentaar door genaamd ‘die de mannen van zich afslaat’. In ootmoed noteer ik hier toch enige kanttekeningen. Het epistel geeft niet, subsidiair niet expliciet aan hoe macht wordt gevormd, welke wel noidig is om verlangde beleidswijzigingen door te voeren. Het is geen omissie, maar volgt uit de taakstelling. Wel wordt gewezen naar andere succesvolle strategieën om een zekere ethniciteit te bestendigen, nl. door in te zetten op een gemeenschappelijke taal of religie en niet alleen op fenotype. Ik vind het niet erg ideologisch consistent , strategisch gevaarlijk en tactisch onnodig om op voorhand enige ‘autochtone ethnische minderheden’ recht op een bijzondere beschermstatus te geven zonder eerst eens de balans op te maken van dier bijdrage aan dan wel bedreiging van de Europese beschaving. Zo wordt er wel heel lichtvoetig gewandeld over deze aspecten van de abrahamitische/ibrahimitische ethnieën. Ik hoor hier het pleit door Benoîst voor behoud van culturele rechten van extra-europese immigranten doorklinken ( wat ik in overleg met de redactie van TEKOS, in mijn vertaling van zijn manifest heb weggelaten). Ik hoor ook Dugin doordenderen met zij euraziatische natte droom, maar die occulteert, dat de mohammedaanse volkeren in de Soviet-Unie met stalinistische methoden moesten worden getemd. Als traditionalisten en conservatieven een bondgenoot voelen in de mohammedaanse opmars, dan wordt de Europese beschaving vanuit eigen bodem in de rug zo niet aangevallen dan toch aangevreten. Vreemd is ook, dat het pleit vóór een europese multiculturele samenleving , dat decennialang alhier met luide stem door aanhangers van de mozaïsche ideologie is uitgedragen, wordt verdonkeremaand. Het zijn wellicht heikele themata, maar ik vind het verzwijgen van deze bedreigingen vanuit een traditionalistische of conservatieve bewondering voor de bestendiging van deze geestesstromingen geen goede basis voor een Europese heropleving. Het miskent ook haar paganistische wortelen. Dit blijkt ook uit de omarming van de Russische orthodoxie, , welke nochtans het heidendom heeft verstikt, maar toch op voorhand kan rekenen op steun van traditionalisten en conservatieven.

    • admin schreef:

      Dank u voor uw reactie! Ter verduidelijking: in onze toekomstvisie zou het ‘multiculturalisme’ idealiter slechts vrij kleine groepen betreffen waarmee wij als natie een historische band hebben, zoals bijvoorbeeld mensen uit Indië en Suriname die hier nu legaal verblijven. Door deze groepen bovendien voornamelijk in hun eigen gemeenschappen te laten leven lijkt ons een vreedzame coexistentie zeker mogelijk, redelijk en zelfs vruchtbaar. Ons doel is een oplossing te vinden voor het extremistische multiculturalisme van nu: voornamelijk door d.m.v. economische prikkels de meeste van de huidige vreemdelingen te bewegen terug te keren naar hun landen van herkomst.

      Wat de houding tegenover Oost-Europa betreft (dus breder gezien dan alleen Rusland): wij pleiten zeker niet voor een soort annexatie. Wel constateren wij dat de houding van de Oost-Europese landen aanzienlijk constructiever is voor het voortbestaan van de Europese volkeren dan die van de vijandige elite die het in ons land nu voor het zeggen heeft. Kort door de bocht gezegd: het is niet Poetin die de grenzen van onze landen wagenwijd open zet, en het is niet Poetin die zich een vijand betoont van de Europese cultuur, tradities en volkeren.

      Wij hopen dat de culturele- en mediainvloed van de Oost-Europese landen ons een steuntje in de rug zal zijn bij onze metapolitieke strijd tegen de huidige nihilistische elite. Met een beetje geluk zakt het huidige regime dan in elkaar zoals dat gebeurde in de DDR: eenvoudigweg omdat de vijandige elite van toen zelf niet meer in het systeem geloofde.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *