Rechten voor ondernemers


IDNL staat voor de bescherming van de Nederlandse economie – een economie die al eeuwenlang draait op privaat initiatief en innovatief ondernemerschap. Een economie waarin burgers de oogst van hun eigen arbeid en inventiviteit mogen genieten en waarin de overheid ernaar streeft zich in de regulering van de economie te beperken tot hoofdlijnen.

Aan de ene kant vereist een economisch complexe economie als de Nederlandse een belangrijke rol voor de overheid. Bepaalde sectoren kunnen beter door de overheid dan door de markt worden geleid. Dit geldt met name voor essentiële openbare voorzieningen als zorgverzekeringen, water- en energiebedrijven, het wegennet en de spoorwegen. Als bepaalde sectoren essentieel zijn voor het nationale belang of wanneer sectoren bedreigd worden door oneerlijke globalistische concurrentie kan de overheid ingrijpen via beschermende tarieven, strategische investeringen en fiscale faciliteiten. Hieronder valt bijvoorbeeld de energievoorziening, de landbouw en de transportsector. IDNL staat verder voor de Nederlandse soevereiniteit in monetair beleid, economische regelgeving en geprivilegieerde handelsverdragen.

Aan de andere kant is vrijheid en vrij ondernemerschap essentieel voor een goed functionerende economie. Met name ten opzichte van het midden- en kleinbedrijf past de overheid vooral terughoudendheid: het midden- en kleinbedrijf is gebaat bij zoveel mogelijk speelruimte en groeikansen. Hoewel de overheid al sinds de vroege jaren ’80 lippendienst bewijst aan oer-Hollandse waarden zoals vrije markt, private sector en ondernemerschap, hebben decennia van ‘paarse polderpolitiek’ het Nederlandse ondernemersklimaat grondig verziekt.

Hoewel ‘terugtrekkende overheid’ en de ‘participatie samenleving’ officieel beleid zijn, laten een verstikkende overheidsbureaucratie en een extreem hoge belastingdruk steeds minder ruimte over voor de ondernemende initiatieven van de zelfredzame burger. Met name het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de vele zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) – twee vitale componenten van de Nederlandse economische motor – worden langzaam fijn gedrukt tussen de wal van regelgeving op micromanagement niveau (‘Europees’, ‘duurzaam’, ‘standaard’) en het schip van exponentieel stijgende werkgeverslasten (‘eigen risico’ bij ongevallen, ‘doorbetaling’ bij ziekte, ‘verlof’ bij gezinsomstandigheden).

De overheid projecteert de riante beloningen, comfortabele arbeidsomstandigheden en kunstmatige ‘werksferen’ van haar eigen kernpersoneel op het MKB en op de ZZP-ers, terwijl deze niet kunnen beschikken over de – in principe – oneindige hoeveelheid inkomsten uit belasting. Wanneer ondernemers vervolgens hun toevlucht nemen tot flexwerk, tijdelijke contracten en uitbesteding constructies, krijgen zij door de heersende politieke klasse het stigma van kapitalistische uitbuiters opgedrukt. Wanneer ZZP-ers hun moeizaam verdiende geld proberen af te schermen tegen de graaiende overheid worden zij geconfronteerd met eindeloze belastingclaims, draconische boetes en verstikkende juridische procesvoeringen.

In deze ‘jungle oorlog’ van staat tegen burger, waarin de Nederlandse overheid en justitie een strategie van de ‘verschroeide aarde’ voeren tegen hun eigen ondernemers en zelfstandigen, zijn het MKB en de ZZP-ers in toenemende mate gedwongen terug te vallen op de juridische trukendoos (‘faillissement’, ‘outsourcing’, ‘offshore accounting’). Deze trukendoos berooft hen in toenemende mate van het maatschappelijk respect en het morele gezag dat hen vroeger toekwam in Nederland – een land dat ooit bekend stond als handels- en nijverheidsland.

Niet alleen het MKB en de ZZP-ers worden door de monstrueuze bureaucratie en belastingdruk in het grijze en zwarte circuit weggedrukt. De zware hand van de overheid drukt ook loonarbeiders en uitkeringsgerechtigden in eenzelfde soort criminaliseringsproces. Eerlijk werk en eerlijk ondernemen lonen simpelweg niet meer. Surplusinkomen uit arbeid en winst uit ondernemen wordt telkens weer afgeroomd via steeds weer nieuwe en hogere lasten: hogere zorgpremies en eigen risico’s, hogere BTW-tarieven, hogere energieheffingen, lagere rechtsbijstandsgrenzen, vervallen kwijtscheldingsclausules, verdampende pensioensrendementen, enz.

De neo-liberale overheid voedt zich als een onverzadigbaar monster met het moeizaam opgebouwde inkomen van hardwerkende Nederlanders. De enorme opbrengst van ontelbare belastingen, heffingen, leges, en boetes wordt vervolgens ook nog eens vaak aangewend voor doelen die direct het belang van land en volk schaden. We noemen als voorbeelden de ‘asielindustrie’ (het miljardenverslindende bedrijf van administratie, opvang, rechtsbijstand, zorg en onderhoud van ‘asielzoekers’); de ‘leugenpers’ (de propagandamachine van duurbetaalde cultuurmarxisten van de ‘publieke omroep’); het ‘partijkartel’ (de corrupte baantjescarrousel van ‘bestuurlijk Nederland’) en de ‘eurocratie’ (de Brusselse globalistenkliek die onze wetten, onze grenzen en onze belangen uitverkoopt aan de high finance en de ideologen van de ‘open society’).

Het MKB en de kleine zelfstandigen worden het hardst getroffen door deze politiek. Bij de neo-liberale overheid betekenen de woorden ‘marktwerking’ en ‘liberalisering’ niet een grotere vrijheid voor ondernemers, maar het afstoten van overheidstaken – en deze neerleggen bij toch al overbelaste ondernemers en zelfstandigen. Daarenboven moeten juist zij opdraaien voor de electorale beloftes van ‘economisch herstel’ en ‘koopkrachtverbetering’: het is aan hen om beloningen en arbeidsvoorwaarden te bieden volgens het verwachtingspatroon dat door politici wordt geschapen en in het oneindige opgetrokken.

In het door de politiek gepropageerde verwachtingspatroon staan ouderwets-degelijke zaken als arbeidszekerheid en solide werknemersverzekeringen achteraan. De nadruk ligt op de korte termijn: de langst mogelijke vakantie, de snelst mogelijke bonus en laagst mogelijke arbeidsinzet: neo-liberale ‘gouden bergen’ zonder te denken aan de structurele gevolgen op de lange termijn. Alles draait om het ‘snelle geld’ en de ‘individuele vrijheid’ zonder verantwoordelijkheid.

Dit leidt onvermijdelijk tot ‘atomisering’: de sociale implosie en het identiteitsverlies die door IDNL op de agenda worden gezet. De mens is niet langer deel meer van een (bedrijfs-) gemeenschap, maar slechts een anoniem radertje in het geheel dat zonder problemen – en zonder pardon – vervangen kan worden. Van enige solidariteit tussen werkgever en werknemer is geen sprake meer. Enerzijds gaat de arbeidsethiek van de werknemers sterk achteruit, anderzijds zal een werkgever een werknemer veel eerder anoniem en goedkoop ‘lozen’ als het even tegen zit.

Het neo-liberale gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef werkt overal door: in een overheid die zich als omgekeerde Robin Hood opwerpt voor de belangen van de bankierselite tegen het volk, een klasse van ‘nieuw geld’ waarin criminelen de plaats innemen van ondernemers (de onderwereld wordt bovenwereld) en een verwend en losgeslagen ‘neo-proletariaat’ dat geen plichten maar alleen rechten kent.

Dit proces reduceert hardwerkende en eerlijke ondernemers en zelfstandigen tot een bedreigde diersoort: hun winstmarge loopt steeds verder terug, hun rekening courant staat steeds vaker in het rood en hun arbeidsethos resulteert steeds vaker in een ‘burn-out’. Voor hen is er geen vangnet: voor hen zijn er geen wachtgelden en geen werkloosheidsuitkeringen. Voor hen is er ook geen sympathie: zij worden afgeschilderd als de kapitalistische vijand van het ‘arbeidersparadijs’ Nederland, als  uitbuiters, criminelen en zakkenvullers. Er is niemand die voor hen opkomt. De zogenaamde ‘ondernemerspartij’ VVD is allang door de mand gevallen als een loopjongen van de globalistische multinationals en als corrupte baantjesmachine voor mensen zonder inhoud.

Ondernemers en zelfstandigen zijn geen mensen die snel klagen. IDNL wil er echter  ook zijn voor deze vergeten groep. IDNL staat voor een corporatieve economie, waarin ondernemers, zelfstandigen en arbeiders zich tot elkaar verhouden als elkaar aanvullende componenten met hetzelfde doel: een nationale economie waarin plaats is voor iedereen, waarin iedereen kan werken voor een redelijk – misschien bescheiden maar eerlijk – loon en waarin ieder goed initiatief resulteert in een passende beloning. Een economie waarin allen weer een basale bestaanszekerheid genieten, waarin het weer lonend is om te werken en waarin ondernemen weer wordt beloond met erkenning. Een erkenning die zich niet alleen weerspiegelt in een toepasselijke  winstmarge, maar ook in basale dankbaarheid voor een arbeidsplaats, respect voor ondernemersprestaties, solidariteit tussen werkgever en werknemer en een arbeidsethos dat recht doet aan de Nederlandse traditie.

IDNL stelt bijvoorbeeld voor dat de overheid betaalbare (dus: vertraagd-beginnende, minimumloon-gebaseerde, eigen-risicoloze) werknemersverzekeringen faciliteert op basis van gedeelde (werkgever/werknemer) premiebetaling en verplicht-collectieve (dus: goedkope, efficiënte) non-profit bedrijfstakfondsen. Wij willen tevens dat de overheid een gestandaardiseerd en geavanceerd stelsel van sociale verzekeringen beheert voor kwetsbare ZZPers, met werknemers-equivalente premies en WW-equivalente uitkeringen.

Al met al staat IDNL dus ook voor rechten die nergens anders meer worden verdedigd: ondernemersrechten.