+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Partijprogramma 2020

Inleiding

IDNL is een partij die vooral wil opkomen voor de belangen van de autochtone Nederlanders, waarbij we de belangen van allochtonen echter niet willen veronachtzamen.

Wij spiegelen ons wat dat betreft aan organisaties als het ‘Landelijk Beleid Marokkanen’ dat de belangen van Marokkanen in Nederland behartigt, het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) dat opkomt voor de internationale Joodse gemeenschap, ‘Het Turks Forum’ dat opkomt op voor Turkse gemeenschap enz.

Wij willen tevens benadrukken dat onze bezwaren niet gericht zijn tegen de vreemdelingen als zodanig, als wel tegen de bestuurlijke, financiële en culturele elite die de immigratie uit de hand heeft laten lopen van een redelijk aantal dat ons land goed kan verwerken tot een stortvloed die ons land onherkenbaar verandert. Deze elite is in feite geen echte elite, aangezien ze zich onbekwaam en onbetrouwbaar heeft getoond in het behartigen van de belangen van ons volk. Het is ons streven langs democratische weg deze nu als vijandig ontmaskerde elite te vervangen.

Wij willen opkomen voor de Nederlandse basiswaarden en tradities, en zo streven naar een eerlijker, harmonischer, veiliger Nederland, met minder armoede en een betere zorg. Een land waarin onze historisch verworven vrijheden leidend zijn. Een land dat door economische prikkels de massa-immigratie omkeert. Een land waarin de kleinere ondernemers (het MKB) weer waardering en ruimte krijgen. Een land waarin Nederlanders zich weer thuis kunnen voelen!




Wij willen geen ander land.
Ook met de rug naar de zee – wij blijven hier.
Wij willen terug wat van ons is
– op democratische, vreedzame en wettige wijze.
Ook als het tachtig jaar duurt om het terug te krijgen.


1) Omkeren van massa-immigratie

‘Omvolking’ wordt door de nu heersende klasse tot een beladen term gemaakt. Feitelijk is omvolking echter niets anders als demografische verandering: concreet – etnische vervanging. Omvolking (demografische verandering) zou historisch kunnen worden geduid als de zelfmoord van een volk, ware het niet dat deze ‘alloculturele kolonisatie’ tegen de uitdrukkelijke wens van de autochtone Nederlanders wordt gefaciliteerd en gemanipuleerd door een van de realiteit losgezongen establishment. De groei van het aantal vreemdelingen in Nederland bedroeg onder de kabinetten-Rutte meer dan honderdduizend per jaar. Deze groei is absoluut onverantwoord.

Om hun beleid te corrigeren is het niet voldoende alleen het vreemdelingenbeleid om te buigen richting remigratie. Er is een omslag nodig in het heersende denken. De elite moet haar prioriteiten weer leggen bij het eigene, het eigen land en het eigen volk.


1.1) Verminderen immigratie en asiel

De meeste directe bedreiging van ons voorbestaan is echter demografisch: het stamland en de kernidentiteit van het Nederlandse volk worden in hun voortbestaan bedreigd. In de laatste jaren is de veelal doodgezwegen massa-immigratie geëscaleerd tot een feitelijk onbeheersbare vloedgolf van vreemdelingen. Totdat deze ontwikkeling ongedaan is gemaakt zijn alle andere overwegingen van secundair belang om de eenvoudige reden dat er anders geen Nederlandse staat en geen Nederlands volk meer zullen bestaan: dat is de demografische realiteit. De maatregelen die we voorstellen zijn verwerkt in hoofdstuk 7 ‘Internationale betrekkingen’.


1.2) Remigratie

Om het bestaande multiculturalisme en de etnische spanningen die hiervan het gevolg zijn te verminderen willen wij een gesubsidieerd remigratieprogramma opzetten. Zij die Nederland uiteindelijk toch niet zien als hun echte vaderland moeten vrij zijn om te vertrekken. Met een ruimhartige premie willen wij hen steunen in het maken van deze moeilijke keuze. Remigratie verdient de voorkeur, maar daarnaast zetten wij in op uitzetting van alle vreemdelingen die zich schuldig maken aan terrorisme, jihadisme, herhaalcriminaliteit, uitkeringsfraude en asielleugens.


2) Ondernemerschap als motor van de economie

De aandacht van de heersende klasse is te lang en te veel gericht op de multinationals. De voordelen die hen geboden worden staan niet in verhouding tot hun bijdrage aan de belastingopbrengsten en de werkgelegenheid. Het zijn echter de kleinere (familie)bedrijven die de werkelijke fundamenten zijn waar onze economie op kan blijven bouwen.

Wij willen weer een land zijn waarin deze kleinere ondernemers waardering en ruimte krijgen. Dit moet zich niet alleen weerspiegelen in een toepasselijke winstmarge, maar ook in waardering voor de persoonlijke eigenheid en kwaliteit van de ondernemer en voor de ondernemersprestaties die de banen van de werknemers mogelijk maken.

Wij pleiten voor solidariteit tussen werkgever en werknemer en een arbeidsethos dat recht doet aan de Nederlandse traditie.


2.1) ZZP en MKB

Wij willen meer aandacht voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de vele zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers). De overheid projecteert de eigen riante beloningen, comfortabele arbeidsomstandigheden en kunstmatige ‘werksferen’ van haar eigen ‘kernpersoneel’ teveel op het MKB en op de ZZP-ers. Het resultaat is dat het ondernemen wordt belemmerd door onnodige en zware (administratieve) lasten die het ondernemen belemmeren.


2.2) Marktwerking

De marktwerking is totaal doorgeslagen. We willen dan ook een einde aan de overdaad aan marktwerking in de strategische industrieën zoals bijvoorbeeld in de zorg, nutsbedrijven en openbaar vervoer. Het heeft vooral geleidt tot hogere prijzen en lagere service. De macht en kosten van de zorgverzekeraars zal bijvoorbeeld terug gedrongen moeten worden. We willen onderzoek naar de mogelijkheden van een basiszorgverzekering zoals we die voor 2006 ook kenden.


2.3) Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Klimaatverandering, arbeidsomstandigheden, vergrijzing zijn enkele termen die men zou kunnen associëren met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Uiteindelijk gaat het erom als bedrijf ook verantwoordelijkheid te dragen voor de maatschappij. Door in activiteiten en processen rekening te houden met klimaatneutraliteit en circulariteit, door in eerlijke productieketens te ondernemen en als bedrijf toekomstbestendig zijn. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen bijzaak, maar hoort bij de integrale visie op de kernactiviteiten van een bedrijf. Door in alle processen – van inkoop, productie, verkoop tot onderhoud, HR en marketing – hier rekening mee te houden haalt men er als het gaat om het maatschappelijk ondernemen ook het meeste uit. Uiteindelijk is maatschappelijk ondernemen dus ook een commercieel instrument om de maximale bedrijfsdoelen te verwezenlijken.


2.4) Internationale bedrijven

Internationale bedrijven die Nederland kiezen als thuishaven doen dit onder meer vanwege de uitstekende infrastructuur, het hoge kennisniveau, het goede arbeidsethos. De afgelopen decennia zijn deze bedrijven echter vooral gelokt met grote belastingvoordelen die kleinere nationale ondernemingen niet krijgen, en die in geen verhouding staan tot hun bijdrage aan ons land. We willen daarom een einde aan deze voorkeursbehandeling. Dit moet gebeuren in samenwerking met onze buurlanden om te voorkomen dat deze bedrijven internationaal gaan ‘winkelen’ voor de grootste voordelen.


2.5) Internationale handel

De reële handelsbelangen van een soeverein Nederland zijn het beste gediend met een flexibele combinatie van tijdelijke bilaterale verdragen plus een door internationale neutraliteit en soepele regelgeving bevorderd vestigingsklimaat.


2.6) Landbouw

Onze agrarische sector is uniek in de wereld. Nederland loopt voorop in milieubeschermende landbouwtechnologie, innovaties en landbouwonderwijs. Deze moet wat ons betreft dan ook blijvend worden gestimuleerd en nog beter worden toegepast. Wel willen we beperking van grootschalige intensieve veehouderij en willen we geen megastallen. Voedselveiligheid en het tegengaan van verspilling is een speerpunt. Gebruik van kunstmest en gif in de landbouw en antibiotica in de veehouderij moet sterk verminderd
worden.


2.7) Visserij

De visserijbranche heeft sterk ingezet op innovaties. Maar zij worden nu door de Europese Unie afgerekend juist op hun innovaties. Onder meer met het Verenigd Koninkrijk kunnen en moeten we betere afspraken maken om de visstand op peil te houden en het schoonhouden van de zee beter te waarborgen. Om de visstand op peil te houden willen wij bijvoorbeeld vismigratieprojecten stimuleren.


2.8) Wegen-, waterbouw en bouwsector

In Nederland hebben we vier netwerken voor transport en verkeer: verkeerswegen, vaarwegen, spoorwegen en het luchtruim. Deze worden niet optimaal benut en moeten verder worden uitgebreid. De bouwers in Nederland zijn dan ook zeker niet alleen voor woningbouw. De strijd tegen het water is de oudste Nederlandse overheidstaak.

Door meer gebruik te maken van de vaarwegen en spoorwegen moeten de verkeerswegen worden ontlast, zodat de filedruk afneemt en Nederland weer bereikbaar wordt. Daarvoor moet geïnvesteerd worden in laad- en losplaatsen op de vaarwegen en de spoorwegtracées worden uitgebreid. Verder dient het vliegverkeer verdeeld te worden over meerdere luchthavens die de mogelijkheden hebben om aangesloten te worden op het spoorwegennet. Daarnaast moeten de belangrijkste verkeerswegen achtbaans worden.

2.9) Transport

Transport is een belangrijke sector van de Nederlandse economie. Nederland is een belangrijk doorvoerland, met name door de Rotterdamse haven en Schiphol. Om de filedruk hierdoor te laten afnemen willen we een aanpassing van rusttijden voor de transportsector en een betere herverdeling van de vliegvelden. Dit zal tevens de veiligheid ten goede komen.

Vrachtverkeer waarvoor een groot rijbewijs nodig is wordt verplicht om tussen 7 en 9 en tussen 4 en 6 hun rusttijd te nemen. Beroepschauffeurs die niet in bezit zijn van een Nederlands rijbewijs en de Nederlandse diploma’s moeten geweerd worden vanwege de veiligheid en oneerlijke concurrentie uit landen met lagere lonen.


2.10) Zorgsector

Wij streven naar een samenleving met gezonde burgers en betaalbare gezondheidszorg, die geen geld verspilt aan onnodige bureaucratie. De arts, het verplegend personeel en de patiënt staan centraal in de zorg, niet de duurbetaalde managers.

Cosmetische correcties moeten voor eigen rekening komen, tenzij er sprake is van een ongeval of ziekte.

De ouderenzorg is steeds meer in de knel geraakt. Bejaardentehuizen zijn verdwenen en verzorgingshuizen en verpleeghuizen zullen in de toekomst steeds meer moeten worden gekort door de hoge kosten van de vergrijzing. Een deel van de oplossing zou kunnen liggen in zogenaamde ‘generatiewoningen’, waarbij meerdere generaties samen wonen en elkaar ondersteunen.

Maar er moet ook een totaalpakket komen waarin ouderencoaches, thuiszorg, mantelzorgondersteuning en dagbesteding een plek krijgen. Door landelijke coördinatie moet een einde komen aan de ondoorzichtige en onduidelijke verschillen in regelgeving tussen gemeenten.

Vreemdelingen die illegaal in ons land verblijven en aanspraak maken op welke vorm van medische zorg dan ook, worden geregistreerd, gedetineerd, medisch uitgebreid geholpen en na noodzakelijke verzorging meteen uitgezet.


2.11) Lagere lasten voor ondernemers

Wij erkennen het grote belang van het MKB en de ZZP-ers voor de Nederlandse economie. De kleinere bedrijven worden veel te veel belast met kostbare regels en belastingen die voor grote bedrijven misschien wel op te brengen zijn, maar niet voor de kleinere. Met name doorbetaling bij ziekte is voor een kleinere onderneming vaak moeilijk op te brengen. Ook de ontslagbescherming voor werknemers is voor het MKB vaak te strikt.

Wij willen dat de overheid eerder een deel van de doorbetaling bij ziekte op zich neemt. Verder willen wij de ontslagregels versoepelen.


3) Zorg mag geen luxe worden

Naar onze overtuiging is het een essentiële plicht van de overheid de zorg en het welzijn van de burgers zo goed mogelijk te verzekeren. Daar hebben de burgers recht op. Zorg mag geen luxe worden. Door de overdreven regeldrift gaat er echter te veel tijd en geld verloren aan bureaucratie. De zorgverzekeraars hebben te veel macht, wat de toegang tot de zorg steeds verder belemmert.

De privatisering en commercialisering van de zorgsector wordt grotendeels ongedaan gemaakt. Er komt een maximaal-dekkende kwalitatief hoogwaardige, collectief bekostigde nationale zorgverzekering voor alle Nederlandse staatsburgers. Deze wordt bekostigd uit een inkomensafhankelijke premie plus kleine, contant te betalen eigen bijdrages ingevoerd voor elk eerste doktersbezoek, tandartsbehandeling en medicijn voorschrift. De eigen bijdrage geldt niet voor mensen die leven op bijstandsniveau.

Daar komt bij dat de landelijke overheid te veel taken in de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de WLZ (Wet Langdurige Zorg) te snel gedecentraliseerd naar de gemeenten zonder de vereiste middelen ter beschikking te stellen.


3.1) Ziektekosten verzekering

De verplichte ziektekostenverzekering uit 1941 werd gefinancierd door inkomensafhankelijke werknemers- plus werkgeverspremies. Mensen met een hoger inkomen moesten zich verzekeren bij een duurdere, maar vaak ook betere particuliere verzekering. Een reden om van ‘het ziekenfonds’ af te stappen was dat de kosten ervan uit de hand dreigden te lopen omdat veel zware gevallen ten laste van het fonds kwamen en de inkomsten achterbleven. Er dreigde een tweedeling tussen particulier- en ziekenfondsverzekerden in de maatschappij. Daarom werd in 2006 de Zorgverzekeringswet ingevoerd. Daarbij moest men zich verplicht aanmelden bij een particuliere zorgverzekeraar voor een basisverzekering.

Inmiddels is echter dit verzekeringsstelsel verworden tot een ondoorzichtig oerwoud. Van de verwachte besparingen op de zorgverzekering door marktwerking is niets terechtgekomen. De zorgverzekeraars zijn machtsinstituten geworden die de gezondheidszorg voor velen onbetaalbaar maken en een goede behandeling onbereikbaar. Zorgverzekeraars onderhandelen met aanbieders van zorg, zoals ziekenhuizen, over hoeveel zorg zij mogen verlenen en aan welke eisen die moet voldoen. Ziekenhuizen, huisartsen en fysiotherapeuten klagen daarbij dat de zorgverzekeraars hun machtpositie misbruiken om hun tarieven zo ver mogelijk omlaag te schroeven. Ze kunnen alleen maar ‘tekenen bij het kruisje’, volgens hen. Een gevolg is bijvoorbeeld dat apothekers zelf bijna moeten optreden als huisarts in plaats van eenvoudig uitgiftepunt te zijn voor het de medicijnen die een arts voorschrijft.

Om hier een einde aan te maken moet er een beroepscommissie komen waar zorgverleners in beroep kunnen gaan tegen de uitkomsten van hun onderhandelingen met de zorgverzekeraars. Deze beroepscommissie
zou wat ons betreft ook moeten kunnen beslissen over een keuze van de client als het gaat om een alternatieve arts.


3.2) Specialistische hulpverlening

Tweedelijns (specialistische) zorg komt wat ons betreft alleen in beeld als men wordt doorverwezen door de eerstelijns zorg (huis-/tandarts en soms ziekenhuis). De verdere hulpverlening moet, net als in de Jeugdzorg, als uitgangspunt krijgen: één huishouden één plan. In eerste instantie heeft de zorgvrager zelf de regie. Als dat niet lukt kan hij in principe zelf aanwijzen wie de regie voert over het plan en wie aanspreekpunt is. Dat kan de partner, ouder, kind, mantelzorg, wijkverpleging, POH-er, ouderenadviseur of gemeentelijk loket zijn. Iedere betrokkene heeft de verantwoordelijkheid om vanuit zijn perspectief de mogelijkheden en beperkingen van de zorgvrager en het ondersteuningssysteem te signaleren en dit met de zorgvrager en de eventuele regievoerder te bespreken en hen hierover te adviseren.

We zijn voorstander van preventieve kuuroorden om langdurige uitval te voorkomen. Die kuuroorden zijn een door de overheid beheert kuuroord dat ook dient als opleidingsinstituut.


3.3) Zelfbeschikking lichaam en ziel

Wat abortus betreft is de grote vraag wanneer we bij de ontwikkeling van een foetus in de baarmoeder moeten spreken van een groepje cellen en wanneer van een kind. Wanneer ontstaat naast het zelfbeschikkingsrecht van de moeder over haar lichaam een zelfbeschikkingsrecht van een kind, van een menselijk wezen dus? De meeste gelovige mensen willen geen risico nemen, en stellen dat de foetus bij aanvang al gelijk een kind is. In deze kwestie zijn alle oordelen in zekere mate willekeurig. Nu is er een huidige grens van 5 maanden of 20 weken voor een abortus. Dat vinden we te ruim.

Wij vinden dat een ieder recht heeft op zelfbeschikking, maar streven naar maximale bescherming van het ongeboren leven. Het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw betekent dat zij haar beslissing moet kunnen nemen zonder enige dwang van buitenaf.

De collectieve toekomst van ons land en ons volk, een daarmee kinderrechten, gaan boven de onmogelijk hoog opgeschroefde ‘rechten’ van het individu. Het kinderrecht op leven, op identiteit, op gezinsstructuur, op degelijke opvoeding en op goede scholing gaan boven feministische ‘abortus-rechten’ en boven narcistische ‘partnerkeuze-experimenten.

Wij zijn ertegen dat het donorschap door de overheid automatisch verondersteld wordt zo lang een persoon niet uitdrukkelijk heeft aangegeven geen donor te willen zijn. Aangezien bepaalde organen slechts bruikbaar zijn als ze worden weggenomen als de persoon nog niet volgens alle criteria als volledig dood kan worden beschouwd, legt het automatische donorschap een veel te grote druk op de familieleden van de stervende.


3.4) WMO, WLZ en ZvW

De landelijke overheid heeft teveel taken in de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) en de WLZ (Wet Langdurige Zorg) te snel gedecentraliseerd zonder aan de gemeenten voldoende middelen te verstrekken. We moeten daarom met de gemeenten in gesprek en oog hebben voor de problemen die dit heeft veroorzaakt. Wel moeten we zorgen dat geld bestemd voor WMO, WLZ geoormerkt naar de gemeenten gaat. De verdeling en verantwoording binnen de ZvW zullen we daarom moeten heroverwegen.


3.5) Zorg dichtbij

Ondanks het gebruik van de ‘digitale dokter’ moeten we ervoor zorgen dat fysieke hulp zoals huis-/tandarts en ziekenhuis hulp nog steeds dichtbij kan worden geleverd. Verdere ondersteunende zorg willen we dichter bij de zorgvragers brengen. Zorggeld moet worden besteed waar ze voor bedoeld is: de zorgverlening. Indirecte kosten moeten worden teruggebracht.


3.5.1) Minder marktwerking

De marktwerking in de zorg is totaal doorgeslagen. Onder geen enkel beding willen we een verdere uitbreiding van de marktwerking in de zorg. Het grootste (financiële) probleem zit wat ons betreft ook niet bij de zorgverleners. Het zit bij de verschillende management lagen en (lobby) clubs. Om de oplopende kosten te dekken is er onder meer besloten tot een eigen bijdrage. Een eigen bijdrage die heeft geleid tot meer zorg mijden. Hier moet een einde aan komen. Het leidt uiteindelijk tot hogere zorgkosten en een onnodige schuldenlast. Zorg moet toegankelijk zijn en blijven voor iedereen die het nodig heeft.


3.5.2) Ziekenhuizen en ambulance

Momenteel is het zo dat de ambulance binnen de 12-15 minuten ter plekke moet zijn. Dit is een puur arbitraire grens. Bij een levensbedreigende situatie moeten patiënten binnen 45 minuten met een ambulance in een ziekenhuis met een SEH kunnen zijn. De SEH bereikbaarheid verandert de hulpverleningsgedachte. Als je bij een ongeval terecht komt heb je 2 basale keuzes. Scoop en Run of Stay en Play. Scoop en Run houdt praktisch in, patiënt direct in de ambulance zetten en zo snel mogelijk naar een gespecialiseerd ziekenhuis brengen. Stay en play houdt in eerst stabiliseren voordat je er ook maar over nadenken om te gaan rijden naar een ziekenhuis.

De 45-minutennorm heeft geen medische onderbouwing, maar is wel gebruikt om te berekenen hoeveel ambulances er in een regio nodig zijn om aan de vraag naar ambulancezorg te voldoen. Gelukkig kan bij de moderne ambulance, met de moderne middelen en het gespecialiseerde personeel van tegenwoordig de behandeling al bij aankomst van de ambulance bij de patiënt beginnen. Voor ons blijft dit onvoldoende. Wij vinden dat mensen ook zonder ambulance gegarandeerde gespecialiseerde zorg binnen 30 minuten beschikbaar moeten hebben. We willen tevens de mogelijkheden onderzoeken voor vrijwillige ambulancebezetting in combinatie met een basisinkomen.


3.6) Ouderenzorg

Bewoners van verpleeghuizen moeten een menswaardiger bestaan met meer aandacht en meer activiteiten krijgen. Met het verdwijnen van de meeste bejaardenhuizen zijn de verzorgingshuizen nu de tussenstap geworden van zelfstandig wonen naar een verpleeghuis. Bij onveranderd beleid zullen de verpleeghuizen steeds meer onder druk komen te staan door de vergrijzing. Wij vinden dit onacceptabel en ook de gepropagandeerde nieuwe woonvormen zoals ‘generatiehuizen’ vinden wij geen alternatief voor een bejaardenhuis. We zijn voorstander van een verpleeghuis 2.0 waar ook bejaarden die nog zelfstandig leven een plek kunnen krijgen.


3.7) GGZ en verslavingszorg

Mensen met psychische problemen en verslaafden zijn extra kwetsbaar. Juist ook deze mensen moeten professioneel worden begeleid, waarbij zeker voor verslaafden duidelijk regels en grenzen moeten worden gesteld. Wij zijn voor deze groep voorstander van éénmalig optimale ondersteuning bij afkicken. Vervalt men in herhaling, dan moeten harde maatregelen worden genomen, waaronder verplichte opname in een gespecialiseerde instelling. De maatschappij kan niet blijven betalen voor hun probleem, en het kan niet zo zijn dat de leefomgeving wordt verpest door mensen met deze problematiek.


3.8) Preventie

Preventief sporten voor jong en oud. Voorkomen is beter dan genezen. Voor ziektepreventie is meer bewegen belangrijk. Los van de verplichte 4 uur gymnastiek per week in het basis- en voortgezet onderwijs willen we meer initiatieven om mensen meer te laten sporten en de fiets te pakken in plaats van de auto. De campagne tegen het roken en het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker zijn goede voorbeelden van preventie. Bij andere initiatieven ontbreekt consistent bewijs voor de effectiviteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vroeg opsporing van psychosociale problematiek bij jongeren en van kwetsbaarheid bij ouderen. Deze initiatieven zullen moeten verdwijnen. Preventie moet bijdragen aan duidelijke en tastbare bezuiniging. Wel willen wij onderzoek naar de effectiviteit van preventieve kuuroorden om langdurige uitval te voorkomen. Die kuuroorden kunnen dan ook dienen als opleidingsinstituut.


4) Milieu, duurzaamheid en dieren

Het uitgangspunt is ‘EcoN-Logie’. Dit wil zeggen een totaalvisie die economie en zorg voor de natuur combineert, waarbij consumptie en productie plaatsvinden op het laagst mogelijke regionale niveau en waar zelfvoorzienendheid primair is.

Wij stellen dat volgens de ‘EcoN-Logie’ het aantal permanente inwoners van Nederland behoorlijk zou moeten dalen. Dit kan worden bereikt door een systematisch vol te houden bevolkingspolitiek van remigratie en repatriëring.

Wij streven naar het afbouwen van de bio-industrie en ‘vergroening’ van alle productie en consumptie. De middelen daartoe zijn intensieve samenwerking van overheid en producenten, belastingen op schadelijke producten, overheidsinvesteringen en fiscale bevoordeling van gewenste vormen van productie.

Om draagvlak voor deze maatregelen te vergroten en om de economische voordelen die we in Nederland hebben opgebouwd te behouden zullen we hierbij maximaal gebruik moeten maken van innovaties. Gelukkig bezitten wij in Nederland uitstekende onderzoeksinstituten die nog verder moeten worden uitgebreid.

Wij streven ernaar de helft van het Nederlandse grondgebied voor vrije natuurlijke ontwikkeling te reserveren. Bebossingsprojecten moeten geen standaardgroen meer planten, maar streven naar een grotere variatie. De houtproductie door natuurgebieden moet aan banden worden gelegd.


4.1) Milieubewustzijn

De overheid heeft veel invloed door regelgeving en subsidies, maar effectieve milieubescherming kan uiteindelijk alleen gerealiseerd worden als de leden van de samenleving zelf ten diepste van het belang hiervan doordrongen zijn. In het onderwijs moet het burgerschapsonderwijs daarom meer aandacht geven aan concrete milieuprojecten en scholen moeten vanaf groep 4 plaats inruimen voor het cultiveren van een schooltuin. Verder moet het bezit van volkstuinen gestimuleerd worden, wat voor veel mensen ook kan bijdragen de komende financiële crisis de baas te worden. Daarnaast moeten kleinschalige stadsboerderijen ontwikkeld worden waar werklozen ingezet kunnen worden.


4.2) Landbouw

Onze landbouw heeft de afgelopen decennia duurzaamheid hoog in het vaandel gezet, en dit moeten we zeer waarderen. Het gebruik van gif moet nog verder worden teruggedrongen door vervanging door natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Dit moet niet slechts door het verbieden van bepaalde middelen, maar vooral door subsidie en begeleiding vanuit onze onderzoeksinstituten.

Een volgende stap zou de overschakeling naar ‘Regenerative Agriculture’ zijn. Hierbij ligt de nadruk op regeneratie van de bovenlaag, verhoging van de biodiversiteit en verbetering van de watercyclus. Door eenzijdige landbouw dreigt ons voedsel achteruit te gaan in kwaliteit. Daarom moet het land een aantal jaren braak komen te liggen om de grond te herstellen en daarna moet met afwisselende gewassen worden bebouwd. Om deze overstap te faciliteren moeten de landbouwers vijf jaar een opbrengstgarantie krijgen.


4.3) Dierenbescherming

‘Medelijden met dieren hangt met de goedheid van het karakter zó nauw samen, dat men gerust beweren kan: wie wreed is tegenover dieren, kan geen goed mens zijn.’ schreef de filosoof Schopenhauer. IDNL wil de strafmaat voor dierenmishandeling aanzienlijk verhogen. We zijn voorstander van een gespecialiseerde dierenpolitie. Dierproeven mogen alleen nog gebeuren voor essentieel medisch onderzoek. Rituele slacht wordt verboden. De natuurlijke leefomgeving van dieren moet zoveel mogelijk worden beschermd.

De ‘megastallen’ zijn onwenselijk, zowel vanuit het oogpunt van dierenwelzijn als van de volksgezondheid, aangezien ze broedplaatsen kunnen zijn van bacillen die de overstap naar de mens kunnen maken. Het streven moet daarom zijn naar kleinere maar betere productie. Dit betekent een kostenstijging van vlees die door subsidie aan de veehouder moet worden gecompenseerd. Verder moet oneerlijke concurrentie uit landen die het met het dierenwelzijn niet zo nauw nemen, zoals de ‘plofkippen’ uit de Oekraïne, worden tegengegaan door importheffingen en importverboden.

Voor verdere ondersteuning van de veehouders (en landbouwers) zien we mogelijkheden voor de opslag en distributie van elektriciteit. Megabatterij opslag in plaats van megastallen. Deze transitie moet wel gaan op basis van vrijwilligheid door middel van een stimuleringstoeslag.


4.4) Milieubescherming en buitenlands beleid

De milieuproblematiek reikt tot ver over onze grenzen. Veel landen zuchten onder een enorme bevolkingsaanwas die grote milieuproblemen met zich meebrengt. De ontwikkelingssamenwerking dient te worden gericht op het leveren van deskundigheid die deze landen kan helpen hun milieuproblemen en bevolkingsaanwas aan te pakken. Ook aan de vraagzijde moet actie ondernomen worden. Producten uit landen met een zeer milieubelastende productie zoals China, India en de Oekraïne dienen door hoge importheffingen geweerd te worden.


4.5) Duurzaamheid en de energievoorziening

Duurzaamheid is niet hetzelfde als milieubescherming, maar hangt er wel mee samen. Het draait om het scheppen van productieprocessen die minder of herbruikbaar afval en producten opleveren. Voorbeelden zijn het vervangen van standaardplastic door onder andere papier, glas of bamboe. En het tegengaan van wegwerpproducten en – materiaal. De overheid dient door verboden en belastingen het gebruik van milieubelastende producten tegen te gaan.

Een zeer belangrijk onderdeel van het streven naar duurzaamheid is het zoeken naar alternatieve energiebronnen. Om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen die wij in Nederland niet hebben zullen we moeten werken aan alternatieve en duurzame vervangers. Onze hoge scholen en universiteiten hebben daarvoor de kennis, kunde en netwerken. We zijn er voorstander van deze innovaties verder te ondersteunen zodat de start-ups de duurzame brandstof leveranciers zijn van de toekomst. Vooral waterstof zien wij als prima toekomstig alternatieve energiedrager c.q. brandstof.

Bij de energievoorziening gaat het erom alternatieve energiebronnen te vinden die zowel passen bij kleine als bij grote verbruikers. Zowel bij de leveranciers als de gebruikers zal dit grote investeringen vergen. Subsidies moeten dus aan beide zijden gegeven worden.


4.5.1) Afvalverbranding

Bij de leveranciers kunnen de samenwerkende gemeenten een grote rol spelen door het faciliteren van afvalscheiding en afvalverbranding. De energie die dit oplevert wordt prima geleverd en gebruikt aan grootgebruikers zoals de tuinbouw, het onderwijs en de zorg. Wel willen we het opwekken van elektriciteit uit biomassa bij de afvalverbranding tegengaan.


4.5.2) Wind en zonne-energie

Wij zien in wind en zonne-energie niet dé oplossing als het gaat om de vervanging van fossiele brandstoffen. De rendementen liggen nu nog te laag, de energieproductie is niet constant en de milieubelasting is hoog. Moderne kolencentrales zijn nog duurzamer en minder milieubelastend. Als extra energievoorziening kunnen wind en zon wel functioneren, met name op kleine schaal. Particulieren kunnen door zonnecollectoren een redelijke bijdrage leveren aan de energievoorziening. Daarnaast kunnen we ons bestaande windmolenpark blijven benutten om de voor en nadelen nog beter te onderzoeken. We moeten niet onze dure en unieke landbouwgrond opofferen aan zonne-energie die in ons klimaat een te laag rendement heeft.


4.2.3) Kernenergie, met name thoriumreactoren

We sluiten kernenergie niet uit. Met moderne kerncentrales is nooit een ongeluk gebeurd. Het radioactieve afval blijft wel een probleem. Er wordt wel gewerkt aan kerncentrales die dit afval kunnen hergebruiken, zodat de hoeveelheid afval zeer sterk zal verminderen. Op dit moment zien we in thorium dan ook meer als het gaat om een duurzaam alternatief voor de toekomst. We zien in kerncentrales die thorium gebruiken als brandstof een duurzaam alternatief voor de toekomst. Dit ondanks dat het gesmolten zout waarmee kernbrandstof wordt gekoeld zelf radioactief wordt en moet worden ververst.


4.2.4) Aardwarmte

Aardwarmte (geothermie) lijkt ondanks bestaande vraagtekens een zeer interessant alternatief. We verwachten dat door innovaties de nu nog te hoge kosten voor de aanleg zullen dalen en dat de risico’s op verontreiniging van het grondwater teniet worden gedaan.


5) Onderwijs en innovatie

Juist in het onderwijs zien we de problemen ten aanzien van onze huidige maatschappelijke verhoudingen. Een onderwijzer is geen tijdelijk maatje. Voor onderwijzers moet weer respect worden getoond. Indirecte taken voor onderwijs personeel moet verminderd worden, zodat er weer meer aandacht voor de leerlingen komt. De positie, de beloning en het gezag van de leraar moet worden versterkt.

Scholen moeten kunnen beschikken over voldoende ondersteunend personeel, zoals de conciërge. Wij willen een versterking van identiteit- en godsdienst gerelateerd onderwijs: ouders krijgen meer ruimte voor zelfgekozen gescheiden onderwijs voor hun kinderen, in overeenstemming met hun zelfbeleefde groepsidentiteit en wereldbeeld. Wij willen vrijwillige segregatie naar godsdienst en geslacht mogelijk maken.

Veel jongeren hebben leerachterstanden. De enige manier – naast het gezin – om deze achterstanden weg te werken is om veel extra aandacht te besteden aan deze jongeren, vooral op lagere scholen. Dit gaan we doen door extra taalonderwijs, bijlessen en huiswerkbegeleiding. Onderwijs moet gericht zijn op het overdragen van kennis en vaardigheden. Competenties zijn een aanvulling hierop. Dat betekent dat wat ons betreft competentiegericht onderwijs ook slechts een aanvulling op regulier onderwijs mag zijn. Onderwijs moet kinderen prikkelen en stimuleren, dat kan alleen maar in directe contacturen. Daarom moeten deze sterk worden opgevoerd, zeker in het voortgezet en hoger onderwijs. Als uitgangspunt moet gelden dat niemand de school zonder diploma of afgeronde vakopleiding verlaat.

Vrijheid van onderwijs is een groot goed, maar de kwaliteit moet zijn gewaarborgd. Daar valt ook het sociale klimaat onder. Bij structureel spijbelen of wangedrag van schoolgaande jeugd moeten scholen worden gekort op hun subsidie en de ouders bestraft met een korting op de kinderbijslag. De schoolleiding moet worden verplicht aangifte te doen van alle geweld, wapen- of drugsincidenten.

Slecht presterende scholen moeten snel en consequent verplicht worden om te verbeteren en mogen geen nieuwe scholen stichten of uitbreiden. Desnoods volgt curatele of sluiting. Daar valt ook het sociale klimaat onder. Bij structureel spijbelen of wangedrag van schoolgaande jeugd moeten scholen worden gekort op hun subsidie en de ouders bestraft met een korting op de kinderbijslag.


5.1) Voorschoolse educatie

We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat kinderen met een onderwijsachterstand naar het basisonderwijs gaan. In Nederland wordt de voorschoolse educatie gegeven op de kinderopvang. Een van de grootste zorgen is bijvoorbeeld de situatie waarin de ouders geen Nederlands spreken met hun kind. Hierdoor kunnen kinderen hun hele leven een achterstand hebben in de verwezenlijking van hun ambities. Wij willen daarom dat alle kinderen ongeacht of ze naar de kinderopvang gaan of niet, gebruik kunnen maken van voorschoolse educatie. We willen daarom dat onderwijsassistenten worden opgeleid zodat ze kunnen worden ingezet voor de taalontwikkeling. Als kinderen niet deelnemen aan de voorschoolse educatie en een aanwijsbare taalachterstand hebben bij de overgang naar het basisonderwijs moeten de ouders worden gekort op de kinderbijslag.


5.2) Basisonderwijs

Het nationaal bewustzijn moet al vanaf de basisschool worden gestimuleerd. De Canon van Nederland wordt het richtsnoer voor het gehele basisonderwijs. Het volkslied wordt weer geleerd en op elke school in het basis en voortgezet onderwijs hangt zichtbaar de Nederlandse vlag.

Op de scholen voor basis- en voorgezet wordt voor alle leerlingen minimaal 4 uur gymnastiek per week verplicht. Om gezinnen te ondersteunen in het voorkomen van onderwijsachterstanden willen we maximale aandacht voor extra taalonderwijs en huiswerkbegeleiding.


5.3) Voortgezet onderwijs

Het voortgezet onderwijs in Nederland wordt gekenmerkt steeds grotere scholen. Deze ontwikkeling is te ver doorgeschoten. De managementlaag wordt daardoor te duur en inefficiënt, en de sociale controle is in een grote ‘leerfabriek’ slecht te handhaven. Daarnaast worden vaak schoolgebouwen veel te dure prestigeobjecten van het management.

De diploma’s moeten terug gekoppeld worden aan nauwkeurig omschreven kennis en vaardigheden. De kernvakken als Nederlands, geschiedenis, aardrijkskunde en wiskunde moeten verplicht onderdeel worden van de schoolexamens.

De overdreven nadruk op theoretische- in plaats van praktische kennis moet verdwijnen. Daarom moeten de Ambachtsschool en de MAVO in ere hersteld worden. Het MBO dat hierop aansluit is met zo’n 500.000 leerlingen de grootste onderwijsvorm in Nederland. Er worden vooral mensen opgeleid voor het bedrijfsleven, met name het MKB. Daarom is een regelmatig overleg tussen het MBO en de brancheorganisaties van het MKB een noodzaak.

Een realistische maatschappijvisie vergt respect voor de primaire keuze van grote aantallen meisjes en jonge vrouwen voor het gezinsleven. Daarom willen wij de herinvoering van een ‘huishoudschool’ die vrouwen voorbereidt op de hoge en vitale opgave van gezinsleven en moederschap, die tevens opleidt voor een onderwijs- en verzorgingsbevoegdheid.


5.4) Hogescholen en universiteiten

Wij hebben uitstekende hogescholen en universiteiten. Om de kwaliteit verder te verhogen moeten zij zich meer meten met de instellingen in het buitenland. De Nederlandse student moet echter wel centraal staan. Voor buitenlandse studenten betekent dit dat zij hun opleiding in principe volledig zelf moeten bekostigen. Hun bijdrage gaat echter niet rechtstreeks naar de instelling, maar naar de schatkist. Dit om te voorkomen dat de instellingen de voorkeur gaan geven aan het werven van buitenlandse studenten.

De Nederlandse student moet daarentegen meer gesteund worden, door lagere collegegelden en herinvoering van de basisbeurs. In heel het hoger onderwijs wordt in de bachelor fase de voertaal terug het Nederlands, om onze taal en ons volkskarakter de bescherming en de eer te geven die hen toekomen. De nadruk moet komen te liggen op het schrijven van essays in plaats van examinering, want zuiver leren formuleren moet een essentieel onderdeel zijn van elk hoger onderwijs.


5.5) Wetenschappelijk onderzoek en innovatie

Wij willen dat het wetenschappelijk onderzoek in het hoger onderwijs zich nog meer gaat richten op de exacte vakken om de broodnodige innovaties te genereren voor milieubescherming, duurzame energie en ontwikkeling van medicijnen. Dit in samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven.


6) Bescherming van onze cultuur, tradities en identiteit

Wij streven naar een samenleving op basis van de Nederlandse christelijk-humanistische basiswaarden en tradities. Zo willen wij streven naar een eerlijker, harmonischer en bereikbaar Nederland, met minder armoede, een betere zorg en passende woningen. Een land waarin onze historisch verworven vrijheden leidend zijn.

De identiteit van een mens kent veel kanten. Een belangrijk facet is de etnische identiteit. Deze zien wij niet puur biologisch maar als een subtiel samenspel van onder meer lichamelijke kenmerken, geschiedenis, levensbeschouwing en taal.

Daarbij maken we onderscheid tussen staatsburgerschap (papieren nationaliteit) en etniciteit (authentieke etnisch gedefinieerde nationaliteit). Voor een deel staan we open voor een vrijwillige ‘soevereiniteit in eigen kring’. Dit laatste houdt onder ander in: een beperkte mate van eigen rechtssystemen voor zover deze niet op flagrante wijze in tegenspraak zijn met de Nederlandse christelijk-humanistische traditie, eigen sociale voorzieningen, en eigen culturele faciliteiten per etnische bevolkingsgroep.

Het Nederlands staatsburgerschap zien wij als een kostbaar goed en een eer. Wij maken daarom onderscheidt in de volgende gradaties:

A. Nederlands staatsburgerschap verkregen doordat beide grootouders ook beschikten over het Nederlands staatsburgerschap.
B. Nederlands staatsburgerschap verkregen door latere naturalisatie.

Het Nederlands staatsburgerschap is in ieder geval niet bedoeld om in ons land tijdelijk verblijvende vreemdelingen een sociale-financiële zekerheid te garanderen of om politieke partijen te helpen aan oneigenlijke stemmenwinst.

We willen dat alleen zij die voldoen aan het Nederlands staatsburgerschap als bedoeld onder A alle burgerrechten hebben en automatisch in aanmerking komen voor dienst in het beroepsleger, de politie en voordelen bij gezinsvorming. Het actieve en passieve stemrecht moet slechts toekomen aan hen die minstens tien jaar beschikken over het Nederlands staatsburgerschap en de leeftijd hebben bereikt van 18 jaar in het jaar van verkiezingen.


6.1) Cultuur en samenleving

Wij willen een samenleving waarin de westerse normen, waarden, cultuur en traditie centraal staan. Wij willen mogelijk maken dat we als individu steeds hoger streven. Wat is echter ‘het ware, het goede, en het schone’ in onze concrete situatie? Als uitgangspunt nemen wij hiervoor onze authentieke identiteit.

Om dit te ondersteunen moet Nederlandse geschiedenis en cultuur een verplicht vak worden in het onderwijs. Daarnaast willen we dat muziek en kunst van Nederlandse oorsprong meer aandacht krijgt in de media. Mensen moeten verder zo veel mogelijk in staat worden gesteld zich op hun eigen, unieke manier te ontplooien.


6.2) Vrijheid van associatie en meningsuiting

Wij geloven in de traditionele zelfbeschikking in de sociale en economische relaties die mensen uit vrije wil aangaan. Daarin mag de staat geen rol spelen. Dit betekent onder andere vrijheid tot vrijwillige segregatie, ‘soevereiniteit in eigen kring’ en subsidiariteit. Verder is het niet aan de staat om op te leggen hoe mensen horen te denken en mensen te dwingen tot een bepaalde overtuiging. De politiekcorrecte censuur moet worden bestreden. Alleen de oproep tot geweld moet strafbaar zijn.


6.3) Privacy en media

Iedere Nederlandse burger heeft recht op zo veel mogelijk privacy. Veel media gaan hier veel te slordig mee om, zodat ze de verzamelde gegevens kunnen verkopen, vaak voor veel geld. Wij willen daarom een adviesraad die zich bezighoudt met de monitoring en advisering met betrekking de tot privacy en alle vormen van (internet) media en opslag. Daarbij moet de richtlijn altijd zijn: lage regeldruk door simpele, heldere regels. Het zijn daarbij altijd de Nederlandse wetten die leidend zijn.


6.4) Het gezin centraal

Het gezin is de basis van de samenleving. Hier wordt onze rijke erfenis van de oudere op de jongere generatie overgedragen. Het gezin is je thuisbasis om optimaal te kunnen functioneren in de samenleving. Wij zien het traditionele gezin van man, vrouw en kinderen als de hoeksteen van onze samenleving, hoewel we geen afbreuk willen doen aan andere vormen van samenleven. Daarom willen we de gezinsvorming bevorderen door belastingvoordelen en goedkopere leningen voor Nederlandse staatsburgers die een gezin willen stichten.


6.5) Volkstradities

Onze tradities verbinden ons met elkaar en met onze voorouders. Ze geven ons een thuis in deze wereld. Dit immateriële erfgoed verdient het daarom beschermd en bevorderd te worden. We kunnen daarbij denken aan Sinterklaas en Zwarte Piet, Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Hemelvaartsdag, Oud en Nieuwvieringen, Koningsdag, Prinsjesdag, Vaderdag en Moederdag, maar ook de meer lokale tradities zoals Carbidschieten, Vögelen, Elfstedentocht, Carnaval of het rapen van het eerste kievitsei. Om deze tradities en de bijhorende activiteiten te bevorderen en te behouden voor komende generaties willen we een traditieraad in het leven roepen, die per jaar de tradities onderzoekt en eventueel extra ondersteunt, niet alleen geldelijk maar ook door het leveren van organisatorische expertise.


6.6) Hereniging met Vlaanderen

De afscheiding van België in 1830 zien wij als een groot cultureel verlies, waardoor in de Nederlanden te eenzijdig de nadruk op Holland en de Randstad is komen te liggen. Onder het motto “Oranje, Blanje, Bleu” streven wij daarom naar hereniging met het Nederlandstalige deel van België. Daarnaast koesteren wij onze verbondenheid met de Afrikaners en willen de immigratie voor deze volksgenoten vergemakkelijken nu Zuid-Afrika steeds verder afglijdt naar anarchie.


6.7) Identiteit en assimilatie

Voor assimilatie van vreemdelingen zal een veeleisend meerjarig programma moeten worden doorlopen. Daarbij valt te denken aan een langdurig maatschappelijk betrokkenheid in werk en familie, een volwaardig staatsexamen Nederlands, een onberispelijke levenswandel, het (uiteindelijk) opgeven van andere nationaliteiten, en een eed van trouw aan de koning. Het uitgangspunt, ter bevordering van de sociale cohesie, is de christelijkhumanistische cultuur. Hierbij geldt dat het christendom niet intrinsiek als superieur aan het jodendom of andere religieuze overtuigingen wordt opgevat, maar wel als bij onze cultuur horend historisch prioritair moet worden gezien.


7) Internationale betrekkingen

Samenwerking is belangrijk. Dat geldt voor onze naaste buren, maar ook voor naties op grotere afstand. Samenwerking mag echter nooit leiden tot een abstract en nevelig geheel dat de soevereiniteit en zelfbeschikking van een naties aantast en daarnaast politici de gelegenheid geeft hun verantwoordelijkheid te ontlopen door zich te verschuilen achter internationale verdragen en organisaties zoals de EU.

Internationale afspraken zullen pas geldend worden in de Nederlandse rechtsorde, wanneer deze vooraf zijn omgezet via een Nederlandse, door het Nederlandse parlement goedgekeurde, omzettingswet. Ook willen we internationale handelsverdragen heroverwegen en toetsen aan de Nederlandse rechtsorde en belangen. Geen enkele ‘internationale afspraak’, geen enkel ‘economisch belang’ en geen enkel ‘marktwerking mechanisme’ staat boven de welvaart, het welzijn en het toekomstperspectief van Nederland.


7.1) EU

Het lidmaatschap van de Europese Unie brengt niet voor iedere lidstaat dezelfde voor- en nadelen met zich mee. De meningen over de voor- en nadelen van het lidmaatschap verschillen niet alleen per lidstaat, ook binnen lidstaten zijn de meningen verdeeld. De Europese Unie is inmiddels uitgedijd tot een onhanteerbaar instituut vol met bestuurders, ambtenaren, ondersteunende diensten en een complete industrie er om heen waar de democratische controle ver te zoeken is. Wij willen dit onhanteerbare instituut ontmantelen. Minder EU dwang, meer Europese samenwerking. Als dit tot consequentie heeft om uit de EU te treden zullen we dit middels een referendum voorleggen aan de Nederlandse staatsburgers.


7.2) De Euro en ECB

Het toezicht op onze grootbanken is sinds eind 2014, toen het Europees gemeenschappelijk toezichtmechanisme voor banken in werking trad, in handen van de Europese Centrale Bank (ECB). Door het verliezen van de controle over onze eigen munt is een zelfstandig monetair beleid niet meer mogelijk. Het is doordoor niet meer mogelijk om de eigen munt te devalueren als de economie aan concurrentiekracht verliest. Wij zien op dit moment als enige oplossing het opheffen van de Euro. Als andere landen daar niet toe bereidt zijn, staan wij ervoor om uit de Euro te stappen en de Gulden te herinvoeren waarmee we een eigen monetair beleid kunnen voeren. Elke munteenheid is uiteindelijk maar fiatgeld en wij willen dat particulieren hun spaargeld belastingvrij in goud en zilver mogen aanhouden en zich zo kunnen beschermen tegen inflatie.

Officieel is de reden van een lage rente het stimuleren van de economie. De te lage rente die de ECB hanteert is echter onnodig voor aanjagen economie en funest voor de belastingbetaler, ons land en de pensioenen. Dit beleid is een geraffineerd opgezet denksysteem dat niet anders is als een financieel herverdeel-beleid. Wij willen de rol van de ECB verkleinen en de Nederlandse Centrale Bank leidend laten zijn voor ons eigen rentebeleid.


7.3) Ombuiging van de open grenzenpolitiek

Het open grenzen beleid heeft geleidt tot ongecontroleerde immigratie, een hoger risico op terreuraanslagen en verspreiding van ziekten zoals het Coronavirus. Ook heeft vrij ‘werk’ verkeer geleidt tot goedkope arbeid krachten ten koste van de Nederlandse arbeidskracht. Deze grote extra instroom leidt tot verdringing aan de onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt. We willen bedrijven behouden die van strategisch belang zijn en waarvan we belangrijke innovaties verwachten, zoals de medische-, militaire-, luchtvaart-, scheepvaart- en energie-industrie. Daarnaast moeten importtarieven en vergunningen een einde maken aan de ongewenste ongebreidelde markwerking.

Wij willen deze politiek ombuigen door middel van het herzien van internationale verdragen zoals het Vluchtelingenverdrag en het Pact van Marrakesh. De opvang van hen die ergens op de wereld sociaal-politiek in de knel zijn gekomen dient te gebeuren in de eigen regio.


7.4) Landscultuur en samenwerking

Wij willen een constructieve omgang met zowel Rusland als de Verenigde Staten, die beide tot de Europese cultuurkring behoren. Wij beschouwen de landen uit het Midden- en Verre Oosten niet als onze vijanden. Wel zullen wij het beleid van deze landen beoordelen aan de hand van onze westerse christelijk-humanistische traditie. Landen die deze waarden negeren, zoals door het discrimineren van culturele-, etnische- of seksuele minderheden, beschouwen we niet als bondgenoot. Met name voor de situatie in Zuid-Afrika willen wij extra aandacht vragen.


7.5) Ontwikkelingshulp

We willen een herbezinning op ontwikkelingssamenwerking: meer marktwerking met een plek voor onze Nederlandse ondernemers en minder gratis hulp. De nadruk dient te worden verschoven van geldelijke ondersteuning, die vaak door corruptie weglekt naar hulp en een effectievere ontwikkelingssamenwerking dat is gericht op de opbouw van het eigen land en een eigen economie. Wij zien het praktijk opleiden van kenniswerkers en expats als een vorm van ontwikkelingshulp. Zij zijn het immers die de opbouw van hun eigen land kunnen ontwikkelen en bewerkstelligen.

Een heikel punt is dat met name in Afrika de bevolking veel sneller groeit dan de economie kan verwerken. Daarom moeten deze landen geholpen worden de bevolkingsgroei naar beneden te brengen.

Het remigratie programma zoals wij voorzien brengt de ontwikkelingslanden naast menselijk kapitaal ook financiële ondersteuning (de remigratiepremies en – uitkeringen) als gezond startkapitaal.


8) Wonen en verkeer

Er is een groot tekort aan betaalbare woningen. Dit geld voor de sociale huur maar ook voor koopwoningen. Zelfs voor de gecreëerde stikstofproblematiek zouden we in 2030 nog steeds 200.000 woningen te weinig hebben. De verwachting is wel dat er minder baby’s worden geboren, maar door de ongelimiteerde massa-immigratie zal de druk op woningmarkt alleen nog maar toenemen. Daar komt bij dat immigranten een voorrangsregeling hebben op sociale huurwoningen. Door de vergrijzing, afkalving van de verzorgingsstaat en het langer jong blijven van onze inwoners zal daarnaast de doorstroom afnemen.


8.1) Generatiebestendig wonen

Woonvormen als het generatiebestendig wonen, waarbij meerdere generaties in een huis wonen, en het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen van ouderen zullen we moeten bevorderen. Het generatiebestendig wonen in generatiewoningen kan verder helpen bij de aanpak van veel andere maatschappelijke problemen: pensioenproblematiek, sociale uitsluiting door huidig ouderenbeleid, huisvesting jonge gezinnen, kinderopvang, eenzaamheid van ouderen. Het kan de sociale- en effectieve veiligheid verhogen en de zorgkosten doen dalen.


8.2) Huurwoningen

We willen dat immigranten niet langer voorrang krijgen bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Bij de toewijzing van deze woningen moet de prioriteit komen te liggen bij mensen die in de buurt werken om het forensenverkeer te beperken. Ter compensatie van het belasting voordeel dat bewoners van koopwoningen hebben willen we alternatieve vervoersvormen voor woon-werkverkeer extra aantrekkelijk maken. Dit kan ook de leefbaarheid van de buurt ten goede komen. Om versneld de huurwoning markt weer in balans te krijgen zullen we met de woningcorporaties in gesprek moeten gaan over hoe we verantwoord extra financiële middelen, bijvoorbeeld via een verhuurdersheffing kunnen vrij te maken voor het bouwen van sociale- en midden huurwoningen. Als tijdelijke oplossing kunnen misschien ‘tiny houses’ ingezet worden.


8.3) Koopwoningen

In veel steden is de huizenmarkt opnieuw overspannen. De prijzen rijzen de pan uit. Starters op de woningmarkt maken weinig kans, zelfs bij de lage rente. En als ze slagen nemen ze vaak een onverantwoord hoge hypotheekschuld op zich, zeker omdat veel starters ook al een studieschuld hebben. Dit is één van de aanvullende redenen waarom wij het studieleenstelsel willen terugdraaien. Terwijl terecht is gekozen om minder restschuld te financieren en sparen te stimuleren worden starters te zwaar belast. De afbouw van de hypotheekrenteaftrek willen wij verder stoppen in 2021 op een tarief van 43%. Het eigenwoningforfait willen we per 2021 vastzetten op 0.50%. Om ervoor te zorgen dat jongeren in de toekomst maximaal 85% van het aankoopbedrag van hun eerste woning kunnen lenen gaan we het bouwsparen bevorderen middels een vaste (rijks) rente.

Tot slot mogen we veronderstellen dat door de spreiding van economische activiteit naar buiten de Randstad (zie ook 8.4) de huizenmarkt in de meest oververhitte plaatsen wat zal ontspannen.


8.4) Verkeer

Het fileprobleem is een grote aanslag op onze economie. Wij willen echter Nederland niet vol asfalt leggen. Het wegennetwerk moet beter worden benut. De maximum snelheid maatregel naar 100 km willen we terugdraaien zodat we weer 130 km per uur als maximum snelheid hanteren. Wel willen we verplichte pauzetijden en rijvensters voor het vrachtverkeer. Daarvoor zullen wij met de brancheorganisaties om de tafel gaan zitten. Verder dient het vestigingsbeleid voor bedrijven te worden beïnvloed door vergunningen en subsidies zodat deze zich niet op enkele plaatsen zoals de Randstad concentreren om het woon-werkverkeer te verminderen.

Aan de oostkant van Nederland willen we 3 of 4 economische hups inrichten die zorgen voor verbinding binnen Europa. Hiermee ontlasten we tevens de as Rotterdam / Amsterdam en onnodige verkeersdruk door het gehele land. Voor luchtverkeer gaan we in eerste instantie zorgen voor een betere verdeling zodat Schiphol kan worden ontlast. De vlieghubs worden dan gecombineerd met de economische hubs. Ook de waterverbindingen in Nederland gaan we maximaal benutten zodat het energiezuinige vrachtvervoer op water zich verder kan ontwikkelen.

We moeten ook blijven investeren in een goede spoorverbindingen. Dit niet alleen in het binnenland. Er moeten snelle en betaalbare treinen gaan rijden via de HSL-Zuid naar België. Daarnaast willen wij dat er minstens twee nieuwe snelle verbindingen komen met Duitsland.

Telewerken en flexibelere arbeidstijden kunnen ook bijdragen aan een oplossing voor het fileprobleem. Ook hier dient de overheid een stimuleringsbeleid te voeren. Onze innovatiekracht en handelsgeest zal er voor gaan zorgen dat het economisch verkeer maximaal gebruikt kan worden met minder fileleed.


9) Politie en Veiligheid

Zware criminaliteit en straatagressie nemen hand over hand toe. Veel mensen durven zelfs niet meer alleen over straat. De aangifte bereidheid om aangifte te doen neemt schrikbarend af. Blijkbaar is het vertrouwen in de rechtsstaat behoorlijk afgenomen. De oorzaak is niet alleen de ongecontroleerde massa-immigratie en het open grenzenbeleid, maar ook de lakse houding van justitie en politie. Wij willen alles in het werk stellen om de veiligheid van de Nederlanders te verzekeren. ‘No-go areas’ mogen niet worden getolereerd.


9.1) Het strafrecht

In de rechtspraak willen we de nadruk verleggen van ‘genezen’ van de veroordeelde naar genoegdoening voor de begane misdaad en bescherming van de maatschappij. We staan voor zwaardere straffen voor gewelds- en zedendelicten en veel zwaardere straffen voor recidivisten.

Wij willen een ‘three strike rule’, waarbij een crimineel die voor de derde keer veroordeeld wordt tenminste een gevangenisstraf krijgt van drie jaar. Een stapeling van meer dan 16 jaar gevangenisstraf wordt automatisch omgezet in levenslange gevangenisstraf. Levenslang moet inderdaad ook daadwerkelijk levenslang betekenen. Zo lang Nederland deel uitmaakt van de EU is het niet mogelijk, maar wij zijn onder stringente voorwaarden voor herinvoering van de doodstraf.

Het Nederlands staatsburgerschap is geen recht maar een eer die je moet verdienen. Dit geldt des te meer bij een dubbele nationaliteit. Heeft iemand een dubbele nationaliteit en pleegt deze een ernstig geweldsmisdrijf waarop een gevangenisstraf van tenminste vijf jaar staat, dan vervalt automatisch het Nederlands staatsburgerschap. Verder dient de berechting bij een dubbele nationaliteit bij voorkeur te geschieden in het land van de andere nationaliteit. Niet-genaturaliseerde immigranten moeten worden berecht in hun land van herkomst.

Gevangenissen willen we versoberen. Dus geen luxe cellen met internet maar puur basic.


9.2) Justitie

We willen een doortastende aanpak van met name de georganiseerde misdaad en sterker opkomen voor de rechtsstaat. Daarom willen wij dat de knelpunten bij het OM en de Rechterlijke Macht worden aangepakt, onder meer door een vergroting van het personeel. Ter ontlasting van Justitie willen we verder de beroeps- en bezwaarmogelijkheden inperken. Personeel van justitie en gezagsdragers moeten eerder en beter worden beschermd. Wij willen tevens een grondige reorganisatie van het Ministerie van Justitie, waarbij al het hogere personeel opnieuw naar een functie moet solliciteren. Rechters moeten voor een termijn van tien jaar worden benoemd. Tevens willen wij een onderzoek naar de mogelijkheid om rechters en officieren van justitie via verkiezingen te laten benoemen.


9.3) Politie

We gaan investeren in politie en opsporingsdiensten, versterken van de kwaliteit van de opsporing en stoppen met nodeloze bureaucratie. Een goede spreiding is ook voor de toegankelijkheid van politie en rechtbanken van groot belang. De centralisatie van de rechtbanken is nu te groot. De spreiding van de rechtbanken willen we gelijkstellen met de veiligheidsregio’s. Dit zal ook de wachtlijsten bij de rechtsbanken verkleinen.

Wij willen daarom dat aangiften van misdrijven in beginsel in behandeling moeten worden genomen, en het OM moet in beginsel vervolgen tenzij er een zwaarwegende reden is om dat niet te doen. De huidige houding leidt tot minder aangiftebereidheid, meer criminaliteit en lagere opsporingspercentages.

Onze politiemensen moeten weer meer de straat op en elke stad, wijk of dorp moet een politie post hebben die 24/7 open is. Onnodig en eindeloos papierwerk moet worden gestopt. Want mede daardoor blijft opsporingswerk liggen.


9.4) Defensie en staatsveiligheid

Er is de afgelopen decennia te weinig geïnvesteerd in onze defensie. Een goed georganiseerd defensie apparaat is van nationaal belang als het gaat om de staatsveiligheid. Daarnaast zijn er slechte investeringen gedaan. Alle investeringen, dus ook de JSF, willen we beoordelen op de werkelijke kwaliteit en kosten en waar mogelijk aanpassen.

We zijn voor een beroepsleger. Wij pleiten daarbij ook voor een significante uitbreiding van de Nationale Reserve die in geval van acute noodsituaties het beroepsleger kan ondersteunen.

De Koninklijke Marechaussee is een Nederlands krijgsmachtdeel van de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marine. Waar als onderdeel van NAVO buitenlandmissie, het beschermen van de buitengrenzen meer een taak van de Koninklijke Landmacht is, zal de bescherming van onze binnengrenzen door de Koninklijke Marechaussee weer meer aandacht krijgen. Hiervoor zullen ook innovaties een belangrijke rol gaan spelen. De Nederlandse krijgsmacht willen we ook weer dichter bij de samenleving brengen en onze trotse krijgsmacht stimuleren in vol ornaat te reizen als het om woon-werk verkeer gaat. We zijn voorstander om eens in de 5 jaar onze bevrijding te vieren middels een parade door onze verdedigers van die vrijheid.

De opvang van diegenen die ergens op de wereld sociaal-politiek in de knel zijn gekomen dient bij voorkeur te gebeuren in de regio waar zij vandaan komen. De uitgaven voor defensie zullen standaard 2% BBP bedragen. Het Nederlandse midden- en kleinbedrijf krijgt de voorkeur als het gaat om defensieopdrachten.


10) Werk en inkomen

Werk moet weer gaan lonen. Het verschil tussen bruto- en nettoloon moet worden verkleind door lagere belastingen en premies. Om de concurrente positie van de Nederlandse ondernemer te beschermen zullen we uiterste terughoudendheid moeten beschouwen met reële loonsverhogingen. De koopkracht van de Nederlandse burger zal moeten worden beschermd door verlaging van sociale premies en waar mogelijk belastingen. Om extra werk extra aantrekkelijk te maken willen we de belastingheffing op extra uren gelijk stellen aan de normale uren. Er zijn daarnaast inwoners die voor langere of kortere tijd buitenspel staan en aangewezen zijn op ondersteuning van de overheid. Wij hebben het standpunt dat ondanks het buitenspel staan een ieder talent heeft en dus een bijdrage zou kunnen leveren aan de maatschappij. Dit willen we stimuleren middels financiële prikkels. Daarom mag er bovenop een uitkering in welke vorm ook worden bijverdient. We willen de lokale overheden ondersteunen om die mogelijkheid toe te passen binnen de eigen gemeente grenzen. Dit kan via een (potentiele) toekomstige werkgever of middels een vrijwilligersvergoeding.


10.1) Betaalde arbeid is een recht

De massa arbeidsimmigratie heeft ertoe geleid dat er onnodige druk op lonen is ontstaan. De open grenzen voor werknemers en diensten in Europa hebben op de arbeidsmarkt teveel geleidt tot oneerlijke concurrentie door goedkopere arbeidskrachten uit andere lidstaten, die hier ónder de CAO-voorwaarden aan het werk gaan. Hierdoor hebben velen niet de vruchten van na de recessie in 2008 kunnen plukken. Daarentegen krijgen ze nu wel de wrange vruchten van een komende recessie voorgeschoteld.

Om de concurrentiepositie van de Nederlandse ondernemer te beschermen zullen we terughoudend moeten zijn met bruto loonsverhogingen. Daarom moet het verschil tussen bruto- en nettoloon worden verkleind door lagere belastingen en premies. De overheid belast arbeid te zwaar in vergelijking met kapitaal.

Om mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen te gaan we de arbeidsmarktwet hervormen. Nu is deze te kostbaar en nodeloos ingewikkeld voor ondernemers. Want, hoewel ‘terugtrekkende overheid’ en de ‘participatie samenleving’ officieel beleid zijn, laten een verstikkende overheidsbureaucratie en een extreem hoge belastingdruk steeds minder ruimte over voor de ondernemende initiatieven van de zelfredzame burger. De overheid projecteert echter haar eigen riante beloningen, comfortabele arbeidsomstandigheden en kunstmatige ‘werksferen’ van haar eigen ‘kern’ personeel te veel op het MKB.


10.2) Baanbescherming

We moeten arbeidsmarktverdringing tegengaan, zowel door goedkope buitenlandse arbeidskrachten als door vrijwilligers in banen die eerder betaalde banen waren. Voor de expats en arbeidsmigranten gaan we tijdelijke werkvergunningen invoeren.

Met de flexibilisering van de arbeidsmarkt willen we de AOW leeftijd flexibel maken. Dit houdt in dat stoppen met werken kan tussen de 63 en 67 jaar. Om het betaalbaar te houden en om de koopkracht toch op peil te houden krijgen betaalt de werkgever voor werkenden vanaf 63 geen pensioenpremie meer.


10.2.1) Ontslagrecht

We zijn voor een flexibilisering van de arbeidsmarkt, maar daar staat tegenover dat we het aanbod op de arbeidsmarkt willen beperken. We willen naar systeem met soepeler ontslagregels en goede uitkeringen. Het resultaat zal zijn een grote arbeidsmobiliteit en hogere werkgelegenheid. We willen naar een situatie toe waarbij de MKB en ZZP ondernemer ook weer kan doen waar hij goed in is: ondernemen! Ook de regels omtrent ziekte en ontslag willen we versoepelen. Wij hebben vertrouwen in onze MKBers / ZZPers, de fundamenten van de economie waar we op moeten drijven. Ook zij hebben belang bij hun medewerkers. Ze zullen medewerkers niet onnodig ontslaan maar zullen juist eerder mensen in dienst gaan nemen. Dit geld ook voor mensen met een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Want de medewerkers hebben talent!

De kantonrechter willen we meer ruimte geven om arbeidscontracten te ontbinden. Het uitgangspunt hierbij is dat een flexibel contract en een vast contract mee gaan meetellen in de ontbindingsvoorwaarden. Ook willen we meer ruimte geven aan meerjarige arbeidscontracten op projectbasis.

Met de versoepeling van het ontslagrecht willen we ook ongelijkheden tussen ambtenaren en bedrijfsleven gelijk schakelen.


10.3) Bijstandsuitkeringen

Natuurlijk moeten mensen die voor langere of kortere tijd even buiten de actieve arbeidsmarkt staan een fatsoenlijke uitkering krijgen en snel weer elders aan de slag kunnen gaan. Ook willen we uitkeringen niet alleen afhankelijk maken van je arbeidsverleden. Je wonen en werken zal bepalend worden voor het percentage en duur van je uitkering. We moeten wel selectiever zijn in het aanbieden van uitkeringen en andere sociale voorzieningen. De bijstandsuitkering moet een vangnet zijn.

Fraude met welke vorm van uitkering ook zullen we keihard aanpakken. Voor de toekenning en uitgifte van uitkeringen willen we een nieuw departement opzetten. Hiermee ontstaat er ook een beter functiescheiding tussen inhoudingen en uitgaven ten behoeven van een uitkering.


10.3.1) Basisinkomen

In verband met de te verwachten arbeidsloosheid door de komende automatiseringsgolf willen wij onderzoek laten doen naar de effecten van een basisinkomen voor alle Nederlandse staatsburgers. Als hiervoor een vergoeding wordt betaald door de werkgevers snijdt het mes aan twee zijden.

Dit basisinkomen zou deels in natura zijn, en voorbehouden aan lang-Nederlands ingezetenen. De bijstand wordt gelijktijdig afgeschaft. Dit betekent een einde aan de status van tweederangsburger voor bijstandsgerechtigden en tevens een einde aan het permanente subsidie infuus van hen die zich gedragen als ‘free-rider’. Daarbij kan het een prima aanvulling zijn op specifiek vrijwilligerswerk zoals de vrijwillige brandweer of ambulance bezetting. Het basisinkomen mag echter nooit leiden tot een hangmatsamenleving. Een ieder die een basis inkomen geniet zal dan ook werk naar vermogen verrichtten, waarbij te minste een minimum salaris zal moeten worden betaald. Een basisinkomen baan mag ook nooit tot arbeidsmarkt verdringing leiden. Voor een basisinkomen moet men wel minimaal een 10 jaar Nederlands arbeidsverleden hebben. Dit behoeft niet alleen een loondienstverband te zijn.


10.3.2) Toeslagen

We willen af van de verschillende toeslagen. Een hervorming is noodzakelijk omdat we in verleden veel regels en regelgeving hebben toegevoegd. Mede daardoor is een onoverzichtelijke kluwen aan toeslagen ontstaan. Heffingskortingen, samen met aftrekposten en toeslagen maken de inkomstenbelasting nodeloos ingewikkeld. Hierdoor moeten huishoudens en bedrijven administratieve kosten maken die eenvoudig vermeden kunnen worden door het belastingstelsel te vereenvoudigen. Ook schenden de genoemde heffingskortingen, vanwege hun afhankelijkheid van inkomen en sociaal-economische status, het sociale principe dat het inkomen van ieder individu op gelijke wijze belast zou moeten worden. Dit vergroot in het bijzonder de armoedeval, omdat heffingskortingen als proportie van het inkomen in het algemeen afnemen naar mate men meer verdient.


10.4) Belastingen

De belastingen moeten sterk worden vereenvoudigd. De overheid projecteert de eigen comfortabele arbeids- en belastingvoorwaarden op het MKB en de ZZPers terwijl deze geen sociaal vangnet hebben. Immers alle regels zijn gebaseerd op loondienst. Het hele systeem van belastingen, heffingen, kortingen, toeslagen en premies is te complex. Dat leidt tot een enorme bureaucratie bij de belastingdienst. We willen toe naar een belastingkorting per type huishouden en een vlaktaks van 25% tot een inkomen van € 30.000 en 35% voor hogere inkomsten. In ruil daarvoor moeten onder meer de huurtoeslag, de zorgtoeslag, het kind gebonden budget, de kinderbijslag, de hypotheekrente- en zelfstandigenaftrek, en het eigenwoningforfait worden afgeschaft of ten minste sterk verminderd. Dit zal ook de verstorende invloed van overheid op de marktwerking en prijsvorming verminderen.


10.5) Financiën

De schuldenproblematiek is staatsvijand en ziektemaker nummer één. Mensen met schulden kampen met psychische en lichamelijke klachten. Daarnaar zijn ze gemakkelijk slachtoffer voor criminelen. Wij vinden dat, aangetekend dat er in eerste instantie een eigen verantwoordelijkheid is, een ieder recht heeft op een schuldenvrij leven. Daarom willen we een plan voor de aanpak van de schuldenproblematiek waarbij we dit ook actief kunnen koppelen aan een actief remigratie programma.


10.6) Schuldsanering

Wij vinden dat niemand voor altijd gevangen mag blijven zitten in een schuldenproblematiek. Er komt een eenmalige nationale schuldsanering van private personen. We kunnen de aanpak hiervan ook koppelen aan een remigratieprogramma.


11) Bestuur en inspraak

Democratie is gebaseerd op de aanname dat kiezers in staat zijn een weloverwogen keuze te maken. In Nederland is er echter de invloed van deze keuze van de kiezer na de verkiezingen sterk verminderd. Zo sluiten de gevestigde partijen vaak op voorhand al bepaalde partijen uit, zonder ook maar te kijken naar mogelijkheden tot samenwerking. De kiezer zou daarom bij de verkiezingen ook moeten aan kunnen geven welke meerderheidscombinatie zijn voorkeur heeft. Ook zouden we een gemengd systeem van kiezen willen uitwerken. Iedereen moet kunnen stemmen op een kandidaat uit de eigen kieskring of regio. Mochten er meer afgevaardigden nodig zijn, dan kunnen deze komen van een centrale kandidatenlijst. Op deze wijze willen wij de herkenning in, en de inbreng vanuit de regio versterken.


11.1) Decentralisering

Verantwoordelijkheden dienen zo laag mogelijk in de bestuurlijke structuur te worden gelegd. Schaalvergroting kan wat ons betreft nooit een middel zijn en dient waar mogelijk te worden teruggedraaid ten einde een werkbaar, inzichtelijk en slagvaardig openbaar bestuur te creëren, dat dicht bij de burger staat. De taken en verantwoordelijkheden van de Provinciale Staten zou wat ons betreft dan ook moeten worden her-beoordeeld ten einde meer verantwoordelijkheid bij de lokale partijen en gemeenten te leggen. De taken van de provincie zullen meer overkoepelend zijn ter ondersteuning van de gemeenten zoals Juridische zaken, personeelszaken en benchmarking. Het dagelijks bestuur van de provincie zal dan bestaan uit regio vertegenwoordigers en de waterschappen.


11.1.1) Gekozen minister-president

Tijdens de verkiezingen willen we ook dat de kabinetsformateur en toekomstig ministerpresident gekozen wordt. Deze hoeft niet aan één bepaalde partij verbonden te zijn. Hij krijgt een vetorecht over de ministers die worden voorgedragen.


11.1.2) Provinciale staten

De provinciale staten zouden we willen hervormen. De commissaris van de Koning wordt dan op dezelfde wijze gekozen als de minister president. Tijdens de provinciale staten verkiezingen wordt dan ook de commissaris van de Koning gekozen.


11.2) Referendum

We willen een herinvoering van het referendum. Daardoor kan voor vraagstukken, die van essentieel belang zijn voor de samenleving, de wil van de meerderheid van het volk worden gevolgd. We maken wel verschil een tussen een raadgevend en bindend referendum. Afhankelijk van het onderwerp en type referendum maken we dan ook een verschil in uitvoering van het referendum. Het raadgevend referendum kan digitaal. Het bindend referendum moet altijd schriftelijk. De uitslag van het referendum kan slechts worden afgewezen bij een meerderheid van twee derde der Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal. Het referendum moet in de grondwet worden vastgelegd.


10.3) Het kiesrecht

Wij willen dat alleen zij die uitsluitend het Nederlands staatsburgerschap bezitten deel mogen nemen aan de verkiezingen. Dit geldt zowel voor het passieve- als actieve kiesrecht.




ONZE SPEERPUNTEN OP EEN A4-tje


Geen EU overheersing

Stop massa-immigratie & asielindustrie

Geen ongelimiteerde marktwerking bij strategische industrieën

Recht op een schuldenvrij leven zonder armoede

Beschermen van de Nederlandse cultuur, tradities en identiteit

Onze universiteiten en bedrijfsleven voor energie en medicijnen

Criminelen met dubbele paspoorten is Nederlanderschap weg





Om het partijprogramma als pdf-bestand te bekijken klikt u hier.



Afbeelding: ‘Vlaggen_van_de_geuzen_inval_Brielle’, bijgesneden. © Fotograaf:Peter van der Sluijs , bron: Wikimedia. Licentie



___

IDNL (Identiteit Nederland) is een politieke partij en opbouworganisatie voor de identitaire beweging in Nederland. Wij organiseren geregeld bijeenkomsten en lezingen voor politiek geïnteresseerden. Voor vragen en contact klikt u hier.


Post dit bericht op: