+31 (0) 6 44272469
info@idnl.org

Een monument voor de wereld van Traditie

Een monument voor de wereld van Traditie

Georges Becker: De kroning van Tsaar Alexander III en Tsarina Maria Feodorovna

‘The lamps are going out all over Europe…’

– Sir Edward Grey, de Britse minister van Buitenlandse Zaken in 1914

Onlangs is bij Cambridge Scholars het tweede deel verschenen van “A Traditionalist History of the Great War”, dr. Alexander Wolfheze’s grote geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. Het eerste deel verscheen enkele jaren geleden onder de titel ‘The Sunset of Tradition’, het tweede deel draagt de titel: ‘The Former Earth’. (hier en hier verkrijgbaar). Terwijl het eerste deel van de serie de cultuur-historische ontwikkeling naar de Eerste Wereldoorlog behandelt, geeft het tweede deel een inventarisatie van de geo-politieke toestand van de wereld bij het uitbreken van de oorlog. De twee delen vullen elkaar aan, maar zijn ook zelfstandig te bestuderen. Wolfheze kent u natuurlijk van zijn doorwrochte essay’s op deze webstek. Deze grondige aanpak herkennen we ook in dit tweede deel van de serie. Het is wederom een kloek boek dat bol staat van verwijzingen naar de wetenschappelijke literatuur, maar waarin ook ruim plaats is voor een poëtisch-filosofische overwegingen.


Wolfheze combineert in zijn beschouwingen over ‘The Great War’ een Traditionalistische wereldvisie met de geopolitieke visie waarin naties worden geanalyseerd als primair zeemacht (Engeland, de Nederlanden) dan wel landmacht (Pruisen, Rusland). Het Traditionalisme beschouwt de wereldgeschiedenis vanuit het gezichtspunt van een strijd tussen de krachten van Traditie en het Modernisme of cultuurnihilisme. Het laatste omvat onder andere militant secularisme, hedonistisch consumentisme, sociale anomie en cultuurrelativisme. Daarentegen leidt het Traditionalisme de vereiste waarden en identiteiten in een samenleving af uit een transcendente orde: de microkosmos als weerspiegeling van de de marcokosmos. De blik van de Traditionele mens is altijd omhoog gericht, naar een roeping die boven het platvloerse aardse uitstijgt. Daarentegen verzet het Modernisme zich pertinent tegen deze ordening en ontaardt zo in sub-humane, sub-natuurlijke, zelfs demonische chaos.


Volgens Wolfheze is echter de macht van het Modernisme of cultuur-nihilisme geheel afhankelijk van haar greep op het verleden en is dit haar Achilleshiel. Misschien bedoelt hij dat het cultuurnihilisme zich alleen als aanvaardbaar alternatief kan presenteren doordat het erin geslaagd is het Traditionalistische verleden totaal te demoniseren? In ieder geval hoopt Wolfheze met de bijl van zijn historische werken aan deze Achilleshiel een flinke klap uit te delen. Zo komt hij tot een fundamentele cultuurkritiek in de lijn van René Guénon, Frithjof Schuon en Julius Evola, die de existentiële verschillen tussen de wereld van vóór en na het belangrijkste conflict uit de wereldgeschiedenis blootlegt. Wolfheze laat aan de hand van deze geschiedenis duidelijk zien dat het historisch-materialistische idee van ‘vooruitgang’ in de geschiedenis een fatale illusie is, en dat de wereld van voor 1914 – hoewel niet ideaal – verre te prefereren is boven de naoorlogse situatie.


In zijn boek behandelt Wolfheze de situatie in de tien machtigste landen in 1914: de Europese grootmachten, aangevuld met de Verenigde Staten, Turkije, China en Japan. Passend is dat hij begint met Amerika, als de opkomende voornaamste zeemacht en afsluit met het tot de meest afschuwelijke ondergang gedoemde Russische Tsarenrijk als de voornaamste landmacht. Van elke natie worden achtereenvolgens haar symbolen, de grondslag van haar legitimiteit, haar oorsprong en haar geopolitiek geanalyseerd om te komen tot een plaatsbepaling in het Traditionalistische universum.

De toon van de analyse wordt in het voorwoord mythisch-poëtisch fraai neergezet met een citaat van H. P. Lovecraft:

When age fell upon the world, and wonder went out of the minds of men; when grey cities reared to smoky skies tall towers grim and ugly, in whose shadow none might dream of the sun or of spring’s flowering meads; when learning stripped earth of her mantle of beauty, and poets sang no more save of twisted phantoms seen with bleared and inward-looking eyes…

Wie moet bij deze woorden niet denken aan de wezens, al dan niet met een verwrongen idee van hun sekse of seksualiteit met paars haar en holle internetogen, die de toon zetten in onze huidige ‘cultuur’? Het licht, de magie, lichtvoetigheid en imaginatio (verbeeldingskracht) van het Gouden Tijdperk hebben zich steeds verder teruggetrokken tot de bleke werkelijkheidsbeleving van vandaag.


Het poëtische wereldbeeld van Wolfheze vergoddelijkt de natuur echter niet. Hij verwerpt zowel het platte materialisme van het Darwinisme, als het pantheïsme, dat God en kosmos laat samenvallen. Eerder rijst de mens als persoonlijkheid op uit een wereld van zielen om zijn roeping in het ondermaanse te vervullen. Dit brengt met zich mee dat een mens om deze levensopgave te vervullen allereerst in zichzelf moet keren om daar letterlijk en figuurlijk inspiratie op te doen en zijn identiteit te vinden. Een identiteit die echter door het heersende cultuurnihilisme afgedaan wordt als niet meer dan een toevallige sociale constructie: etniciteit, nationaliteit, sociale stand en zelfs sekse zouden willekeurig door een mens zelf gekozen kunnen worden. Dat zo’n mens zonder oorsprong en doel cynisch en ontheemd achterblijft, zonder enige loyaliteit en zingeving, mag niet verwonderen. Daarentegen kunnen we volgens Wolfheze de wereld van 1914 alleen begrijpen als we ons inleven in een wereld die de Traditionele sociale identiteiten en de daaruit voorvloeiende loyaliteit nog wel hoog in het vaandel voerde.


Wolfheze gaat daarbij uit van een Traditionalistische visie op de geschiedenis waarbij de langetermijn-ontwikkelingen onontkoombaar zijn, iets wat we ook bij Oswald Spengler tegenkomen. De neergang zal eerst zijn loop moeten hebben voordat er iets nieuws kan ontstaan. De Traditionele sociale identiteiten zijn gedoemd, wat we overal ter wereld waar kunnen nemen, met het keizerrijk Japan als opvallende uitzondering. Het primaat van de politiek, dat samenhangt met de sociale identiteiten, is totaal verwaterd: overal ter wereld maken niet politici maar de superrijke eigenaars van de multinationals zoals Facebook, Google en Twitter de dienst uit. Hun regime vernietigt wat nog over is van inheemse etniciteiten en authentieke culturen.


De ‘Great War’ was een mijlpaal in deze historische ontwikkeling, doordat hij leidde tot de ondergang van vier rijken die nog in de richting van het Traditionalisme neigden: de keizerrijken Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en het Ottomaanse rijk. In de wereld van vandaag is volgens Wolfheze het cultuurnihilisme echter nu zo ver doorgedrongen dat álle naties ter wereld hun spiritueel-identitaire oorsprong verlaten hebben. Wat nog rest van de nationale en etnische identiteiten heeft zijn vormgevende kracht verloren. Een Nederlands paspoort betekent tegenwoordig niet meer dan een rijbewijs. Het verwijst niet meer naar een echte, ervaren identiteit die het waard is om voor te leven, te sterven en te vechten. Wolfheze meent dan ook dat de identitaire overblijfselen hooguit nog kunnen dienen als gedenktekens, die de moderne mens in ere kan houden om zijn respect te betuigen aan de verloren glorierijke wereld van Traditie. Ook Wolfhezes monumentale werk kan in dit licht worden gezien: als een monument voor de verloren glorie. Maar dit herdenken kan hopelijk ook de strijders van nu inspireren.

The meaning of history is found in the values that arise from it, not in the
peoples that disappear in it.


– Nicolás Gómez Dávila



___

Deze website is een initiatief van de culturele vereniging ‘Identiteit Nederland‘. Voor vragen en contact klikt u hier.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *