+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

De Oranje Pil

De Oranje Pil

door Alexander Wolfheze

Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten,
en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Heere.
Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde,
alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen,
en Mijn gedachten dan uw gedachten.

– Jesaja 55:8-9


Nationalisme en de monarchie: een heroriëntatie

Als we ons bezinnen op de betekenis van de monarchie voor Nederland, moeten wij ons niet uitsluitend laten leiden door rationeel-filosofische of praktisch-politieke overwegingen. De monarchie hoort onlosmakelijk bij een visie op ons land en ons volk die ruimte maakt voor het hogere en de verbeelding aan het woord laat. De nu volgende gedachtelijnen zijn daarom niet direct beleidsaanbevelingen, maar richtlijnen die we uitzetten om ons op dit visioen te oriënteren.

Binnen de Nederlandse nationalistische beweging, speciaal binnen de ‘volkse’ variant ervan, wordt sinds jaar en dag nogal ‘divers’ en vaak ‘de-constructief’ gedacht over de monarchie. Sommigen, met name binnen de romantisch-germaanse stroming, zien het Nederlandse koningshuis eerder als deel van het globalistische probleem, dan als deel van de oplossing ervan. Een handvol ziet het Nederlandse koningshuis zelfs als deel van de vijandelijke elite – niet verwonderlijk want Nederland is formeel nog steeds een koninkrijk terwijl het eigenlijk allang onder globalistische bezetting leeft.

Het besef dat het gezag van de Nederlandse Kroon sinds de liberale machtsgreep van 1848 gestaag gereduceerd is tot nul en dat het Nederlands koningschap nu een vrijwel geheel symbolisch en ceremonieel karakter heeft wordt natuurlijk niet bepaald bevorderd vanuit de ‘kletsende klasse’ die het publieke debat overheerst in de partijkartel-politiek, de systeemmedia en de polcor-academia. Die ‘kletsende klasse’ gaat prat op haar hyper-egalitaire anti-hierarchische instelling en gebruikt het koningshuis maar al te graag als de hoogste zichtbare bliksemafleider om de aandacht af te leiden van het semi-totalitaire machtsmisbruik, de schaamteloze corruptie en de Social Justice Warrior schijnheiligheid van de globalistische elite waarvan zij deel uitmaakt. Het minste of geringste – van het nieuwe servies van het koninklijk paleis tot het laatste vakantiereisje van de koninklijke familie – wordt daarom met nauwelijke verhulde afgunst aangegrepen voor ‘progressief-republikeinse’ journalistieke kritiek op de monarchie. Dit terwijl jaar na jaar tientallen miljarden aan belastinggeld zonder enige journalistieke ophef worden weggesluisd naar permanente links-liberale hobbyprojecten zoals asielindustrie, ‘diversiteitsbeleid’, klimaatdoelen en de Eu-moloch.

Feit is dat het koningshuis een essentieel onderdeel vormt van de Nederlandse nationale identiteit: het blijft een groot obstakel op de brede weg van de nihilistische nivellering waarlangs de links-liberale ‘schijnelite van valsemunters’ de Nederlandse staat en het Nederlandse volk naar de globalistische afgrond leidt. Het is daarom belangrijk dat er binnen de Nederlandse nationalistische beweging een heroverweging plaats vindt over de rol van de monarchie in de politiek en het koningshuis in de maatschappij.

Europees Nieuw Rechts, dat het historisch-materialistische en anti-hiërarchische verlichtingsdenken verwerpt en dat een ‘archeo-futuristische’ herwaardering van traditionalistische alternatieven bevordert, levert hierbij een waardevol referentiekader. Vanuit dat referentiekader gedacht is de monarchie niet alleen een waardevolle rem op de neo-liberale en cultuur-marxistische ‘deconstructie’ van de samenleving en de cultuur, maar ook een belangrijke potentiële uitvalsbasis voor een politiek tegenoffensief. In theorie zou de monarchie in verschillende westerse landen het nationalistische verzet zelfs in één klap de overwinning kunnen bezorgen. Wanneer het volk de vorst zou vragen om de door de links-liberale vijandelijke elite voor anti-nationale en globalistische doeleinden misbruikte grondwet terug te nemen, dan valt namelijk haar hele institutionele machtsbasis in één keer weg.

Om dat – of welke essentieel alternatieve institutionele structuur dan ook – mogelijk te maken is het echter essentieel dat nationalisten eerst afstand nemen van de onbestaanbare maar zeer schadelijke illusie van de ‘volkssoevereiniteit’. De ‘volkssoevereiniteit’ is een door handige vrijmetselaarsadepten gepropageerd Verlichtingsconcept dat noodzakelijkerwijze uitmondt in het soort ‘dictatuur van het proletariaat’ waarin de ware macht in handen is van een kleine ‘intellectuele voorhoede’ die geen enkel hoger belang dient dan dat van de eigen bankrekening en het eigen megalomane ego. Authentieke soevereiniteit werkt alleen van boven naar beneden: hoe eerlijker men daar over is, hoe transparanter en rechtvaardiger de politieke orde is – een aanzienlijke mate van collectieve en individuele vrijheid kan vervolgens binnen zo’n natuurlijke orde worden bereikt door een consistente toepassing van klassieke bestuurlijke beginselen zoals subsidiariteit en sfeersoevereiniteit, met maximale politieke devolutie al naar gelang de haalbaarheid van autonomie en zelfbeschikking op alle maatschappelijke niveaus, van de staat tot individu.

Binnen Nieuw Rechts bestaat een alternatieve rechtsfilosofie waarbinnen de monarchie een belangrijke plaats kan innemen. Uitgangspunt daarbij is de Traditionalistische stelling dat in alle historische hoogculturen een holistisch maatschappijbeeld overheerst: het beeld dat vorst, land en volk één zijn. Ter verduidelijking voor de ‘moderne burger’ is het daarbij goed om duidelijk te maken dat binnen dat maatschappijbeeld nooit sprake kan zijn van een vrijwillig opgeven van soevereine rechten door de vorst. Met andere woorden: de vorst kan nooit vrijwillig gebied afstaan aan andere staten, hij kan nooit vrijwillig rechten afstaan aan transnationale organisaties (zoals aan EU, ECB, NAVO etc.) en hij kan nooit lukraak bepalen wie tot zijn volk behoort (hij kan dus ook nooit massa’s vreemdelingen via een papiertje ‘’naturaliseren’).

In moderne termen behoren deze beginselen in een ‘grondwet’ te worden vastgelegd. Overigens is het daarbij niet zo dat de ‘grondwet’ boven het gezag van de Kroon staat. Eerder is het zo dat de Kroon in een ‘grondwet’ zijn eigen taakomschrijving basaal definieert als referentiepunt voor eigen handelen en als leidraad voor zijn onderdanen. De enige wet die boven de Kroon staat is de Wet van God, maar die wet is niet noodzakelijkerwijs in alle aspecten hetzelfde als de wet van een bepaald kerkgenootschap. De kerk heeft (onverlet het monopolie op de zielszorg), net als de adel, slechts een dienende functie naar de Kroon: de kerk ondersteunt de Kroon en kan in rechtspraak en bij eedaflegging als getuige optreden – in de door hem geleide rechtspraak en bij de door hem afgelegde eedverplichtingen is de vorst echter alleen aan God verantwoording schuldig.

Wanneer nationalisten een grondwetshervorming bepleiten is dat ook binnen het vigerende politieke systeem volledig legitiem, ook als de richting daarvan de ‘progressieve’ zittende elite niet bevalt: nationalisten zouden kunnen pleiten voor een versterking van het gezag van de Kroon, met gelijktijdige verankering van anti-globalistische waarborgen in de grondwet. Een veel sterkere bestuurlijke, wetgevende en gerechtelijk macht voor de Kroon kan dan garanties bieden voor de staatkundige onafhankelijkheid van Nederland en voor het behoud van de Nederlandse identiteit: er is dan een tegenwicht voor de nu volledig op hol geslagen globalistische vijandelijke elite, die bankiersbelangen, ‘internationale verdragen’ en nihilistische ideologieën laat prevaleren boven de meest elementaire beginselen van nationaal zelfbehoud.

Het filosofisch heroverwegen en het politiek combineren van de verre van tegenstrijdige ideeën van nationalisme en monarchisme behoren tot de belangrijkste uitdagingen van Europees Nieuw Rechts. Dit opstel wil een aantal basale perspectieven bieden om deze filosofische heroverweging en deze politieke combinatie mogelijk te maken in de Nederlandse context. De drie volgende paragrafen doen dit door vanuit het grootste (oudste, abstractste) perspectief terug te werken tot het kleinste (modernste, persoonlijkste) perspectief. De eerste paragraaf herinnert de Nederlandse lezer aan wat de monarchie ten diepste is, de tweede herinnert hem aan de cultuur-historische plaats van de Oranje-monarchie in Nederland en de derde herinnert hem aan de goedheid en schoonheid die opleeft wanneer het koningschap in, voor en door ons beleeft.


Τὸ Κατέχον

rechts-filosofisch perspectief – Wladimir Moss

(vgl.‘Who Will be Tsar of Russia?’, www.orthodoxchristianbooks.com 29 oktober 2020, vertaling Alexander Wolfheze)

(1) Het volk moet monarchistisch gezind zijn

‘In de wereld van vandaag overheerst nu bijna overal de democratische tijdsgeest. Zelfs in landen waar van echte democratie geen sprake is, bewijst men lippendienst aan het democratische principe en aan de uiterlijke vormen van een democratische samenleving. Maar God heeft [in de Heilige Schrift (Deuteronomium 17:14ff)] duidelijk gemaakt dat Hij aan Zijn volk slechts een vorst geeft wanneer het volk daadwerkelijk een vorst wenst te hebben. Dat wil zeggen, dat het volk er daadwerkelijk meer naar verlangt de wil van de vorst te doen, dan zijn eigen wil – de ‘wil van het volk’ – te doen. Zo werd in 1917 het gezag van de Russische Tsaar weggenomen uit Rusland omdat het Russische volk niet langer door een vorst geregeerd wenste te worden. De monarchie kan daar, en in andere landen die voor een ‘volksdemocratie’ hebben gekozen, niet hersteld worden tenzij de monarchistische geest in het volk herleeft. …[In Rusland bedraagt volgens verschillende opinieonderzoeken] het aantal monarchistisch denkende burgers nu ongeveer een vijfde deel van de bevolking. Dat mag een onvoldoende groot deel van de bevolking lijken. Desalniettemin begint het monarchisme duidelijk aan aanhang te winnen. …Het is daarbij goed dat wij ons herinneren dat toen de eerste Christelijke vorst, Constantijn de Grote [van Byzantium (r. 306-337)] aan de macht kwam waarschijnlijk nog maar slechts 5 tot 10% van de bevolking van het Romeinse Rijk het Christelijk geloof had aangenomen. Het grootste gevaar in Rusland nu is dat de toenemende monarchistische gezindheid van het Russische volk kan worden misbruikt voor pseudo-monarchistische machtspelletjes, zoals bijvoorbeeld door bepaalde volgelingen van President Wladimir Poetin, die in geen enkel opzicht kan gelden als een potentiële kandidaat voor de Russische Kroon in de legitieme, Bijbelse zin van het woord.’

(2) De vorst moet waarachtig gelovig zijn

‘Een dergelijke legitieme kandidaat moet in de eerste plaats behoren tot het Volk Gods, dat wil zeggen tot de enige Ware Kerk, want alleen in een dergelijke kandidaat kan de Heilige Geest leven die nodig is om de ware spirituele noden van het volk te kunnen ontwaren. Een ketters denkende vorst kan nooit een rechtgelovig volk beschermen tegen ketterse leer en ketterse politiek – eerder zal hij zelf het zaad van de ketterij onder het volk verspreiden. Het Byzantijns keizerschap werd in de 15e eeuw omver geworpen omdat de laatste drie Byzantijnse keizers in feite Rooms-Katholiek waren: zij hadden Byzantium via het Concilie van Florence [ook wel: Concilie van Bazel (1431-49)] met Rome herenigd. President Wladimir Poetin wordt door velen in Rusland gezien als een ketter omdat hij de oecumenische initiatieven van het Patriarchaat van Moskou ondersteunt en omdat hijzelf interkerkelijke, en zelfs buiten-Christelijk, oecumenisme praktiseert. Hetzelfde gebeurde bij de valse Tsaar Dimitri I [(r. 1605-06)] die gedurende de vroeg-17e eeuwse Tijd der Troebelen voorgaf tot het Orthodoxe geloof te behoren, maar feitelijk een ander geloof aanhing. Daarenboven wordt President Poetin’s recente uitspraak dat het Evangelie van Christus zeer dichtbij de communistische ideologie staat door velen opgevat als een teken dat hij zelfs geen oecumenische Christen is, maar op zijn best een ‘communistisch Christen’ en op zijn slechtst een heimelijk atheïst.’

(3) De vorst moet de hogere Wet van God erkennen

‘Het is een gebruikelijke misvatting dat de Christelijke monarchie een soort ongelimiteerd, absoluut despotisme vertegenwoordigt. En hoewel sommige Christelijke vorsten in de loop van de eeuwen zich als despoten hebben gedragen, zijn dat eerder uitzonderingen op de regel. Zo gedroeg Iwan IV ‘de Verschrikkelijke’ [(r. 1547-79)] gedurende de eerste helft van zijn regeringstijd zich als een voorbeeldig Christelijk vorst en verviel hij pas in de tweede helft ervan tot absolutisme. Een authentiek Christelijk vorst voelt zich verplicht aan het Christelijke maatschappelijke ideaal dat door de Kerk wordt gepreekt, en schikt zich in spirituele vraagstukken naar het oordeel van de Kerk. [Idealiter] is er zelfs sprake van een ‘symfonie’ tussen Kerk en Kroon. …[Zo] ondersteunt de Kroon de Kerk met wetten die de dogma’s en regels van de Kerk maatschappelijk toepassen, bijvoorbeeld bij het reglementeren van kerkbezoek en feestdagen en het weren van de clerus uit de politiek en uit de strijdkrachten. Een authentiek Christelijk vorst wordt niet geleid door het volksgevoel of door simpele menselijk normen en waarden. Hij buigt alleen voor de Wet van God en zorgt ervoor dat het volk hetzelfde doet. … Omdat de macht van de vorst van God afkomstig is kan die macht niet door het volk worden beknot of gedwongen worden om aan het volk verantwoording af te leggen…’

(4) Het volk moet zich over het erfopvolgingbeginsel verheugen

‘[D]e voordelen van het erfopvolgingbeginsel zijn welbekend sinds de oudste menselijke overlevering – het wordt overal ter wereld aangetroffen en het domineerde al in de heidense koninkrijken van de pre-Christelijke wereld. Het meest vanzelfsprekende en minst hoogstaande voordeel is dat het macht en rijkdom binnen één familie houdt. [Daarbij geldt het oude spreekwoord dat het beter is door oude dieven te worden geregeerd dan door nieuwe dieven – de oude hebben zich immers al verzadigd.] Politiek belangrijker is dat het erfopvolgingbeginsel maatschappelijke continuïteit bevorderd: de vreedzame machtsoverdracht van vader op zoon is veruit te verkiezen boven de chaos en het geweld van een herhaaldelijke strijd om de troonopvolging…’

‘Vanuit een Christelijk en spiritueel oogpunt ligt het grootste voordeel van het erfopvolgingbeginsel echter in het feit dat het de keuze van wie de kroon draagt wegneemt van de mens en neerlegt bij God. …Het laat toe dat God de vorst op aarde zoveel mogelijk een afbeelding laat Zijn eigen hemelse koningschap: een eeuwig zichzelf opvolgend beeld van een permanent koninkrijk dat voorduurt tot in eeuwigheid.’

‘Een veelvoorkomende kritiek van het erfopvolgingsbeginsel… is dat een onwaardig persoon op de troon terecht kan komen. …Men ziet in een sterke dictatuur van elkaar opvolgende gekozen heersers een verbetering ten opzichte van een erfelijk koningschap omdat het een garantie zou bieden tegen het ‘toeval van de geboorte’. …Maar deze kritiek gaat voorbij aan het feit dat God wellicht juist een ‘onwaardige erfgenaam’ wil, of beter: toelaat, op de troon. Deze kritiek gaat voorbij aan het feit dat er in werkelijkheid helemaal geen ‘toeval’ bestaat: wat de mens als ‘toeval’ verbergt de alomvattende Voorzienigheid van God. …Uit de Heilige Schrift weten wij dat de grote koningen van Israël meermaals werden opgevolgd door onwaardige erfgenamen. Maar het was toch God die deze erfgenamen liet heersen – God onderbrak nooit het erfopvolgingsbeginsel. Zij zaten op de troon, soms omdat het volk geen betere heerser verdiende, en soms omdat het geduld en de trouw van het volk door God werd beproefd met de ervaring van een slechte vorst. Omdat God hen kiest moeten zelfs slechte vorsten worden gehoorzaamd – met de enige uitzondering dat de Wet van God altijd prevaleert boven de wil van de vorst.’

‘Het erfopvolgingsbeginsel wordt als irrationeel beschouwd door mensen met een democratische mentaliteit – en dat zijn de meeste mensen in de moderne wereld – omdat zij er geen controle over hebben. In een democratische verkiezing wordt de heerser – althans in theorie – gekozen op basis van zijn persoonlijke kwaliteiten en kwalificaties. Het volk wordt dus in staat geacht tot een goed onderbouwd oordeel over wie de hoogste macht kan dragen. Democratie gaat dus – wederom, althans in theorie – uit van het meritocratisch beginsel: dat het mogelijk zou zijn op rationele basis de best gekwalificeerde kandidaat voor de allerhoogste machtspositie te vinden. Maar een authentiek religieus volk zal het daar niet mee eens zijn: het denkt en voelt anders. Het denkt en voelt dat het niet in staat is om deze immense verantwoordelijkheid te dragen – het gelooft en weet dat alleen God daartoe in staat is. En daarom zal zo’n volk er alles aan doen om de keuze niet zelf te maken, maar die in Gods hand te leggen. Zo’n volk zal zich verheugen in het ‘toeval’ dat met het erfopvolgingsbeginsel mogelijk verweven is: dit beginsel verheft de keuze boven de menselijke maat en geeft God zeggenschap.’

De mens wikt, God beschikt


Nederland & Oranje

cultuur-historisch perspectief – Alexander Wolfheze

(vgl. Alexander Wolfheze, Alba Rosa. Tien Traditionalistische opstellen over de Crisis van het Moderne Westen, Arktos: Londen, 2019, 46-8)


‘[B]ij de Monarchie is in Nederland helemaal geen vraagteken mogelijk – Nederland staat of valt met de Oranjedynastie. Terugkeer naar ‘republikeins stadhouderschap’ onder Oranje is geen optie: adel kan in titel wel omhoog stijgen – van prinselijke – naar koningstitel – maar niet omlaag. Daarmee is Nederland ofwel een Koninkrijk onder Oranje, ofwel niets. De Nederlandse staat en het Nederlandse volk zijn beide de schepping van Willem van Oranje: hij is letterlijk de Vader des Vaderlands. Er is hier sprake van een lotsverbondenheid die, gewenst of ongewenst, niet valt te ontkennen en waarover het echte Nederlandse volk ook geen tegenspraak duldt – alle vrijmetselaars fantasie, alle republikeinse retoriek en alle regenteske jaloezie ten spijt. De Oranjemonarchie is de laatste linie en de sterkste citadel van Nederland als natie – het is de ultieme Ernstfall-voorziening van land en volk.

Eerbied en respect voor de Oranjemonarchie is geen sentimentele dweperij, maar in de eerste plaats simpele eerbied en respect voor eigen land en eigen volk, beide scheppingen van de Oranjedynastie. In de tweede plaats is het de noodzakelijke consequentie van elke authentiek Traditionalistische staatsopvatting. In de derde plaats is het de simpele erkenning van de historische realiteit. Het Koninkrijk, bestendigd door het compromis Wenen in 1814, geeft Nederland een gerespecteerd fundament in de internationale jungle. De twistzieke burgers, boeren en buitenlui van de Lage Landen hadden het sociaal-darwinistische tijdperk van nationalistisch-imperialistische Realpolitik nooit als soeverein volk kunnen overleven in een gedecentraliseerde koopliedenrepubliek. De Oranjedynastie, steenrijke oeradel met een geduchte politiek-militaire reputatie, gaf en geeft niet alleen een onwaarschijnlijke internationale prestige en diplomatieke allure aan het land van canards, canaux et canailles, maar ze levert ook een hoger symbool van nationale identiteit en historische continuïteit. Terwijl de meeste Westerse staatshoofden onder de terreur van de 20e-eeuwse hyper-democratie zijn gedegradeerd tot geanonimiseerde interim-managers, kan de Nederlandse koning nog steeds op grond van soevereine gelijkwaardigheid naast de Japanse keizer staan. Ongeacht de historische haarkloverij, publicitaire roddel en ideologische vooringenomenheid van de verveelde intelligentsia is en blijft Oranje Nederland en is en blijft Nederland Oranje.’

‘Op het moment dat de band tussen Oranje en Nederland breekt zal het niet zijn omdat Oranje verdwijnt, maar omdat Nederland verdwijnt. Tegen de tijd dat er zich een republikeinse Regent Rutte of President Pechtold meldt, is er allang geen Nederland meer. Zulke figuren zijn dan nog slechts karikaturale provinciale landvoogden – zetbazen van de internationale bankiersdictatuur en het bijbehorende Brusselse politbureau. Tegen die tijd zal ‘Nederland’, onder de voet gelopen door een stortvloed van métèques, niet meer zijn dan een geografisch begrip. Het ‘Eurocratische scenario’ van quasi-autonome status als fiscaal wingewest onder van de Brusselse superstaat is echter een kinderlijke illusie. Op middellange termijn is het ‘Islamitisch scenario’ veel waarschijnlijker: het ligt in de demografische lijn der verwachting dat ex-Nederland’ zal worden gereduceerd tot een ‘Eurabisch Kalifaat’ of een Derde Wereldjungle. Eén van de laatste muren die Nederland nog scheiden van deze doemscenario’s is het koningshuis.’

acquirit qui tuetur


De Koning en ik’

mytho-poëtisch perspectief

(Anne Vegter, eerste dichteres des vaderlands 2013-2017)


‘Van wie we zijn? Mooie, goddelijke vraag
Iemand zei: de tere magie van de monarchie
Zoals iedereen weet, regeert een vorst 
over een land bij de gratie Gods
Metselwerken, tafelzilver, trompetjes, wegverbredingen

en dankbaar de scepter zwaaien
Het is zijn taak zijn onderdanen te beschermen 
tegen en te vrijwaren van alle onrecht
Mijn hart is als de ster zon voor mensen
Tussen de leerzame planeten is vrede
Zijn onderdanen zijn niet door God geschapen
om hem slaafs te dienen
Moderne burgers reizen veel
Oude goden zijn vervangen
Een koning is een wacht
De vorst is er ter wille van zijn onderdanen 
want zonder hen is hij geen vorst
Dieptevrees?
Voedselpaketten waar nodig
Gewoon aan tafel bij verenigingen.
Hij dient ze rechtvaardig en verstandig te regeren
voor hen op te komen en lief te hebben
Zoals je pal staat voor je familie, zo sta je pal voor je land
Omdat ik een koning ben’

Lang leve de Koning!
Lang leve Nederland!



___

Deze website is een initiatief van de culturele vereniging ‘Identiteit Nederland‘. Voor vragen en contact klikt u hier.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *